Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Boer. Vrouw. Heer

Onlangs zegde mevrouw Pasgeld het lidmaatschap van haar bridgevereniging op. En omdat ze een zeer fervent bridger is, wekte dat enige verbazing.
‘Waarom zeg je op?’, vroeg ik haar. ‘Heb je geen zin meer?’.
Maar dat was het niet. Ze mompelde iets over principes en de rol van de vrouw in de huidige samenleving. Ik begreep er niets van.
‘Kan je iets duidelijker zijn?’, drong ik aan. Op de een of andere manier kreeg ik het gevoel, dat hier iets moest worden uitgepraat.

‘Nou’, vatte ze moed. Alsof ze van te voren wist, dat dit wel eens een lange discussie kon worden. ‘Nou, als je het goed beschouwt is het hele bridgespel achterhaald. Net zoals de meeste andere kaartspelen trouwens. Het is niet meer van deze tijd. Het is steeds maar: Boer, Vrouw, Heer. De Vrouw is in het kaartspel ondergeschikt aan de Heer. Als het er op aankomt, slaat de heer de vrouw zomaar van de tafel. Dat kan toch niet meer in deze tijd! En als vrouwen daar niet tegen in opstand komen blijft dat gewoon zo. Daarom heb ik gekapt met die stomme, rolbepalende spelletjes’.
‘Maar een Vrouw van een troefkleur kan toch wél op tegen Heren?’, probeerde ik. Zo’n Vrouw slaat toch ook zomaar ineens een Heer van de tafel?’.
‘En bovendien’, voegde ik eraan toe, ‘zijn alle Vrouwen weer belangrijker dan de Boeren. En op speelkaarten zijn Boeren altijd mannen. Ik heb nog nooit een Boerin gezien op een speelkaart.’
Het was eruit voor ik het wist. Maar dat had ik natuurlijk niet moeten zeggen.
‘Er zijn genoeg Boerinnen’, repliceerde ze me, ‘om afbeeldingen van Boerinnen op speelkaarten te rechtvaardigen. Het is gewoon pure discriminatie. De hoogste tijd, dat ze die speelkaarten eens aanpassen naar de eisen van de tijd. En weet je wat het is? Als ik met zulke onaangepaste kaarten in mijn handen zit op de bridgeclub, voel ik me net zo’n stom, ouderwets wijf uit vervlogen tijden. Dat is toch ook niet leuk voor me?’.
‘Nee’, zei ik. ‘Dat is het zeker niet’. Want ik voelde dat verdere tegenspraak averechts zou gaan werken. ‘Misschien heb je wel gelijk. We zouden hierover eens een schrijven moeten richten aan de Nederlandse Bridgebond. Met een voorstel of ze de speelkaarten willen aanpassen aan de thans heersende inzichten.’

Het gezicht van mevrouw Pasgeld klaarde helemaal op. En plotseling leek ze het niet meer te houden. Ze gierde het uit. Ze kwam niet meer bij.
‘Lummel!’, bracht ze er tussen twee lachbuien door uit. ‘’Zeldzame kwast! Dacht je nou echt dat ik mijn lidmaatschap van de brigdeclub had opgezegd? Dacht je nou echt, dat ik zo’n stom wijf was, dat zich stoorde aan de volgorde: Boer, Vrouw, Heer in het kaartspel? En inplaats van me eens flink op m’n nummer te zetten, zoals een echte man dat allang gedaan zou hebben, ga je me nog gelijk geven ook! ‘Misschien heb je wel gelijk’, wierp ze me met een zeurderig piepstemmetje toe. ‘Misschien moeten we daar eens een brief over schrijven aan de Nederlandse Bridgebond’. ‘Waar zie je me voor aan?’

Even wist ik het niet meer. Het is ook nooit goed bij vrouwen.
Maar toen drong het voor de zoveelste keer tot me door hoe buitengewoon goed ik het heb getroffen met mevrouw Pasgeld.
 
Geplaatst op: Donderdag 22 februari 2018 om 09:09 uur
1470095
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld