|
Al wat vliegt, rent, kruipt, tiert en zwemt
(Uit: Branding, 3e kwartaal 2006)
Op onze wekelijkse wandeltochten door Zuid-Holland genieten mevrouw Pasgeld en ik van alles wat er maar te genieten is. En dat is nogal wat. Klauteren we niet over een spoorweg door de Drooggemaakte polder nabij Noukoop dan zijn we wel te vinden op het Kerkepad dat ons voert van Gelderswoude naar de oevers van de Ommedijkse Watering. Of we proberen op de hoek van de Lange Tiendweg en de Snippejagerskade bij Gouderak mijn digitale kompas. Want na uren dwalen willen we natuurlijk wel weer eens weten waar we zijn. Voordat we vertrekken kijk ik nog snel even op internet of er in de omgeving waar wij ons denken te vertreden niet iets georganiseerd of gevierd wordt. Want dat moeten wij niet hebben. Liever geen handgedraaide, oude ambachten in Delfgauw. Of een natuurbelevingsprogramma aan de oevers van de Zweth. Ook informatiecentra of kaarten met ‘Hier bevindt u zich’ onder rustieke houten afdakjes of schuine, op lage paaltjes opgestelde, in transparant plastic gevatte, gegevens over historie en geologische gesteldheid van het wandelterrein, met daaronder enige afbeeldingen van vogels, mijden wij als de pest. Zijn wij dan geheel van God verlaten en wars van iedere menselijke inbreng? We dachten van niet. Als we op onze wandelingen toevallig een menigte treffen die zich te Stolwijk onledig houdt met de huldiging van een inwoner die op de Olympische Spelen bijna de bronzen medaille synchroon zwemmen heeft behaald, zijn we de koning te rijk. En als we toevallig stuiten op een gezelschap Nordic-walkende dames dat zich te Oude Leede met vuur en verve overgeeft aan de rite van de zogenaamde dopwissel, (dat is, dat er bij overgang van een verharde weg naar een onverharde, of andersom, andere rubber doppen op de stokken moeten worden bevestigd) dan kijken mevrouw Pasgeld en ik ademloos toe. Als waren wij getuige van het ritueel van een mystieke sekte in het hooggebergte van Bhutan. Ook de traverse van een overvolle huifkar door het Bieslandse Bos heeft onze volle aandacht. Hoe kan het zijn, denken wij vertwijfeld, dat personen in de kracht van hun leven zich hudje mudje urenlang met de snelheid van een aangeschoten schildpad schommelend en hotsend door het struweel begeven en daar nog voor wensen te betalen ook? Terwijl de volledige vrijheid en het totale zelfbeschikkingsrecht zich gratis op nog geen drie meter van onder de huif vandaan bevinden? Zo verwonderen mevrouw Pasgeld en ik ons over veel van wat we onderweg tegenkomen. En als het menselijke bedrijf zich toevallig eens niet manifesteert is dat mooi meegenomen. Dan heeft de natuur onze volle aandacht. Maar vraag ons niet naar namen. Alles wat we zien vliegen, rennen, kruipen, groeien, zwemmen, zoemen, kwaken of anderszins van zijn aanwezigheid kennis geeft, laten we onbekommerd tot ons komen. Ooit torsten wij handige fora’s en uitklapbare vogelboeken met ons mee. Maar we keken meer in de boeken als om ons heen. En wat kan het eigen schelen of het kiekendief, waterral of gekraagde braamsluiper heet. En wat maakt het nou toch eigenlijk uit of er guldenroede, mattenbies of ziltgerande schijnspurrie rond onze voeten tiert. Al die etikettering is slechts dikdoenerij van de dorknopers onder de liefhebbers. Is slechts een armoedig surrogaat voor het Grote Wonder in het algemeen. En een substiuut voor al die onuitsprekelijke verscheidenheid, die zeldame vormgeving en die onmetelijke rijkdom aan kleur in het bijzonder. Al die pracht. Iedere week gratis. Urenlang. Daar heb je toch geen VVV of een routebeschrijving bij nodig?
Geplaatst op: Zondag 5 november 2006 om 16:45 uur
|
253945
bezoekers |