Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Argwaan en zekerheid

In sommige supermarkten mag je tegenwoordig zelf je boodschappen scannen. Bij het afrekenen gaan ze er vanuit, dat je al je boodschappen eerlijk hebt gescand en hoef je alleen je scanner in te leveren waarna je het totaalbedrag van wat er op de scanner staat direct kan voldoen zonder dat je al je inkopen op de lopende band hoeft te leggen en, nadat ze één voor één door de kassajuffrouw zijn gescand, weer in moet pakken.

Maar soms gaat het anders. Dan rukt de kassamedewerkster ineens je tas open en gaat ze met de scanner langs de streepjescodes van een willekeurig aantal boodschappen om te controleren of je niets bent ‘vergeten’. Of misschien zelfs bewust iets niet hebt gescand om zodoende het product gratis te verwerven.

Zo’n controle overkomt me nogal eens. En dan vraag ik vriendelijk aan de kassajuffrouw: ‘Alweer? Komt dat soms vanwege mijn ongunstig uiterlijk?’.
Waarop ze haastig verklaart, dat het slechts een steekproef is. Een steekproef die willekeurig wordt aangegeven door een robot in de kassa. En dat, statistisch gezien, iedereen door een dergelijk lot kan worden overvallen, geheel los van het uiterlijk dus.

Tijdens zo’n controle word ik geplaagd door de gedachte, dat ik misschien toch iets vergeten was te scannen. En wat gebeurt er dan? Bellen ze dan direct de politie? Of wordt, na de derde keer dat het niet klopt, mijn naam in grote letters bij de ingang gepubliceerd?
Tot nog toe klopte het altijd. Maar omdat die vraag mij bleef kwellen wilde ik opheldering.
‘Wat gebeurt er nou als het niet klopt?’, vroeg ik laatst.
Waarop de caissière antwoordde dat dan gewoon het nieuwe bedrag in rekening werd gebracht.
‘U gaat in zo’n geval dus niet van kwade opzet uit?’, wilde ik weten.
‘Welnee’, zei ze. ‘Iedereen vergeet wel eens wat. En dat is dan 19 euro zevenendertig’.
Ik overhandigde haar een biljet van 50 euro en zei, dat ik helaas niet kleiner had.
‘Dat geeft niks’, zei ze en haalde het biljet door de valsgelddetector. Maar die weigerde mijn goeie geld te accepteren. Ook niet toen de caissiere het weer probeerde. En nog eens. En nog eens. Steeds weer kwam mijn biljet met een vaartje terug in plaats van dat het doorgeschoven werd.
‘Een ogenblikje’, zei de caissiere en verdween van haar plek.

Wat nu? Zou ik nu aan de tand worden gevoeld door de bedrijfsleider? Over hoe ik erin was geslaagd een biljet zo knap te vervalsen, bijvoorbeeld? Of op welke machine ik de echtheidskenmerken van het biljet had gekopieerd?
Maar even later keerde de winkeljuffrouw weer alleen terug.
‘Nee’, zei ze. Bij de afdeling klantenservice en sigaretten doet-ie het ook niet’, waarop ze zich opnieuw verwijderde.
Angstig keek ik om me heen en verwachte nu iedere ogenblik groot misbaar van een stelletje wouten die zich met wapenstok en traangaspatronen een toegang verschaften tot de supermarkt teneinde zich, al dan niet met behulp van een nekklem, over mij te ontfermen.
Maar niets van dat al. Weer kwam de caissiere alleen terug.

‘Ik heb even geinformeerd’, zei ze. ‘En ik mag dit biljet toch aannemen’.
‘Gelukkig maar’, verklaarde ik geheel naar waarheid. ‘Want ik heb dat biljet, samen met nog twee andere briefjes van vijftig nog geen uur geleden bij een geldautomaat gepind’.
Ze drukte op een paar toetsen, de geldla schoof open, ze deed het briefje van vijftig erin en overhandigde mij het wisselgeld in de vorm van enkele muntstukken, een briefje van tien en een briefje van twintig.
‘Wacht even’, zei ik. ‘Zou u dat briefje van twintig en van tien nog even voor mij door de valsgelddetector willen halen? Want ineens krijg ik het gevoel, dat het niet helemaal goed zit.’
Daar moest ze om lachen. Ze schoof de biljetten door de detector en alles bleek gelukkig toch in orde.
Geplaatst op: Vrijdag 18 september 2015 om 08:36 uur
1793984
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld