Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Als een vis in de badkuip

Zo niet dagelijks, dan toch regelmatig neem ik een bad in de badkuip. Niet om schoon te worden maar gewoon omdat dat lekker is. M’n gedachten gaan dan uit naar de vreugde van het leven en niet zelden val ik in een droomloze slaap.

In ieder geval moet ik tijdens het nemen van een bad altijd even denken aan vroeger. Niet aan het recente of nostaligische verleden maar aan miljoenen jaren geleden. Toen we nog echt als vissen in het water zwommen. En dan neem ik een paar proeven.
Eerst ga ik plat met m’n rug op de bodem van de badkuip liggen met alleen m’n hoofd boven water. En laat m’n hele lijf zo zwaar zijn als het maar kan. Dan adem ik langzaam, maar zo diep mogelijk in. Zodat m’n longen helemaal vol lucht zitten.
En zie: langzaam komt m’n hele lijf naar boven! Ik zweef in het water! Zonder er wat voor te hoeven doen. Waarschijnlijk heeft mijn lijf met al die lucht erin een soortelijk gewicht van iets minder dan één. Iets lichter dus dan het water.
En zo zweef ik als een vis in de badkuip.

De tweede proef is wat ingewikkelder. Ik lig in de badkuip en zorg ervoor, dat mijn hoofd en voeten boven water respectievelijk op het boven- en ondereinde van de kuip rusten. Vervolgens ga ik mijn benen tegen elkaar ‘passen’. Eerst de rechterkant van mijn linkerhiel schuin tegen het onderste midden van mijn rechtervoet. Dan past de ‘bal’ onder mijn rechter-grote-teen precies tegen het rechtermidden van mijn linkervoet. Vervolgens leg ik mijn rechterhiel boven mijn linkerhiel tegen de linkerachillespees. Dan sluit ik mijn kuiten naadloos tegen elkaar: de rechterkuit iets hoger dan de linkerkuit. Dan het linkerdeel van rechterknie iets boven rechterdeel van linkerknie.
Het lijkt allemaal ingewikkelder dan het is. Het wijst zich vanzelf als je begrijpt wat ik bedoel.
En zie: zo sluiten beide benen volstrekt naadloos tegen elkaar aan: dat heeft vroeger, miljoenen jaren geleden dus, aan elkaar vastgezeten. Dat kan bijna niet anders. Met alleen de tenen van de linker en de rechtervoet los. Het ene stel tenen iets hoger dan het andere: vinnen dus! Die vinnen bewoog je vroeger, toen je nog een vis was, aan het eind van je lichaam heen en weer en ja hoor: je ging vooruit, door het water. Hoe meer je je tenen bewoog, hoe harder je ging. Dat was soms echt wel nodig. Want er waren natuurlijk nog veel grotere vissen. En die lusten je graag!

De derde proef lijkt veel op de tweede. Maar dan met de armen langs het lichaam. Als je eenmaal door hebt hoe je de botjes van je ellebogen precies tegen je leest, net boven je heupen moet houden, volgt ook hier de rest vanzelf. Vanaf je oksels tot je pols stijf tegen de zijkanten van je lichaam. Ook hier past het naadloos. Alleen je handen en je vingers dus weer los. Wat dat zijn weer vinnen. Vinnen ter hoogte van je dijbenen. Zoals een vis behalve vinnen aan het eind van zijn lichaam ook vinnen op z’n rug en onder z’n buik heeft.

En zo lig ik in de badkuip net te doen alsof ik een vis ben. Het enige verschil is, dat ik niet vooruit kom.
En daarom ga ik na mijn dagelijkse bad altijd maar een eindje wandelen.
 
Geplaatst op: Donderdag 30 juli 2020 om 08:40 uur
1793958
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld