Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Bereisde Roel

Dit jaar ben ik vanwege diverse redenen nog niet in het buitenland geweest. Op zich is dat wel spijtig. Graag wens ik immers zo af en toe over de muurtjes van het benauwde Nederland te kijken teneinde de blik te verruimen. Om bijvoorbeeld te ervaren dat nog lang niet alles op de wereld is verboden.
Mijn aanwezigheid in het buitenland is eerlijk gezegd nooit strikt vereist. En zelf heb ik ook nooit de neiging om mijn identiteit te ontlenen aan backpacking in de omgeving van Djibouti of een trekking om en nabij Minsk. Zo is ook het raften in een zijrivier van de Amazone even voorbij Manaus aan mij niet besteedt. En aan kite-surfing in de baai van Bosa te Sardinie of een trekking langs de zijderoute van Katmandu naar Kashgar moet ik al helemaal niet denken. Al was het alleen maar omdat mij voorbij Leidschendam al een gevoel van ontheemdheid bekruipt.

Toch had ik dit jaar het gevoel, dat ik wat miste. Het was moeilijk onder woorden te brengen. Maar het had te maken met mijn levensruimte in het algemeen en mijn mentale armslag in het bijzonder. Dus zon ik op mogelijkheden om mijn horizon te verruimen.
Derhalve begaf ik mij in de zomermaanden eens per week met mijn goede vriend Paul Waaijers naar het Binnenhof te Den Haag alwaar zich, zoals bekend, talrijke Chinezen bevinden om gedurende hun vakantie op hun beurt wat over de Chinese muurtjes van hun onmetelijke rijk te kijken. Met Paul sprak ik af dat wij ons aldaar zouden aanbieden om wat foto’s van groepjes Chinezen te maken. U kent dat wel. Er is een groepje Chinezen dat zich graag wil vereeuwigen nabij de Ridderzaal. Of bij de fontein op het Binnenhof. Of bij de haringkar op het Buitenhof. Maar de eigenaar van het fototoestel wil er zelf ook graag op. En dan ineens slenteren Paul of ik als bij toverslag toevallig langs en willen desgevraagd de camera van de Chinees wel even hanteren. Nee. We hoeven verder niks in te stellen of te verdraaien of te belichten. Alleen maar afdrukken alstublieft. Ja, natuurlijk. Loh wai mi chiu yin foe yong hai, mompelen we. Of iets dergelijks.

De Chinezen groeperen zich. En we drukken pas af als een van ons tweeëen zich ongemerkt en bescheiden, maar toch duidelijk zichtbaar, achter de groep heeft opgesteld. Alsof we onverbrekelijk deel uit maken van het gezelschap. Meestal proberen we als we op de foto komen op Chinees-ondoorgrondelijke wijze te glimlachen. Om er toch een beetje bij te horen. Maar vaak is dat niet eens nodig. De Chinezen zijn zo met hun eigen ontdekkingsreis in den vreemde bezig dat ze niet eens merken dat we achter ze staan. En zo maken we per dag zeker twintig foto’s. Ik van Paul. En Paul van mij. Tussen de Chinezen.

Nou zult u zich wel afvragen wat de lol daarvan is. Dat zal ik u eens haarfijn uitleggen. Wij mogen dit jaar dan misschien niet in het buitenland zijn geweest. Maar onze foto’s zijn inmiddels wel mooi tot in de verste uithoeken van China verspreid. Van Beijing tot Shanghai. Van Zhengzhou tot aan de zuidelijke oevers van de Amur. Van Zhalantun in Binnen-Mongolië tot de ommuurde vesting van Lhasa. En daar gaat het toch om? Dat je ergens bent geweest in je vakantie? Nou. En als er ergens in Turpan bij de Takla-Makan woestijn vakantieherinneringen worden opgehaald zal men zich bij het openslaan van het fotoalbum verbaasd afvragen wie dat toch is met die ondoorgrondelijke grijns op zijn gezicht daar achter het reisgezelschap bij die fontein op het Haagse Binnenhof. Het antwoord zal in Turpan misschien wat langer op zich laten wachten. Maar verder is er geen twijfel mogelijk. Het is Paul Waayers! Het is Pasgeld! De twee fameuze bereisde Roelen die zich thans in de verste uithoeken van China openbaren. En die zich binnenkort over de hele wereld zullen manifesteren.

Kijk. Dat is pas reizen. Dat is de blik verruimen. Zelfs al krijg ik het voorbij Leidschendam al benauwd.
Geplaatst op: Zondag 17 september 2006 om 14:02 uur
383380
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld