Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

De ark van Willem van der Velden (deel 1)

Het gebeurde in de dagen dat het Haagse gemeenteraadslid Willem van der Velden, we zullen hem in dit verhaal verder gewoon Willem noemen maar dan weet iedereen welke Willem ik bedoel… het gebeurde dus in die dagen, dat Willem bezocht werd door het eigenaardige idee dat het wel eens goed mis zou kunnen gaan met Den Haag.
Hij maakte mij deelgenoot van de opvatting dat Den Haag een poel des verderfs aan het worden is en vertrouwde mij het volgende toe:
‘Pasgeld’, zei hij. ‘Pasgeld. Moet je eens luisteren. Precies op 3 maart 2010 zal de Heere Heer Den Haag bezoeken met een grote zondvloed om de stad schoon te wassen van alle rottigheid.’
‘Nee toch?’, zei ik. ‘Weet je het wel zeker?’
‘Ja’, zei hij. ‘En nu zal ik je mijn plan eens vertellen. ‘Ik wil met alle goede burgers van Den Haag een ark gaan bouwen. Een grote ark. En dat we dan twee dieren van elke soort aan boord brengen en genoeg eten en drinken. En dat we ons dan gereed houden voor als het zover is. Lach me niet uit, Pasgeld. De dag naakt!’
‘Wanneer is precies de grote dag?’, vroeg ik.
‘3 Maart 2010. Dus we hebben niet eens zoveel tijd meer. Maar wel genoeg.’
‘Mag ik je een goede raad geven?’, zei ik. ‘Vergeet het. Ik wil niet dat heel Den Haag je vierkant uitlacht. Ga naar huis. Drink jezelf een flink stuk in je kraag en vergeet al die onzin.’

Twee weken later begon Willem op een onbebouwd terrein naast zijn huis met de bouw van de ark. Zijn vrienden vertelden hem, dat hij zich voor aap zette.
‘Misschien wel’, zei Willem. ‘Wie weet? Maar misschien heb ìk straks wel een plek om te staan en moeten jùllie zwemmen. Hebben jullie daar wel eens aan gedacht?’

De ark begon vorm te krijgen. Hij werd 15 meter lang, 10 meter breed en had drie meter diepgang. Op de steven schilderde Willem met sierlijke letters de naam van het schip: ‘Ons Den Haag’. Willem werd een soort plaatselijke beroemdheid. Hagenaars kwamen langs met opmerkingen.
‘Die schuit is van z’n leven niet groot genoeg, Willem’, riep Joris Wijsmuller. ‘Niet voor de olifanten en de neushoorns en de giraffen en de leeuwen en de tijgers en de grizzlyberen.’
‘Ik neem geen wilde beesten mee’, zei Willem. ‘Alleen maar tamme konijnen, makke schapen en goedgelovige kalveren.’
‘Neem je ook een vrouw mee?’, riep Jozias van Aartsen.
‘Als de goede vrouw niet uitzichzelf opduikt’, antwoordde Alfred, ‘dan huur ik er gewoon een voor een dag. Als ze merkt dat ik de enige man ben die nog leeft, dan trouwt ze gauw genoeg met mij.’

De 1e maart 2010 begon helder en zonnig, hoewel het weerbericht op de tv aan het eind van die dag gewag maakte van zonderlinge afwijkingen in de atmosfeer.

(Volgende week het tweede en laatste deel)
Geplaatst op: Vrijdag 28 november 2008 om 13:19 uur
384199
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld