Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Binnenkort thuisgestuurd

Zojuist heb ik de afstudeerscriptie van mijn inmiddels 28-jarige zoon doorgenomen op eventuele taalfouten. Om te weten te komen hoe hij de correcties aangeleverd wil hebben bel ik hem.
‘Hallo kerel’, zeg ik als hij opneemt. ‘Ik ben klaar met nakijken. Het viel erg mee. Maar één ernstige taalfout op negentig pagina’s. Waarschijnlijk een verschrijving. Voor de rest alleen maar wat stijlfouten en paar zaken, die nèt iets duidelijker geformuleerd konden worden. Verder kan ik de inhoud van je scriptie natuurlijk niet beoordelen. Maar aan je taalgebruik zal het zeker niet liggen’.
‘Fijn’, zegt hij. ‘Bedankt voor de moeite. Als je………. O, jee. Heb je even een momentje?’. En dan valt hij weg.
‘Hallo!’, roep ik na een tijdje. ‘Ben je er nog?’.
Vaag hoor ik wat stemmen op de achtergrond.
‘Hallo’, roep ik nog eens.
Opnieuw gemompel. Het lijkt wel alsof hij met iemand anders aan het telefoneren is. Ik kan er niks van verstaan.
‘Zeg eens wat tegen mij’, vraag ik.
Opnieuw gemompel en dan ineens hoor ik: ‘…….binnenkort krijgt u het wel thuisgestuurd’.
Binnenkort thuisgestuurd? Binnenkort thuisgestuurd? Die zinsnede komt me bekend voor. Nee toch? Het zal toch niet?
‘Ja pa, hier ben ik weer’, klinkt het nu luid en duidelijk.
‘Wat was er toch aan de hand?’, vraag ik hem. Ik hoorde ineens heel vaag een soort gesprek’.
‘Ja’, zegt hij. ‘Dat klopt. Ik zat op m’n snorscootertje te bellen en ineens zat de politie achter me aan. Ik heb net een bon gekregen. Honderdzestig euro. Voor telefoneren tijdens het rijden. Alsof je een emmer leegkiept. De bekeuring krijg ik thuisgestuurd’.
‘Ja dat hoorde ik’, zeg ik, m’n verontwaardiging bedwingend.
‘Weet je wat’, vervolg ik. Ik betaal de helft. Want jíj hebt die overtreding weliswaar begaan. Maar als ìk je niet gebeld had, had je geen bekeuring gehad’.
‘Nou pa’, reageert hij, ‘dat is erg lief van je. Maar dat hoeft echt niet hoor’.
‘Nee. Dat doe ik gewoon. Ik duld geen tegenspraak’, zeg ik.
‘Nou ken ik je weer’, zegt hij voor we ophangen.

De volgende dag lees ik in de krant dat het nog een week duurt voordat het telefoneren óók op de fiets strafbaar is. Bellen op de fiets mag nog wel. Maar voor hoelang?
Ook de regels voor het rijden op een snorfiets veranderen tegenwoordig met de dag.
Om te snorfietsen moet je zolangzamerhand een schriftgeleerde zijn. Neem nou helmplicht. In Amsterdam wel. Elders niet.
Al dan niet verplicht op het fietspad. Ook zoiets. Straks mag dat, als het droog is nog wel maar als het regent niet meer. Telefoneren op een snorfiets mag trouwens nog wel. Maar dan handsfree en alleen als je rood haar hebt. Want dan zien ze je van verre aankomen.
En weet iemand nog hoe hard je op een snorscooter mag? Ik wel. Je mag er 35 kilometer per uur mee. Jazeker. Op de rollerbank van de politie. Maar op de weg, of het nou een fietspad of een rijbaan is, mag je maar 25 km/u.
Dat ligt bij een bromscooter wel even anders. Die mag binnen de bebouwde kom op de rijbaan 45 km/u en op het bromfietspad 30 km/u. En buiten de bebouwde kom zowel op het bromfietspad als op de rijbaan 45 km/u. begrijpt u wel? Nou. Ik niet.
Voor elektrische fietsen gaat het trouwens ook allemaal anders worden. Hoe? Dat is nog niet bekend. Wel is inmiddels uitgelekt dat het nóg ingewikkelder gaat worden dan dat het voor brom-, snor-, motor-, en ligfietsen nu al is.

Waarom schrijf ik dit eigenlijk op?
Uit verontwaardiging, denk ik. Ik heb hier in Zeeland namelijk ook een snorscooter. Steevast rijd ik daar nu al ruim tien jaar 40 km/u mee. Binnen zowel als buiten de bebouwde kom. Op fietspaden en op rijbanen. Als het regent en als de zon schijnt. Telefonerend of niet. Met een pet op of blootshoofds.
Altijd 40 km/u. Altijd voorzichtig. Nog nooit een ongeluk gehad. Nog nooit bekeurd.
En dan telefoneert mijn zoon eens een keertje op een snorfiets en gelijk, hupsakee, 160 euro boete.
Vandaar dat ik graag de helft betaal. Dat kan namelijk makkelijk van al die misgelopen boetes van mezelf.
 
Geplaatst op: Donderdag 4 juli 2019 om 08:09 uur
1601660
bezoekers
© 2019 - Julius Pasgeld