Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Boer Bram uit Schreinskinders

 Aan het slot van dit ernstige jaar een grap. Om de moed erin te houden. En om de lezer nog eens goed in te prenten, dat het in het leven toch ook vooral gaat om de leuke dingen.
De grap heb ik niet zelf verzonnen. Hij is in 1958 opgetekend door Jan Kousemaker. Een Zeeuw uit Schreinskinders (Zeeuws voor ’s Heer Hendrikskinderen). Kousemaker was werkzaam in het onderwijs en schreef daarnaast Zeeuwse verhalen.
Ik vertel het na in het Nederlands. Want het zou jammer zijn als het ten onder ging in de vergetelheid.

Modern

Tijdens de vergadering van de kerkeraad in Schreinskinders had de oude boer Bram Markusse de gelegenheid te baat genomen zijn medeleden bekend te maken, dat hij een telefoonaansluiting had gekregen.
Een van de diakenen reageerde daarop met: ‘Bram, Bram, je bent nou vreselijk modern met je telefoon. Wat zal je daar een gemak van hebben’.
‘Want laatst’, zo ging de diaken verder, ‘zag ik je knecht een tochtige koe van je aan een touw naar een stier brengen om haar te laten dekken. Je knecht was daar wel twee uur mee onderweg. En twee uur terug. Maar nu je telefoon hebt hoeft dat niet meer. Je belt gewoon even naar het station van de Kunstmatige Inseminatie (K.I.) in Schreinskinders en binnen een half uur komt er een kerel op een motor. Die alles regelt. Dan is het allemaal zo gebeurd’.
‘Och’, wierp Bram tegen. Waarom zou ik? Ik ben niet zo voor dat soort dingen. Ik vind dat er een echte, levende stier aan te pas moet komen’.
‘Man’, reageerde Bart weer. ‘Het is voor je gemak! En denk eens aan de tijd die je uitspaart… Je moet er alleen voor zorgen dat er in de stal een bakje water, een handdoek en een stukje zeep klaar staat. Je moet er werkelijk eens over denken. Zeker nu je telefoon hebt. Iederéén laat tegenwoordig die vent van de K.I. komen’.

En zo kwam het er ten langen leste toch van. Een zware motorfiets met grote zijtassen, bereden door een knaap in het leer, daverde het erf van boer Bram op.
‘Roos is tochtig’, zei Bram tegen de K.I.-man. Ze staat op stal. Ik loop even met je mee.
In de stal stond een schaaltje water op een tafeltje. Zeep en een handdoek lagen ernaast.
‘Als je maar niet denkt, dat ik erbij blijf’, zei boer Bram. ‘Want ik vind eigenlijk nog steeds dat er een echte stier aan te pas moet komen. Ik ga nu weg. En o ja, voor ik het vergeet: ik heb ook nog een spijker in de muur geslagen.
Dan kun je daar je broek aan ophangen’.
Geplaatst op: Donderdag 31 december 2020 om 08:29 uur
1898683
bezoekers
© 2021 - Julius Pasgeld