Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Bosrandgeluk

Het bureautje waar ik aan werk staat tegen een muur waar een prikbord op zit. Op dat prikbord hangt een buitengewoon gevarieerd rotzooitje aan papieren. Memoblaadjes met instructies voor de bediening van mijn lap-top bijvoorbeeld. En allerlei andere dingen die ik niet moet vergeten of die me te binnen schoten toen ik in het bad lag. Visitekaartjes. Eventuele onderwerpen voor mijn volgende columns. Mooie zinsneden die ik ergens las en die ik soms ongegeneerd toepas in mijn eigen schrijfsels. Foto’s. Noem maar op. Het hele prikbord is één bonte verzameling van woord en beeld en als het vol is prik ik er gewoon dingen overheen zodat ik de instructies voor de bediening van mijn lap-top weer kwijt ben of vergeet dat ik een column had willen schrijven over hoe het toch mogelijk is dat je iedere keer weer belastingaanslagen ontvangt terwijl je toch helemaal geen lid bent van de belasting.
Eens per jaar word ik aangeblazen door een soort opruimwoede. Dan moet alles van het prikbord af. Op een paar schrifturen na. Die zijn me zo lief dat ik het niet over mijn hart kan krijgen ze weg te doen.

Het gedicht ‘Hebben en Zijn’ van Ed Hoornik bijvoorbeeld. Dat hangt al twintig jaar op mijn prikbord:

‘Hebben en Zijn
Op school stonden ze op het bord geschreven.
Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;
Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,
De ene werkelijkheid, de andere schijn

Hebben is niets, is oorlog is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
Zijn is, boven die dingen uitgeheven,
Vervuld worden van goddelijke pijn.

Hebben is hard. Is lichaam, is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.
Zijn is de ziel, is luisteren,is wijken,
Is kind worden en naar de sterren kijken,
En daarheen langzaam worden opgelicht.’

En een paar jaar geleden stond er een ‘Ikje’ in de NRC dat ook nog steeds op mijn prikbord hangt:

‘Bosrandgeluk
Als we door een bos rijden zegt ze opeens: “Als je straks ophoudt met werken wil ik met jou in een huisje aan de bosrand wonen, met een tuin, een moestuin en een weitje.”
Ik knik instemmend.
Na een poosje keren we weer terug.
Zij (83) naar het verpleegtehuis.
Ik (89) naar het huisje aan de bosrand met een tuin, een moestuintje en een weitje, waar we ruim dertig jaar heel erg gelukkig waren.
W. van der Heijden.

En tenslotte het gedicht ‘Dit is het land’ van Annie M.G. Schmidt. Een gedicht voor kinderen dat eigenlijk helemaal niet voor kinderen is bedoeld:

Dit is het land waar grote mensen wonen.
Je hoeft er nog niet in: het is er boos
Er zijn geen feeën meer, er zijn hormonen,
En altijd is er weer wat anders loos.

En in dit land zijn alle avonturen
Hetzelfde, van een man en van een vrouw.
En achter elke muur zijn and’re muren
En nooit een eenhorrn of een bietebauw.

En alle dingen hebben hier twee kanten
En alle teddyberen zijn hier dood.
En boze stukken staan in boze kranten
En dat doen boze mannen voor hun brood.

Een bos is hier alleen maar een boel bomen
En de soldaten zijn niet meer van tin.
Dit is het land waar grote mensen wonen…
Wees maar niet bang. Je hoeft er nog niet in.

Pas als ik dood ben mogen ze deze drie meesterwerken van mijn prikbord halen.
Geplaatst op: Vrijdag 27 november 2015 om 09:02 uur
1793952
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld