Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Achterlangs in Hoedekenskerke

Het is een blijvend genoegen om in het Dorpshuis te mogen biljarten met de mannen van de Ouderensoos. Steeds zie ik er naar uit en kom, al naar gelang het resultaat, weer thuis in uiteenlopende stemmingen.
En daar wil ik het nou eens over hebben. Want hoe kan het, dat ik weken achter elkaar de sterren van de hemel speel met gemiddelde moyennes waar je alleen maar van kan dromen. Terwijl zulke periodes altijd weer worden gevolgd door nog langere periodes waarin de resultaten ronduit beschamend zijn.
Statistisch is dit niet te verklaren. Ja, natuurlijk. Het kan een keer gebeuren dat de te raken bal bijna in het hoekje ligt en dat de gestoten bal toch nog kans ziet om, eerst links een halve millimeter, dan van achter een halve millimeter en weer terug rechts een halve millimeter, naast die bal te rollen zonder hem te raken. ‘Achterlangs’, heet dat. En dat roept iedereen dan ook als dat gebeurt.
Maar als dat vijf keer in een half uur gebeurt ga je niet alleen twijfelen aan jezelf maar vooral ook aan de hogere machten die vanuit onbespiede krochten de kansen in het bilartzaaltje aan het uitdelen zijn.

En ja, natuurlijk is het je eigen stomme schuld als je ondanks een zogenaamde ‘makkelijke’ ligging van de ballen er toch nog 5 centimeter naast zit. Maar als dat tien keer op een middag gebeurt, moet er toch ergens stront aan de knikker zijn.
Gelukkig dienen zich dergelijke periodes niet alleen bij mij aan maar slaan ze ook met enige regelmaat toe bij mijn spelgenoten. Als dat gebeurt worden we steeds zwijgzamer en gaan de steeds spaarzamer wordende overwegingen tenslotte nog slechts over de wens naar huis te gaan. Of elders wat te gaan sjoelen of klaverjassen.

Ook overkomt het ons, dat we na een jammerlijke mislukking het vrouwelijke geslachtsdeel zachtjes voor ons uit nog wel eens met een drieletterig woord willen aanduiden. Waarom? Wat heeft dat er nou mee te maken?
Of, en dat gebeurt vaker, verzoeken we Onze Lieve Heer ons te verdoemen om aan te geven, dat ons spelniveau van een dergelijke kwaliteit is, dat onze opname in de Heerlijkheid geen enkele zin meer heeft.

Onlangs gaf de voorzitter van de bejaardensoos, zèlf een enthousiast gebruiker van beschimpingen en verdoemingen, aan dat het zo niet langer kon. En hoe hij op het geniale idee kwam weet ik niet, maar hij stelde voor om in dergelijke gevallen in het vervolg geen scheldwoorden meer uit te spreken maar namen van Zeeuwse badplaatsen. Maar dan wel met de typische nadrukken en accenten die originele vloeken zo kenmerken.
Dóm-bur-reg!, bijvoorbeeld.
Of: Rè-nès-sè!
Nou, dat voorstel ging erin als een borrel in een oude man. En wàt een baplaatsen telt Zeeland trouwens.
Hóe-de-kens-kèèè-re-ke!
Zie-rik-zééé, nog an toe!
Bááááárland!
Brèsjens!
Càd-zànd!
Oóóóst-Kapèlle!

Gelukkig zijn er ook periodes dat we de sterren van de hemel spelen. De ene carambole na de ander. Serie van zes, zeven zijn dan geen uitzondering. Zulke periodes gaan niet gepaard met gesteun, gevloek of topografische overzichten van de Zeeuwse badplaatsen. Integendeel.
Tijdens zulke periodes zijn we stil, glimlachen we af en toe nauwelijks merkbaar en vleien onszelf met de gedachte dat er eindelijk, eíndelijk gerechtigheid plaats vindt.
 
Geplaatst op: Donderdag 18 oktober 2018 om 08:00 uur
1470139
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld