Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Bewaren of weggooien (2)

Vorige week haalde ik op deze plaats een aantal citaten uit mijn archief aan waarvan ik me vertwijfeld afvroeg of ik ze moest bewaren of weggooien. Wat maakt iets uiteindelijk de moeite waard om het te bewaren, was de vraag. Ik kwam er niet uit. Uw behulpzame reacties die daarop volgden, maakte mijn twijfel alleen maar groter.
Hier nog een paar van die kwesties:

● Een hele map krantenknipsels waarin verslag werd gedaan van een sit-down demonstratie op 9 november 1964 op het Haagse kruispunt Laan van Meerdervoort-Anna Paulownastraat. ‘Ban de Bom!’, was overgewaaid uit Engeland en geïmporteerd door een aantal Haagse scholieren waaronder Roel van Duin (van Provo) en ikzelf. We werden in arrestantenbusjes naar het politiebureau geleid en nog dezelfde dag (snelrecht) veroordeeld tot het betalen van 25 gulden wegens het ‘ophouden van het verkeer’. Dat werd later in hoger beroep met een tientje verminderd tot 15 gulden. De rechter: ‘Uw wijze van demonstreren schiet haar doel voorbij’.
Kom daar eens om in 2020.
Maar moet ik daarom al die knipsels bewaren?

● Een oorlogsrecept op rijm van mijn moeder uit augustus 1941:
‘Wie voedzaam eten wil
Kookt piepers in de schil
En gooit z’n gort- of groentewater in een pan.
Met soepgroente of een smaakje
En met een Maggiblokje maak je
Daar een vitaminehoudend soepje van’.
Misschien bewaren voor als er weer eens oorlog komt?

● Een boekje waarin alle ‘handgrepen’ waren opgesomd, die mijn moeder in haar verpleegstersopleiding in de periode 1935-1938 had moeten leren, voor ze haar diploma en verpleegsterskruisje kreeg. Bij de niet-verplichte handgrepen, die ze tòch had geoefend, werden onder meer genoemd:
‘Ontluizen’.
‘Kruikenzweetbad geven’.
‘Oren uitspuiten’.
En ‘Lintwormkop en galstenen in de ontlasting zoeken’.
Weggooien maar, dacht ik zo.

● Een brief van mijn oma Antje uit Purmerend die ze op 22 november 1944 naar haar zoon in Den Haag schreef:
‘Deze week is er in Purmerend een fiets van een Duitse soldaat gestolen. En nu moeten 10 burgers ieder een goede fiets inleveren want anders komt er huis-aan-huis een algemene fiets-vordering. Wij hebben jouw fiets (die van mijn vader dus) uit elkaar genomen en weggemoffeld. Die vinden ze dus niet zo gauw’.

● Uit het opstellenschrift van mijn tante Bets toen ze in 1923 in de hoogste klas van de lagere school zat en over haar vakantie in Katwijk schreef:
‘Soms riepen we, als we naar het strand liepen en er een kar, auto, of ruiter langs kwam: ‘Hallo, mogen we meerijden?’. Het mocht natuurlijk nooit. Maar eens werden onze kwajongensstreken beloond op een manier die iedereen jaloersch zou maken. Op een keer stond er een auto werkelijk stil, een prachtige licht-beige, open auto. ‘Waar willen jullie naar toe?’vroeg de bestuurder toen hij het portier voor ons opende. ‘Naar het strand’, riepen wij. ‘Stap maar in’, zei hij.
Onze gezichten straalden gewoon’…..

● En dan de vakken waarin een andere tante van me in de derde klas van de lagere school onderricht kreeg. Uit een rapport van haar uit 1899 bleek dat ze, naast de huidige, nog steeds bestaande vakken, ook nog onderricht kreeg in:
Spraakleer, spelling, stijloefeningen, letterkunde, vormleer, stelkunde, zangkunde (naast zingen), vrouwelijke handwerken, pianospel, uitdrukking van gedachten en spreken.

Waaruit maar weer eens blijkt dat vroeger heus niet àlles beter was. Maar wel bìjna alles.

Wordt vervolgd
 
Geplaatst op: Donderdag 9 juli 2020 om 08:09 uur
1821727
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld