Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Hemelschreiende toestanden in het onderwijs

Drie keer per jaar in de pauze een vergadering van een half uur in het hoofdenkamertje.
Eens per week de behandelde leerstof in een schriftje opschrijven en ter controle aan het hoofd der school laten zien.
Eens per jaar op bezoek bij ouders van leerlingen waarbij niet alles loopt zoals zou moeten.
En dagelijks een half uurtje nakijken.
Dat was het wel zo ongeveer.
Dat waren een halve eeuw geleden de taken die een onderwijzer naast het gewone lesgeven diende te verrichten.
Dat gewone lesgeven richtte je trouwens geheel zelf in. Naar eigen inzicht. Gecombineerd met de dingen die je op de Kweekschool had geleerd.

Ik kan het weten. Want ik was zo’n onderwijzer in het begin van de jaren zestig.
Dat was in een tijd, dat het leven op school nog simpel en overzichtelijk was. Je had onderwijzers. Die gaven les aan leerlingen in het lager onderwijs. Leraren deden dat in het voortgezet onderwijs. Docenten onderrichten hun leerlingen in het hoger onderwijs. En hoogleraren deden iets dergelijks met hun studenten. Maar hoe dan ook: het beroep van welke leerkracht dan ook stond hoog in aanzien.
Kom daar nu eens om.
De term ‘Lager Beroepsonderwijs’ kreeg een negatief etiket en verviel.
Onderwijzers gingen leraren heten.
‘Studenten’ zitten thans niet alleen meer op de universiteit maar nu ook in het Hoger Beroepsonderwijs. Kleuters verdwenen in het niets.
Nog even en de peuterspeelzaal zit vol studenten van drie en vier jaar oud.

En bleef het in het onderwijs nou maar bij dat samenrapen van die titelatuur. Want zo erg is dat nou ook weer niet. Mensen zijn we immers allemaal. Een professor is ook maar een mens, net zo goed als een peuterbegeleid(st)er, een onderwijzer(es), een student(e), een leerling, een kleuter of een peuter.

Erger is, dat het onderwijs vooral búiten de klas, de aula, het auditorium en de collegezaal aan een wildgroei ten prooi is gevallen die je je zelfs in je stoutste dromen niet had kunnen voorstellen.
Waren rond de jaren zestig van de vorige eeuw de schooldirecteur, de inspecteur, de wethouder van onderwijs en enkele gemeente- en rijksambtenaren de enigen die ook buiten het klaslokaal betrokken waren bij het onderwijs, tegenwoordig lijkt de halve wereld zich wel te bemoeien met diezelfde klas! Iedereen is aan het vertellen wat die leerkrachten -behalve het lesgeven- allemaal nóg meer moeten doen om belangwekkend over te komen. Zoals het invullen van formulieren. Zoals het bijwonen van steeds meer vergaderingen. Zoals het onderbrengen van niveaus in statistieken. Zoals het reduceren van leerlingen tot administratief materiaal. Zoals het ontwerpen van groeps- en handelingsplannen. Zoals het ontwikkelen van vaardigheidsscores en leerperspectieven.
Allemaal zonder zèlf ooit een een modern klaslokaal van binnen te hebben gezien!

En die almaar uitdijende groep bemoeials, pseudo-frikken en betweters verdienen daar nog geld mee ook!
Vaak nog meer geld dan de onderwijzers, leraren en docenten -die het allemaal moeten uitvoeren- zèlf!

Mag ik daarom allen die volgende week dinsdag, 27 juni, het bijltje er in de klas gedurende een uurtje bij neerleggen om te protesteren tegen deze hemelschreiende uitwassen, heel veel succes wensen?
 
Geplaatst op: Vrijdag 16 juni 2017 om 08:40 uur
1217407
bezoekers
© 2017 - Julius Pasgeld