Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Arbeidsvreugde

Als ik mijn ogen dicht doe zie ik die cartoon nog steeds voor me. Van Jos Collignon. Uit de jaren zeventig. Een klein roeibootje dat ‘Onderwijs’ heet, staat helemaal vol met deftige dames en heren en één klein jongetje. De dames en heren praten met elkaar of kijken naar boven. Niemand kijkt naar beneden. Behalve het jongetje. Dat ziet tot z’n grote schrik dat het bootje zo diep in het water ligt dat het weldra dreigt te zinken.
Toen al dreigde het onderwijs ten onder te gaan aan het geleuter van halve gare beleidsfunctionarissen die nauwelijks wisten hoe een klaslokaal er van binnen uitzag.

Het is er sindsdien bepaald niet beter op geworden.
Steeds meer mensen vertellen hoe het er in het onderwijs aan toe dient te gaan. Opdrachtleiders. Verandermanagers. Wethouders. Consultanten. Hoofden van staf. Mediators. Counselors. Raden van bestuur. Politici. Allemaal vertellen ze de mensen die het eigenlijke werk moeten doen, hóe ze dat moeten doen. Terwijl je dat eigenlijk het beste aan al die onderwijzers en leraren zelf kan overlaten. Toch? Want naast hun opleiding is de praktijk nog steeds de beste leerschool.

In de jaren zestig was ik onderwijzer. We vergaderden drie keer per jaar een half uur tussen de middag in het hoofdenkamertje. Drie keer per jaar! Kom daar nou eens om!
Wegens gebrek aan vergaderingen en bemoeizuchtigen had ik meer dan voldoende tijd om zèlf mijn lessen te verbeteren. Om zèlf na te denken hoe het leuker kon. En om af en toe op woensdagmiddag met de hele klas langs de Vliet te gaan vissen. Of op ouderbezoek te gaan om eens wat uitvoeriger stil te staan bij problemen van bepaalde leerlingen. En dat vond ik allemaal nog leuk ook.
Arbeidsvreugde heette dat toen.

Maar ja. Toen kwamen er ineens allemaal mensen in mijn bootje staan. En had ik mijn handen vol aan het uitvoeren van al die ideeën van die mensen. Resultaat: vergaderen, gewichtig doen, leerlingenvolgsystemen, blended learning, resultaatverantwoordelijk werken, eigentijdse professionaliteit, output, competenties, conceptionalisering. Terwijl ik die kinderen eigenlijk alleen maar taal, rekenen en dat soort dingen wilde leren. Begrijpt u wel? Nou ik niet. Ik had in ieder geval geen tijd meer om mezelf verder te ontwikkelen als leerkracht.
Ik gewerd tot een ledepop met touwtjes waar bemoeials aan trokken.

Een grappig voorbeeld van zo’n bemoeial is onze huidige staatsecretaris van Onderwijs. Sander Dekker. Zelf nauwelijks uit de luiers staat hij, samen met de deftige bemanning op het dek van zijn luxe jacht driftig te gebaren, en vooral niet naar beneden te kijken. En waarover gaat het?  Over wat 3-jarige peuters over zeventien jaar moeten kennen en kunnen. Over zeventien jaar!
Mogen die kinderen, samen met hun ouders en onderwijzers, dat misschien tegen die tijd, zélf nog een keertje uitmaken?

Arbeidsvreugde.
Het is een zeldzaam goed geworden.
Toch zie je in het onderwijs af en toe nog mensen die met plezier het gewone, echte werk doen.
Ik krijg steeds meer bewondering voor ze.
Geplaatst op: Vrijdag 6 maart 2015 om 08:18 uur
1793965
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld