Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Onwelvoeglijke grappen

 De ouderen in ons dorp mogen op woensdagmiddagen gebruik maken van een aantal voorzieningen in het Dorpshuis. Van het biljartzaaltje bijvoorbeeld. Daar komen dus alleen mannen. Maar ook van de gymzaal. Daar wordt het koersballen intensief boefend door zowel mannen als vrouwen.

Het ligt voor de hand, en eigenlijk hoef ik dat hier niet eens uit te leggen, dat de taal die in het biljartzaaltje wordt uitgeslagen niet altijd even welvoeglijk is. Als een bal bijvoorbeeld nèt wel, of nèt niet tegen een andere bal is aangerold, wil Gerrit de twijfel daaromtrent nog wel eens uitsluiten met de mededeling: ‘Ja, hij bewoog’.
Waarop Karel dan zegt: ‘Ja, dat gebeurt bij mij ook nog wel eens’.
Maar als ik, eenmaal thuisgekomen, dat soort grappen aan mevrouw Pasgeld vertel, zegt ze alleen maar: ‘Goh, wat flauw zeg’. Of: ‘Leuk hoor’. Met zo’n bepaalde intonatie. U weet wel.

Tot voor kort verkeerde ik dus in de veronderstelling, dat dat soort ongein alleen maar aan mannen was besteed. Dus ook alleen maar wordt gebezigd, als er geen vrouwen bij zijn.

Totdat we vorige week, na afloop van onze sportieve inspanningen, op het terras van het Dorpshuis met z’n allen in een kring onder een grote parasol zaten te genieten van een borreltje, een biertje of een wijntje.

Het was Gerda die begon. Gerda is 82 maar nog machtig kwiek ter been. Soms uiterst bespraakt. Maar meestal rustig en afwachtend. En immer bereid haar wijze oordeel uit te spreken. Maar nooit ongevraagd.

Ik zat naast haar.
‘Ken je die van die mevrouw met die papegaai op haar schouder?’, vroeg ze me. En trok daarbij meteen de aandacht van de anderen.
‘Die mevrouw was zó lelijk’, ging ze verder, ‘dat ze, iedere keer als er een man in haar buurt kwam, aan hem vroeg: ‘Als je raadt wat voor beest ik op m’n schouder heb, mag je met me naar bed’.
Dus toen ze een man op haar weg ontmoette zei ze: ‘Je mag met me naar bed als je weet wat voor beest er op m’n schouder zit.
De man zei: ‘Een olifant’.
‘Dat is ook goed’, zei de vrouw.

Nou vond ik de mop op zich al erg leuk. Maar denk je even in, dat-ie wordt verteld door een schattige 82-jarige vrouw met pretlichtjes in haar ogen. Dan wordt-ie echt nog vijf keer zo leuk.

Na enig aandringen wist Gerda nog een mop.
‘Een man reed met z’n auto keihard tegen een boom. Wonder boven wonder had-ie verder niets. Alleen z’n piem was er af. In het ziekenhuis vertelde de dokter, dat ze die er niet meer aan konden zetten.
‘Maar’, zei de dokter, ‘we hebben nog wel een andere piem voor je’. Hij haalde een catalogus tevoorschijn met allemaal piems in diverse maten en prijsklassen. ‘Zó een kunnen we er wel weer bij je aanzetten’, vervolgde de arts. ‘Maar ze zijn niet goedkoop. De goedkoopste is 20.000 euro. Maak maar een keuze’.
De man vertelde de dokter, dat hij, vóórdat hij er eentje uitkoos, die piems ook graag nog even aan z’n vrouw wilde voorleggen, omdat zij er per slot van rekening af en toe ook mee te maken zou krijgen.
Zo gezegd, zo gedaan. Z’n vrouw bestuurdeerde de catalogus nauwkeurig en bladerde hem al peinzend nog eens door.
‘Nee’, zei ze toen ze het piemelboekje weer teruggaf.
‘Hoezo nee?’, zei de man.
‘Nee’, zei ze. ‘Ik heb toch liever een nieuwe keuken’.

Toen ik hem thuis doorvertelde aan mevrouw Pasgeld, brak er zelfs bij haar iets van een glimlach door op haar gezicht.
Geplaatst op: Donderdag 19 juli 2018 om 08:15 uur
1416864
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld