Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Bewaren of weggooien (slot)

De vorige week ging het over paperassen waarvan ik absoluut niet wist of ik ze moest bewaren of weggooien. Deze week is het anders. Deze week gaat het over dingen. Voorwerpen. Die ik ook al lang in mijn bezit heb. Maar waarvan ik wel degelijk besef, dat ik ze vooral nooit moet wegggooien.

● Zo is daar bijvoorbeeld een schilderij van de tweede man van mijn bet-overgrootmoeder Trijtje Takos Walstra. Hij heette Oene Romkes de Jongh (gestorven in 1896) en schilderde vooral stadsgezichten. Het schilderij dat ik uiteindelijk erfde heet ‘Gezicht op de Westertoren in Amsterdam’. Het spreekt mij absoluut niet aan. Maar het staat al jaren op de overloop op zolder omdat het nogal hoog is getaxeerd: 3000 euro. Dus heb ik het voor 600 euro laten restaureren met het vooruitzicht, dat het daardoor nòg meer waard wordt.
Zo zie je maar weer. Ook bij het bewaren of weggooien draait het uiteindelijk om geld.

● Van een geheel andere orde is het speldje, dat mijn moeder ontving toen ze als kersverse verpleegster haar diploma ‘gewone ziekenverpleging’ontving. Een speldje met een zilveren kruisje. Het was indertijd verplicht om gedurende de uitoefening van haar beroep dat speldje zichtbaar te dragen. Laatst deed ik het doosje waar dat speldje in zat weer eens open om het te bekijken. Toen pas viel me op, dat er een briefje bij zat. Met de tekst: ‘Om de waarde van dit zilveren speldje hoog te houden, is het noodzakelijk dat uw nabestaanden het bij uw overlijden weder inleveren bij de Hoofdinspecteur der Volksgezondheid. Na overlijden dus onmiddllijk opzenden aan de Geneeskundige inspectie, Raamweg 3, ’s Gravenhage’.
Opsturen? Ik ben er gek. Ik kan de waarde van dat speldje best zelf hoog houden. Bewaren dus.

● Weer iets anders is een handgeschreven oprichtingsakte van het Haagsche Genootschap uit 1787 met een indrukwekkend lakzegel eraan. Ooit zat ik op de Kweekschool van dat Genootschap en later was ik zelfs 25 jaar questor (penningmeester) van dat zelfde Genootschap, dat indertijd ooit opgericht was om, aldus de akte, ‘het hand over hand toenemende Ongeloof en Zedenloosheid te bestrijden en den verderflijken invloed van dit kwaad met verëenigde kragten tegen te gaan en zoo veel mogelijk te stuiten’.
Op de een of andere wijze kwam die akte in mijn bezit. Nou ja, bezit. Ik ervoer het meer als beheer. Daarom bewaar ik binnenkort die akte niet meer zelf maar gaat hij naar waar hij thuishoort: het gemeentearchief van Den Haag.
Waar hij nooit meer weggegooid zal worden.

●Nòg een verpleegsterspeldje van mijn moeder. Ook van zilver. Met rondom de tekst ‘Het Nederlandse Roode Kruis en Sanguine sanguinem sananti’ (bloed genezend bloed) en een reliefafbeelding van een pelikaan die haar drie jongen met bloed voedt.
Dergelijke speldjes worden op Marktplaats aangeboden voor 2,75 euro.
Maar wegdoen? Nooit!

●En dan natuurlijk de kristallen bierpul met zilveren deksel van de vader van de broer van mijn opa Ravensteijn, Gottfried Meijer.
Met op de deksel de inscriptie ‘Gottfried Meijer, Düren, 1883’.
Waar is de tijd gebleven dat men zijn naam op z’n bierglas graveerde.
Die tijd komt nooit meer.
Bewaren dus.
 
Geplaatst op: Donderdag 16 juli 2020 om 08:50 uur
1845118
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld