Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Bloemkool, bramen en Spaanse pepers

Uit: ‘Branding’ juli 2007

Laatst was er bij de Aldi een kasje in de aanbieding. Daarin kon ik in mijn achtertuin mijn eigen groente en fruit telen. Dat leek me wel wat. En het kwam bovendien mooi uit. Want de laatste tijd heb ik toch niks meer met supermarkten. Stel je voor: nooit meer afhankelijk van Albert Heijn en de C1000 voor mijn sperzieboontjes en koolrabi. Nooit meer ingewikkelde bonuskaarten en onnozele air-miles voor mijn peen en komkommer. Maar gewoon, fundamenteel, met je handen in de aarde van dicht bij het wonder der natuur aanschouwen. Opnieuw ontdekken dat tomaten en bloemkolen niet aan bomen groeien en dat augurken niet ontluiken in potjes met water.

Het kasje was verkrijgbaar als bouwpakket. Tijdens het in elkaar zetten ontdekte ik, dat ze bij Ikea wat dat betreft kleuterwerk leveren. Na drie dagen had ik het voor elkaar. Het stond tegen mijn schuurtje. Op het zuiden. Ik kon lucht zetten met een raampje in het dak en een soort rooster in de deur. Links en rechts had ik schappen gemaakt waar ik potjes met aarde op zette. In ieder potje zat weer wat anders. Wat, wist ik na verloop van tijd ook niet meer precies. Vooral niet toen het opkwam. Voor mijn geestesoog zag ik de paprika’s, de Spaanse pepers en de courgettes al in dichte trossen mijn kasje vullen. Met een beetje goede wil paste ik zelf ook net in het kasje. Omdat ik niet wilde dat mijn borelingen koud werden deed ik steeds de deur achter me dicht als ik bijvoorbeeld met de beregeningsinstallatie bezig was, die er bij was geleverd. Of wanneer ik met een stuk tuinslang een waterleiding en een kraan aanlegde in het kasje. Maar warm was het dan wel. Wat zeg ik, bloedheet. Op de thermometer die ik speciaal voor de gelegenheid had gekocht en op een van buitenaf zichtbare plek had gemonteerd steeg het kwik niet zelden boven de 45 graden.

‘Van het geld dat je zo langzamerhand in je eigen glastuinbouwonderneming hebt gestoken, hadden we onze behoeften aan groeten en fruit de eerstkomende vijftien jaar ook zonder bonuskaarten en air-milespunten bij Albert Heijn kunnen betrekken’, meende mevrouw Pasgeld, toen ze mij weer eens drijfnat van het zweet uit het kasje zag komen. ‘Dat was niet alleen gemakkelijker maar vooral ook véél goedkoper geweest’, voegde ze daar aan toe met een timing die een politicus niet zou misstaan.

Dat meende ik uit de grond van mijn hart te moeten bestrijden. Niet heel bijzonder vriendelijk hield ik haar voor, dat we tot nog toe al zes heerlijke aarbeien en vier komkommers van eigen grond hadden geconsumeerd. En dat er onlangs weliswaar een forse investering aan bestrijdingsmiddelen tegen slakken, zwarte bonenluis en valse meeldauw had plaatsgevonden, maar dat iedere startende ondernemer wel eens met tegenslagen te kampen had en dat ik niet van plan was bij de pakken neer te zitten. Laat staan bij de stokbonen die zich, kijk nou toch eens zelf, nu al geheel zelfstandig, nou ja, langs de stokken dan, op de koude grond tot anderhalve meter hoogte hadden ontwikkeld tot veelbelovende leveranciers van een smakelijk bijdrage aan ik weet niet hoeveel overheerlijke maaltijden. ‘En kijk eens naar de bloemkolen’, wees ik haar. ‘Die gaten in de bladeren, dat is helemaal verdwenen nadat ik maar liefs 47 zieltogende slakken heb verwijderd uit die blauwe korrels die ik had gestrooid’.

‘Maar je houdt helemaal niet van bloemkool’, zei mevrouw Pasgeld.
‘Daar gaat het niet om’, diende ik haar weliswaar nog steeds ernstig transpirerend maar wel waardig, zo meende ik zelf tenminste, van repliek.
Geplaatst op: Zaterdag 28 juli 2007 om 15:51 uur
384199
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld