|
De ark van Willem van der Velden (2e en laatste deel)
(Wat vooraf ging: gemeenteraadslid Willem van der Velden bouwde naast zijn huis een ark met de naam: ‘Ons Den Haag’. Dat deed hij omdat hij vreesde dat het perfide Den Haag op 3 maart 2010 bezocht zal worden door een enorme zondvloed).
De 1e maart 2010 begon helder en zonnig, hoewel het weerbericht op de tv aan het eind van de dag gewag maakte van zonderlinge afwijkingen in de atmosfeer. En op de ochtend van de 2e maart begon het toch te regenen! Te regenen! Je wil het niet weten. Het kwam met bakken naar beneden. Willem spoedde zich met een inderhaast opgescharrelde dame naar de ark en begon, om de tijd te doden, een potje met haar te dammen. De volgende dag, de 3e maart dus, stond er al drie decimeter water in het centrum van Den Haag. De regen roffelde steeds harder. De Hofvijver strekte zich reeds uit van het Malieveld tot het Zuiderpark en het water bleef maar stijgen. Marnix Norder kwam door de modder soppen. ‘He, Willem! Waar ben je?’ Willem keek door een patrijspoort naar buiten en zei: ‘Hallo, Marnix’. ‘Een paar vrienden en ik willen je ark eens bekijken’, zei Marnix. ‘Mooie naam trouwens: Ons Den Haag. Vind je het goed, als we een poosje aan boord komen?’ ‘Sorry Marnix, maar daar kan ik niet aan beginnen’, antwoordde Willem. Marnix liep onzeker terug naar z’n auto. Er klonk een geweldige donderslag en Marnix keek bang omhoog. ‘Willem!’, riep de opgescharrelde dame na enige tijd. ‘Aan stuurboord klimmen mensen aan boord!’ Willem holde naar het achterdek en zag een stuk of twintig PvdA’ers, VVD’ers en GroenLinksers onder aanvoering van Marnix Norder hun koffers naar de kajuit dragen. ‘Ga van m’n ark af’, zei Willem. ‘Er is niet genoeg plaats.’ ‘We kwamen even kijken hoe het eruit ziet’, zei Marnix die juist doende was de vrouw van Jozias van Aartsen aan boord te tillen. ‘Als je niet opdondert zal ik zorgen dat je opdondert’, riep Willem en deed een stap naar voren. Maar toen sloeg Marnix hem op z’n neus. Andere PvdA’ers tilden de spartelende en vloekende botenbouwer naar de reling en gooiden hem overboord. In de modder. Vanuit alle omliggende, ondergelopen straten kwamen nu tientallen mensen aanrennen, mannen, vrouwen, kinderen. Ze klauterden allen aan boord van de ark. De kajuit stond stampvol en op het dek wemelde het van de mensen. En toen… nam de regen af. Aan de hemel ontstond een dunne plek in de wolken. De zon brak door. De regen hield op. De zon glinsterde op de natte gebouwen.. De hele coalitie stond mannetje aan mannetje bij de reling en keek neer op Willem. Willem, die nog steeds in de modder zat, keek omhoog naar de coalitie.
Geplaatst op: Donderdag 4 december 2008 om 20:51 uur
|
384200
bezoekers |