Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Bij Marnix thuis

Wethouder Marnix Norder is van plan de autosloperijen, betoncentrales, afvalverwerkingsbedrijven en huisvuiloverslagen uit de Binckhorst te verplaatsen naar Rijswijk, Voorburg-Leidschendam, Pijnacker en Nootdorp. Zodat de Binckhorst weer een prachtig mooi en schoon bedrijventerrein kan worden.

Ik bel aan. Met een brede grijns doet Marnix open.
‘Goedemorgen Pasgeld. Waarmee kan ik je van dienst zijn?’
‘Dag Marnix. Nou eh, kijk. Het geval is dat ik, en ik denk ook een heleboel andere mensen, zouden willen weten of je dat bij je thuis nou ook doet.’
‘Wat doet?’
‘Nou, je eigen rotzooi bij iemand anders in de achtertuin flikkeren’.
‘Ja hoor’, zegt Marnix monter en nodigt mij met een weids gebaar uit de gang door te lopen naar zijn achtertuin. Daar aangekomen kan ik mijn bewondering niet onderdrukken. Eerlijk is eerlijk. Wat een prachtige tuin. Borders vol rozen, schaduwrijk lover, glooiende gazons, een gezellig terrasje met tuinstoelen en parasols en kijk, daar wappert een schoon clownspak aan de waslijn.
Schitterend’, zeg ik.
‘En kijk nou eens over de schutting’, nodigt Marnix me uit.

Ik ga op mijn tenen staan en kan net over de schutting heen een blik in de tuin van de buren werpen. Niet dat dat nodig is. Er ligt al rotzooi genoeg. Smerige ouwe bankstellen boven op bergen vies zand. Grote brokken puin her en der verspreid tussen kapotte wastafels, en vermolmde raamkozijnen. Tussen alle afval ontwaar ik de schamele resten van een gescheurd goochelaarspak.
‘Jemig’, roep ik. ‘Wat een puinhoop. En wat vindt de buurman daar nou van?’
‘Ik heb het hem nog nooit gevraagd’, antwoordt Marnix. ‘Maar hij roept steeds dat ik mijn eigen problemen op mijn eigen grond moet oplossen. Ik begrijp er niets van. Want het is mìjn probleem toch niet als mijn troep bij hém in de tuin ligt?’
‘Maar je blijft toch gewoon je rotzooi in z’n tuin gooien?’
‘Natuurlijk’, schatert Marnix. ‘Ik ben veel groter en sterker dan mijn buurman’.

‘Maar’, zeg ik, en ik aarzel verder te gaan, ‘is het nou niet een beetje, eh.. a-sociaal om al die rotzooi over de schutting bij de buren te gooien? Ik bedoel, als iedereen dat zou doen wordt het toch een grote puinhoop overal?’
‘Juist’, antwoordt hij. ‘En om daar een eind aan te maken moet je er niet over kletsen, maar gewoon doen! Daadkracht. Wow. Daar gaat het om. Hoe kan ik mijn werk nou doen als mijn buren steeds maar zitten te klagen en te zeiken? Hoe kan ik van Den Haag nou iets behoorlijks maken als er mensen in die stad wonen?’
‘Maar’, zeg ik, en weer aarzel ik, ‘het gaat toch ook een beetje om die mensen? Dat de mensen toch ook een beetje plezierig wonen en dat er niet steeds van alles in de weg staat vanwege jouw plannen?’
‘Juist’, antwoordt Marnix. ‘En daarom heb ik besloten om nog net vóór de verkiezingen bekend te maken dat ik beter zal gaan luisteren naar wat de mensen dwarszit. Daar heb ik nu alle tijd voor. Het merendeel van mijn goede werken is immers toch al klaar om te worden uitgevoerd.’

Met een brede grijs laat Marnix mij weer uit.
Geplaatst op: Vrijdag 18 september 2009 om 09:24 uur
383380
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld