Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Als het maar Haags is

Alles in Den Haag dient tegenwoordig het stempel ‘Haags’ te krijgen. Zweemt, riekt, neigt of lijkt het ook maar enigszins op iets in of uit Den Haag? Hupsakee. Dan zal het Haags zijn ook. Snuit iemand zijn neus in Den Haag? Kijk eens aan: Haags snot in een Haagse zakdoek. Verliest iemand zijn verstand in Den Haag? Dan is het hoogstwaarschijnlijk Haags verstand. En zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Dat doen we dan ook. Want het Haags Historisch Museum nodigt Hagenaars uit om bijzondere voorwerpen uit Den Haag te tonen. Bij elk ‘topstuk’ hoort dan een persoonlijk Haags verhaal. Mensen die dat doen, komen dan met hun Haagse verhaal en hun Haagse voorwerp in het Haagse katern van het Algemeen Dagblad. Nee. Niet in de Haagse Courant. Het zou een idee zijn. Dat iemand zich met een echte oude Haagsche Courant meldt bij het Algemeen Dagblad. Met een echt persoonlijk Haags verhaal over de teloorgang van die krant.
Wel stond de vorige week een fikse foto van de 69-jarige Jaap Veldhuis Kroeze in het Algemeen Dagblad. Op de foto is duidelijk te zien, dat hij als Haags ‘topstuk’ een zelf-gefiguurzaagd eierrekje met demontabele kuikens in zijn linkerhand heeft.

Een zelf-gefiguurzaagd eierrekje met demontabele kuikens!
Zestig jaar geleden gezaagd in het jeugdhonk De Horizon te Loosduinen. En dus typisch Haags. In zijn rechterhand houdt Jaap Veldhuis-Kroeze trots een figuurzaagbeugel. Ook al zo’n typisch Haags stukje gereedschap. Het lijkt of hij daarmee het bewijs wil leveren dat hij zijn zelf-gefiguurzaagde eierrekje met demontabele kuikens ook inderdaad zelf gefiguurzaagd heeft. Volgens mij is dat niet nodig. Ik geloof hem op zijn woord. Wie anders dan Jaap Veldhuis-Kroeze had zo’n prachtig, typisch Haags kleinood kunnen maken?
Het rekje en de kuikens zijn geel geverfd. Het standaardje aan de onderkant rood. ‘Met echte plakkaatverf’, vertelt Jaap erbij in zijn persoonlijke Haagse verhaal. Echte Haagse plakkaatverf natuurlijk. ‘Het potlood dat je gebruikte om de figuren eerst op het hout te tekenen, mocht je houden’, gaat Jaap verder. ‘Dat was wat, want je had helemaal niks in die tijd. Er was geen geld’.

De mensen, die het Haags Historisch Museum over pakweg driehonderd jaar bezoeken en dan ongetwijfeld aandachtig die beschrijving bij dat eierrekje lezen, zullen ervan overtuigd raken, dat het ooit een typisch Haags gebruik was om de kinderen het potlood waarmee ze op het hout tekenden, te laten houden. En verder zullen ze met stomheid zijn geslagen door de mededeling dat er omstreeks 1948 in Loosduinen geen geld was. Zelf geen Haags geld.

Ik weet zelf ook nog wel iets voor het Haags Historisch Museum. Een typisch Haags kinderversje, dat omstreeks 1300 buitengewoon hartstochtelijk ten gehore werd gebracht door Haagse wezen op het Tenierweitje en de voormalige Hannemanberg. Om redenen van chauvinisme pas ik de tekst wat aan. Maar het ging ongeveer zo:

‘Hier is de sleutel van de ‘s-Gravenhaagse Berg.
Op de ‘s-Gravenhaagse Berg wonen ’s-Gravenhaagse kinderen.
En die ’s-Gravenhaagse kinderen eten ’s-Gravenhaagse pap,
Met een ’s-Gravenhaagse lepel,
Uit een ’s-Gravenhaagse nap’.

Echt Haags.
En daarom ook leuk voor het Haags Historische museum.
Geplaatst op: Vrijdag 16 mei 2008 om 10:43 uur
383381
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld