|
Bruine troep in je oren
Vanochtend kon ik mijn schoenen niet vinden. Een godswonder had ze totaal aan mijn gezichtsveld onttrokken. Drie maal keerde ik het hele huis om. Maar nee. Nergens schoenen.
De zaak klemde temeer omdat ik op tijd bij de dokter moest zijn om mijn oren te laten uitspuiten. Ik ben in het bezit van één paar schoenen, één paar pantoffels en één paar wandelschoenen. En na al dat vergeefse zoeken leek het me op de een of andere manier beter om niet op pantoffels maar op wandelschoenen mijn oren te laten doorspuiten hoewel ik zeker weet, dat mijn huisarts het helemaal niet erg had gevonden als ik op pantoffels op zijn spreekuur was verschenen. ‘Zo, zo’, zei de dokter nadat hij zijn waterpistool een paar keer in mijn oor had gedrukt en ik het zilveren, niervormige bakje dat de troep moest opvangen zelf had mogen vasthouden. ‘Daar komt flink wat narigheid uit’. Het idee van al die bruine derrie uit mijn oren stond me, vooral in combinatie met het feit dat ik zojuist mijn gewone schoenen niet had kunnen vinden, niet erg aan. Is dat nou ouderdom, dacht ik. Maar ik wist me eroverheen te zetten en was na het consult net op tijd om mijn kleinzoon van school te halen. Eens in de week is het namelijk mijn beurt om middels kinderopvang een bijdrage te leveren aan de wederopbouw van ‘s lands ineenstortende economie. Tijdens het gezamenlijk nuttigen van een kadetje met gekookte worst en een glas melk las ik mijn kleinzoon voor uit de krant: ‘De resten van het vijfjarig Australisch jongetje Jeremy Doble zijn aangetroffen in de maag van een 4,3 meter lange krokodil. De ouders van Jeremy wilden niet dat de krokodil die hun zoontje had opgegeten, werd afgemaakt.’ Aan mijn dictie kon het niet liggen. Desondanks reageerde mijn kleinzoon niet in het minst. Kennelijk is hij tijdens zijn zevenjarige leven via internet en tv wel erger gewend. Hoe kon ik hem nog boeien? Ten einde raad deed ik verslag van mijn bezoek aan de dokter: ‘Hij spoot met een pistool in mijn oor en er kwam een hele zooi bruine troep uit’, besloot ik mijn relaas. ‘Uit welk oor?’, vroeg mijn kleinzoon. ‘Uit het oor waarin hij dat pistool had gedaan of uit het andere oor?’. En toen moesten we allebei vreselijk lachen. Ik weet niet waarom. Maar het idee dat je met een waterpistool tegen je ene oor aan spuit en dat er dan uit je andere oor een hele troep bruine zooi komt, wond ons allebei nogal op. ‘Maar opa, hoe komt die bruine troep eigenlijk in je oor?’. ‘Dat is niet zo eenvoudig’, zei ik. ‘Maar het komt erop neer dat dat een gevolg is van alle onzin en van alle flauwe kul die je in je leven moet aanhoren. Alle leugens die je hoort, alle mooie praatjes, alle slimme verkooptrucs zetten bruine resten af in je gehoorgang. Zodat je ze op den duur niet meer hoort. Het is alsof de natuur je met een flinke hoeveelheid oorsmeer behoedt voor nóg meer onzin.’ Daar was mijn kleinzoon eindelijk stil van. ‘Maar hoe moet dat dan met mijn voetbalplaatjes?’, vroeg hij bedeesd. ‘Mijn pappa zegt dat dat allemaal verkooptrucs van Albert Heijn zijn. Word je daar dan doof van?’ ‘Niet direct’, zei ik. ‘Maar op den duur wel. Kijk maar naar je opa.’
Geplaatst op: Vrijdag 27 februari 2009 om 09:27 uur
|
383382
bezoekers |