Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Als je maar fietst

Fietsen doe je voor je plezier. En als je dat niet doet kan je maar beter in een auto in de file gaan staan. Dat is namelijk een prima plek om te overdenken hoe je voortaan wat meer plezier in je leven zou kunnen hebben.
Sommige fietsers fietsen om van A tot B te geraken. Dat is eigenlijk ook al niet goed. Want dan heb je een doel voor ogen. En einddoelen werken voor fietsers als oogkleppen waardoor je niet meer goed om je heen kan kijken. Dat kan je goed zien aan wielrenners. Daarom pleit ik ervoor om alle richtingaanwijzers voor fietsers bij het groot vuil te zetten. Plaatsnamen en straatnaambordjes idem dito. En die idiote route-wegbewijzeringen vooral. Op de schroothoop ermee. ‘U nadert knooppunt 87!’. Potjandorie. Wat kan mij dat schelen. Soms zie je hele clubjes fietsers op knooppunt 87 langdurig gebogen over kaarten om erachter te komen hoe ze op knooppunt 88 terecht kunnen komen. Wat hadden ze in die tijd kunnen genieten van de echte omgeving! Geloof me. Waar anderen voor je bepalen wat je interessant moet vinden tijdens het fietsen, kan je maar beter wegwezen.

Het is trouwens ook niet wenselijk om van te voren zèlf te bepalen wat je leuk vindt. Want dat valt ook altijd tegen. Gewoon op de fiets stappen dus. En kijken waar de voorzienigheid je brengt.

Ik herinner me, dat ik op die manier ergens in Brabant terecht kwam in een hondenmuseum. Dat stond nergens aangegeven. Niet in reisfolders. Niet in fietsblaadjes. Niet op bordjes in de omgeving. Nergens. En ineens, in een piepklein dorpje, waar ik nooit terecht zou zijn gekomen als ik niet verdwaald was, zie ik op een huis een bord met daarop in prachtig handgeschilderd schuinschrift: ‘Hondenmuseum. Tweemaal bellen s.v.p.’ Ik kon de verleiding niet weerstaan. Het daarop volgende uur kreeg ik op de tweede verdieping een prive-rondleiding door een kamertje met een tiental opgezette honden. Zomaar! Geheel onverhoeds! Met een gratis kop koffie toe!

Een andere keer fietsten mevrouw Pasgeld en ik ergens in Zeeland door een buitenwijk van een klein stadje. Vermoeid zegen wij op een terrasje neer teneinde een consumptie te nuttigen. Toen wij gebaarden, dat wij wilden afrekenen, gaf de serveerster te kennen dat dat niet hoefde. ‘Hoezo?’, vroegen wij verwonderd. ‘Nou’, zei de serveerster. ‘Dit is helemaal geen terras. Gewoon een voortuin met een paar tafeltjes en stoeltjes. Ik woon hier en vond het wel grappig om u te verrassen.’

Hieruit mag blijken, dat zelfs het nadenken op de fiets af te raden is. Het komt altijd wel goed. Als je iedere keer maar weer gewoon doen wat je hart je ingeeft en niet bang bent voor de gevolgen. Linksaf. Rechtsaf. Rechtdoor. De heuvel op. De heuvel af. Met de wind mee. Tegen de wind in. Door een bos. Over zand. Langs het water. Wat kan het schelen.

Als je maar fietst.
Geplaatst op: Vrijdag 13 november 2015 om 08:15 uur
1793956
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld