Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Boudewijn Revis en de halsbandparkieten

Voor ik het wist was hij al bij me achterop het scootertje gesprongen. ‘Hé, Pasgeld riep hij. ‘Leuk je weer te zien! Ik kan zeker wel weer even bij je achterop naar mijn kantoor in het IJspaleis’.
Ik bromde iets van dat ik toch die kant op moest en dat ik hem dan voor hetzelfde geld net zo goed even kon afzetten. De vorige keer was hij halverwege de rit bozig afgestapt omdat ik hem nogal stevig aan de tand had gevoeld over een achterstand van 15 miljoen euro op het Haagse groenonderhoud. Hij had gedacht die achterstand stiekum weg te kunnen moffelen achter de cijfers van het normale, reguliere onderhoud.

Maar deze keer leek wethouder Boudewijn Revis (VVD, Groenvoorzieningen) in een opperbest humeur.
‘Pasgeld’, riep hij keihard in mijn rechteroor. ‘Ik weet nu hoe het komt, dat er in Den Haag zoveel bomen zijn omgehakt’.
‘Ja’, zei ik. ‘Dat weet ik ook wel. Dat heeft de afdeling groenbeheer in opdracht van het stadsbestuur gedaan.’
‘Nee, nee’, zei Boudewijn. ‘Dat ligt anders. Kijk. Jaar en dag wordt Den Haag nu al geteisterd door exotische halsbandparkieten. Vreselijke beesten. Ze vreten de takjes en de knoppen van de bomen kapot waar je bijstaat. Nieuwe knoppen en mooie ontluikende twijgjes zijn er niet meer bij. Ze zaten op die takken trouwens ook ontzettend te poepen. Hele bergen vogelstront onder de bomen. De bomen werden ziek van die vogels. Ja. En toen moesten we ze wel kappen. Begrijp je wel?’

‘Ach, natuurlijk!’, riep ik. ‘Eindelijk komt de aap uit de mouw! Niet de gemeente, maar de halsbandparkieten waren de oorzaak van de boomplantachterstand!’.

‘Kijk. Je begint het te begrijpen’, riep Boudewijn. ‘Maar we laten het er niet bij zitten. Samen met boomexperts van internationale naam en faam gaan we nu de bomen in Den Haag een vies smaakje geven. Zodat de halsbandparkieten de takjes en de knoppen van de bomen niet meer lusten. En dan hoeven we ze ook niet meer te kappen.’

We reden inmiddels in de Javastraat en naderden Plein 1813. Daar werd ons de weg versperd door een enorme menigte, die werd toegeproken door een witgekuifde politicus. ‘Willen jullie méér, of minder exotische halsbandparkieten in Den Haag?’, blafte hij zijn publiek toe. ‘Min-der! Min-der! Min-der!’, hoorden we, toen we de hoek omsloegen.

‘Nu je het toch over experts heb’, riep ik. ‘Halsbandparkietonderzoeker Roeland Jonker meent dat gezonde bomen helemáál geen last hebben van die parkieten. En dat er absoluut geen sprake is van overlast. Sterker nog: op plekken waar halsbandparkieten leven nemen andere vogelsoorten, zoals de specht en de mus, juist toe. Hoe zit het nou eigenlijk precies?’

Maar voordat Boudewijn kon antwoorden werd onze weg op het Voorhout opnieuw geblokkeerd. Opnieuw door duizenden mensen. Allemaal stilzwijgend met een bordje in hun hand waarop stond: ‘Je suis un perruche à collier’.

‘Dat is Frans voor halsbandparkiet’, zei ik tegen Boudewijn.
Maar hij was alweer afgestapt en liep verbolgen verder.
Geplaatst op: Vrijdag 27 februari 2015 om 08:45 uur
1793997
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld