Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Boekenweekhumor

Boekenweekhumor
(Uitgeproken ter gelegenheid van de Boekenweek op 18 maart 2007 in de bibliotheek aan het Spui in Den Haag)

Als het over humor moet gaan denkt men al gauw, dat men leuk moet zijn. Gelukkig heb ik dat niet. Maar voor het geval u denkt, dat ik vanmiddag leuk moet zijn, heb ik in mijn schuurtje een soort feestneus gemaakt.
Ik doe hem nu even op om hem te laten zien.

Dat doe ik nu niet om leuk te zijn, maar gewoon om u te laten zien, dat ik best wel een feestneus kan maken in mijn schuurtje.
Laten we het volgende afspreken: ik ga nu iets vertellen. En iedere keer dat ik denk, dat u denkt dat ik leuk moet zijn, doe ik hem even op. Dan ben ik dus in het licht van het thema van deze boekenweek ook af en toe even leuk geweest en dan hebben we dat ook weer gehad.
Want eigenlijk wil ik vanmiddag gewoon, serieus een paar momenten uit mijn eigen leven met u doornemen.Momenten waarin humor een belangrijke rol speelde. En waarom zou dat niet serieus kunnen, denk ik dan.
Ik begin bij mijn jeugd, ruim vijftig jaar geleden. Ik zat op de Montessorischool in de Abeelstraat in Den Haag. Op het schoolplein vertelden we elkaar moppen van het Pudding en Gisterensoort.
‘Een man wilde graag een keertje neuken en stak zijn stijve pik door een gat in een schutting en wachtte geduldig tot er een vrouw aan de andere kant langskwam die haar doos over zijn pik zou schuiven. Maar er kwam niemand. Alleen een hond die in zijn pik beet.
‘Kijk eens aan’, zei de man ‘Een kut met tandjes’.

Nou, vooruit nog een dan.
Een jongen, genaamd Kees, komt ’s avonds laat bij een klooster en vraagt daar om onderdak. ’s Nachts gaat ie zijn bed uit om te pissen. Op de gang komt hij een non tegen. De non schrikt als zij hem ziet en zegt: ‘Zijt gij een Geest en zoekt gij God?’
Kees zegt: ‘Nee. Ik ben Kees en ik zoek de pot’.

Dat, dames en heren, was mijn eerste kennismaking met humor.
Niet lang daarna bezocht ik het Daltonlyceum aan de Arondskelkweg. En nu we het toch over Kees hebben. Kees van Kooten zat daar ook. En Wim de Bie. Een klas hoger dan ik. Ik herinner me nog een buitengewoon humoristisch voorval uit die tijd, waarin Kees van Kooten en Wim de Bie een belangrijke rol speelden. Ik geloof niet, dat ze het er zelf in een van hun boeken ooit over hebben gehad. Dus u hebt hier nog een primeur ook. Het ging zo:
Een dag voordat de zomervakantie was geeindigd liet de concierge van de school Kees en Wim ongemerkt binnen. In die tijd hadden we van die schoolborden die voor elkaar hingen. Als dan het voorste schoolbord vol was, schoof de leerkracht dat bord naar boven en kwam het achterste, nog lege schoolbord naar beneden, klaar om beschreven te worden. Kees en Wim, voorzagen die laatste dag van de schoolvakantie het achterste schoolbord in elk lokaal van een forse pornografische foto en schoven het voorste schoolbord er weer voor. God mag weten, hoe ze aan al die foto’s kwamen want alleen al een foto van een beetje blote tieten was in die tijd, we spreken over 1958, een zeldzaamheid.
Goed. De eerste schooldag begon. Ik zat in het lokaal waar juffrouw Van Haaften aardrijkskunde gaf. Dat was een wat oudere, ongetrouwde dame, die in geen enkel opzicht vooruitstrevendheid of tolerantie uitstraalde. Enfin, u begrijpt het al: ze schreef allerlei dingen op het bord en toen dat vol was schoof ze het nietsvermoedend naar boven waardoor ze ineens, o gruwel, oog in oog stond met een vrouw, die haar mond vol had met een niet onbelangrijk onderdeel van het mannelijk lichaam. Verstard van schrik bleef ze staan, barstte toen in gierend gesnik uit en verliet het lokaal om daar de hele dag niet meer terug te keren. In andere lokalen gebeurde op verschillende tijdstippen iets dergelijks.
Kijk. Zoiets vind ik nou humor.

Wat ik ook wel humor vond, en nu gaan we met grote stappen door de tijd heen, was die kwestie met die die sigaar van Bill Clinton.
Oke. Oke. Alweer sex. Maar dat komt, omdat er maar een ding leuker is dan humor. En dat is sex. Echt. Ik wil helemaal niet leuk zijn. Ik wil het vanmiddag eigenlijk alleen maar over sex hebben.
Die sigaar van Clinton dus. Ik schreef er in 1998 zelf maar een column over omdat verder niemand er toen de humor van kon inzien. Die column werd echter geweigerd door de hoofdredactie van De Posthoorn. Ze vonden hem te onfatsoenlijk. U bent vast wel benieuwd, wat de hoofdredactie van de Posthoorn te onfatsoenlijk vindt. Daar gaat ie dan.

Sigaren
Wat is er nou toch zo leuk aan om een sigaar in een vrouw te steken, zo vroeg ik me af toen ik las over de affaire Monica Lewinsky. Ik kon me daar absoluut niets bij voorstellen. En voordat ik mevrouw Pasgeld zou verzoeken tot enige praktische assisentie bij het oplossen van dit vraagstuk, besloot ik wat kennis op te doen bij de sigarenzaak op de hoek.
Er waren panatella’s, senorita’s, sprietjes, corona’s, havanna’s en tuitknakjes. Tuitknakjes? Het zou toch niet zo zijn, dat Clinton met zijn tuitknakje tot Monica was ingegaan? Tuitknakjes, zo zei de sigarenhandelaar , die overigens niet op de hoogte was van mijn specifieke oogmerken, moeten aan de dunne kant aangestoken worden. Want anders rolt het dekblad af en komt er overal tabak los. ‘Nee, liever geen tuitknakjes’, haastte ik mij te verklaren.
Senoritas vielen ook af. Dat zou zoiets zijn als een sigaar in eigen doos. Mijn oog viel op een prachtig kistje met 25 Monte Christo’s in de A-klasse. Dat kostte 1425 gulden. Het was niet dat ik mevrouw Pasgeld dat niet gunde, maar het leek me toch iets te begrotelijk in verhouding tot de volstrekt onzekere uitkomsten van mijn beoogde proef.
Na de diverse soorten sigaren zag ik mij gesteld voor een groot assortiment aan merken. Er was Balmoral, Agio, Willem II, La Paz, Panter en Ritmeester. Ritmeester leek me wel toepasselijk, maar uiteindelijk verliet ik de zaak met een verscheidenheid aan Havanna’s, Long Corona’s, Wilde Sprieten, en Panatella’s. Zo was er ook voor mevrouw Pasgeld nog wat te kiezen.
Eenmaal thuis ervoer ik een zekere schroom om de kwestie aan de orde te stellen. Mevrouw Pasgeld was nog geheel onkundig van het experiment en het leek wat cru om de zojuist aangeschafte rookwaar zomaar, bij wijze van suggestie, op haar nachtkastje te deponeren. Dat lukt met spannende lingerie misschien. Maar niet met sigaren. Zoveel wist ik ook nog wel van vrouwen.
‘Wat vind jij nou eigenlijk van die sigaar van Clinton’, vroeg ik haar op een strategisch moment nadat we enige glaasjes hadden genuttigd.
‘Mevrouw Pasgeld antwoordde: ‘Iedere idioot mag van mij doen wat hij wil. Maar ik moet er niet aan denken.’
Dat was nauwelijks een bemoedigend begin. Maar ik hield aan. ‘Ben jij niet benieuwd naar het gevoel dat Bill en Monica moeten hebben gehad toen hij een sigaar in haar stak’, zei ik.
Mevrouw Pasgeld keek me eens aan en zei: ‘Ik ben niet nieuwsgierig naar het gevoel van wat dan ook in mijn lijf, behalve datgene waar jij op de meest natuurlijke wijze voor kan zorgen.’
Dat was natuurlijk wel een geweldig compliment maar in het kader van mijn onderzoek schoot het weinig op. Het was even stil. ‘Hoezo?’, vroeg ze.
‘Ja, eh, kijk. Ik, eh... ik heb eh... Ik heb vanmiddag wat sigaren aangeschaft. Er zijn ook hele kleintjes bij hoor.’
Zelden heb ik mevrouw Pasgeld zo hard horen lachen. Ze lag zowat onder tafel. En toen ze even later weer wat bijgekomen was, bleek het ook zonder sigaren best te gaan.
Maar ja. Ik zat na afloop wel met een flinke hoeveelheid overtollige pantanella’s, havanna’s en wilde sprieten.
En ... een tuitknakje.

Dat mocht dus niet van De Posthoorn. Later mocht er nog veel meer niet van de Posthoorn. Ik schreef ooit eens over het sex-leven van burgemeester Deetman en zijn vrouw. Vrij gedetailleerd, moet ik erbij zeggen. En spannend. Zo liep de heer Deetman bij tijd en wijle bronstig en waggelend achter mevrouw Deetman aan die vrijwel nooit zin had. Pas aan het eind van de column bleek dat de heer en mevrouw Deetman de namen waren van de cavia’s van Junior. Mocht niet van de Posthoorn. Enige weken later werd die column in een ander blad gepubliceerd. Toen ik aan Deetman vroeg of hij er zich aan had geergerd, sprak hij: ‘Meneer Pasgeld, er moet heel wat meer gebeuren, wil ik uit mijn evenwicht raken’. Dat wilde ik wel eens meemaken. Maar sindsdien heb ik van de Posthoorn nooit meer over Deetman mogen schrijven.

We naderen het eind van mijn spreekbeurt. Bij wijze van afsluiting wil ik nog wel even iets kwijt over mevrouw Pasgeld. Op zeker moment begon mevrouw Pasgeld in mijn columns zo’n prominente rol te spelen, dat ze speciaal aan haar geadresseerde fan-mail kreeg van mijn lezers. Een van die brieven vergeet ik nooit meer. Die ging zo:

‘Beste mevrouw Pasgeld,
het is te hopen, dat uw man zijn gevoel voor humor behoudt. Ook als hij wat ouder wordt. Anders is het geen doen voor u.’

Af en toe moet ik mijn feestneus dus wel op. Of ik wil of niet. Neemt u mij niet kwalijk.
Ik neem aan, dat u verder geen vragen meer heeft. Dank u wel, dat u naar me hebt willen luisteren.
Geplaatst op: Zondag 18 maart 2007 om 18:59 uur
383380
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld