Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Bewaren of weggooien?

De laatste weken zijn we flink aan het opruimen. Daarbij dringt zich steeds de vraag op of we iets moeten bewaren of weggooien. Dat geldt vooral voor mijn archief. Als het aan mij ligt bewaren we dat allemaal. Maar wie zou daar later in zijn geïnteresseerd? Als ik de pijp uitga gooien ze het stiekum achter mijn rug tòch weg. Dat zal je zien.
Daarom hierbij een willekeurige greep:

Tussen meer dan zestig schoolrapporten van mijn (voor)ouders en mijzelf vond ik dat van mijn moeder uit 1922. Ze zat toen in de tweede klas van de lagere school.
‘Tekenen: 3 ½ , Zingen: 3 ½ , Rekenen: 4, Handwerken: 4, Lezen: 4 ½ , Nederlands: 4 ½ , Vlijt: 5, Gedrag: 5. Gaat over naar de derde klas’.
Bewaren of weggooien? Weggooien natuurlijk. Want wie interesseert dat nu nog? Behalve misschien, dat de cijfers toen niet van 1 tot 10 gingen maar van 1 tot 5.

Van mijn vader vond ik een brief van zijn werkgever (een accountantskantoor) van 26 oktober 1940 waarin stond dat zijn salaris op 100 gulden per maand werd vastgesteld. En dat hij als bewijs van tevredenheid over zijn prestaties een gratificatie van f 25,= (zegge: vijfentwintig gulden) toegekend kreeg. ‘In het vertrouwen, dat U Uw best blijft doen!’.
Op 2 september 1929 zat hij kennelijk op de Kweekschool. Want op een rapport uit die tijd kreeg hij een 2 voor zingen. Hoewel de cijfers toen al tot 10 gingen.
En op 2 augustus 1930 kreeg hij een diploma van de Purmerender Zwem- & Poloclub waaruit bleek dat hij een zwembaan van één kilometer in 20 minuten en 49 seconden had afgelegd.
Weggooien? Of zal dit ooit interessant zijn voor zijn (achter)kleinkinderen?

Zelf heb ik ook nog hele stapels rapporten, epistels en verslagen uit het wat minder verre verleden:
-Een kaartje van het Consultatiebureau waaruit bleek, dat mijn gewicht van 5 juli 1943 tot 11 december 1944 was toegenomen van 4.350 tot 12.300 gram.
Lekker interessant hoor.
-In mijn Babyboek schreef mijn vader: ‘Julius lacht bijna nooit. Maar toch was er op up 24 juni (ruim een maand na mijn geboorte) een duidelijk lachje, waarbij hij zelfs met zijn voetjes trappelde en in zijn handjes sloeg!’.
-Een ontruimingesbevel waarin de Weermachtsbevelhebber in Nederland via de toenmalige Haagse burgemeester op 20 november 1942 aan mijn ouders vroeg hun woning op het Sprietplein in de Vogelbuurt vóór 20 januari 1943 te ontruimen en te verlaten. Met handbagage van maximaal 30 kg per persoon! Om plaats te maken voor de Atlantik-wall.
-Veertien reservebonnen voor ‘Versnaperingen. Te nuttigen van 19 December 1948 tot 4 Juni 1949’.
-Bericht waarin de Indelingsraad ’s Gravenhage mij meedeelde, dat ik na een beoordeling ‘VOORGOED ONGESCHIKT’ ben verklaard voor de dienstplicht zoals bedoeld in de artikelen 10 en 12 van de Dienstplichtwet.
-Bericht van het Diaconessenhuis in Voorburg uit 1994, waarin mij werd medegedeeld dat er ‘geen levende spermatozoa meer in mijn ejaculaat werden aangetroffen’.

Allemaal maar weggooien?
Alsof het allemaal nooit heeft plaatsgevonden?
Of toch maar bewaren? Terwijl het, zeker voor anderen, absoluut niet belangrijk meer is?
Ik weer het niet. Ik weet het niet.

(Wordt vervolgt)
 
Geplaatst op: Donderdag 2 juli 2020 om 08:14 uur
1764309
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld