Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

De geurvlag van het gezag

Ineens zat er een blauw zadelhoesje op mijn fiets. Ik had hem neergezet aan een fietsbeugel op de Hofweg omdat ik even bij De Slegte moest zijn. Toen ik na tien minuten terugkwam zat dat hoesje erop. Het was van plastic. En er stond op: ‘Fijn he, je fiets staat er nog! Volgende keer ook?’ En: ‘Zet je fiets goed vast, dan word je niet verrast. Afzender: Politie Haaglanden’.

Ik ontstak in tomeloze woede, griste het hoesje van het zadel en smeet het weg. Wat een grenzeloze bemoeizucht! Mijn fiets stond met een Abus-beugelslot van 85 euro door zowel frame als wiel vast aan de roestvrijstalen fietsparkeerbeugel die tenminste een doorsnede van 12 centimeter had. Goed vast? Goed vast? Het kon niet vaster. En dan komt er zo’n Jandoedel van een agent met stront in z’n ogen volstrekt onnodig ineens stiekum een hoesje op mijn zadel doen. Waar bemoeit-ie zich mee. Ik weet heus wel uit mezelf, dat ik m’n fiets kwijt ben als ik hem niet goed vast zet. Daar heb ik waarachtig de politie niet voor nodig. En ook geen zadelhoesjes.

Maar ja. Ik begrijp zo’n agent wel. Die moet na z’n ronde ’s middags weer naar het bureau en dan vraagt de adjudant: ‘En Frits, heb je je quote gehaald vandaag?’en dan salueert Frits en zegt: ‘Jazeker overste. Ik heb zojuist 823 fietszadels van een blauw hoesje voorzien’. En dan zegt die adjudant: ‘Fijn Frits. Met jou winnen we de oorlog wel’. En dan komt Frits thuis en dan vraagt z’n vrouw: ‘En Frits, nog spannende dingen meegemaakt op je werk?’ En dan antwoordt Frits: ‘Nou en of Annie. Ik heb maar liefst 823 hoesjes op fietszadels gedaan!’. En dan zegt Annie: ‘Ach jeetje toch.’ Want Annie was natuurlijk ook liever met een echte politie-agent getrouwd geweest. Iemand die met gierende banden criminelen met zonnebrillen en gouden kettingen in Jaguars en Hummers klemrijdt of die juist heel slim allerlei griezelige psychopaten door de mand laat vallen in de verhoorkamer. Maar nee. Ruim 800 hoesjes op zadels gedaan. ‘Ach jeetje’, verzucht Annie nog eens en voegt daar met onverholen teleurstelling aan toe: ‘Wat een oetlul ben je toch eigenlijk ook.’ Want Annie weet natuurlijk niet, dat je tegenwoordig geen oetlul meer tegen politie-agenten mag zeggen.

Ik keek eens om me heen. Ook andere fietsen waren voorzien van de reukvlag van het gezag. Ouwe, verroeste fietsen met lekke banden hadden een knaloranje sticker om hun stang gekregen. Op die sticker stonden dingen als: ‘Er is geconstateerd dat door u een voertuig is geplaats op de openbare weg.’ En: ‘Dat is verboden op grond van artikel 5.1.4 lid 1.2.4.11 van de algemene plaatselijke verordening.’ En: ‘Na zeven dagen wordt dit voertuig op uw kosten verwijderd.’
Op uw kosten. Jazeker. Want ze kunnen tegenwoordig aan het DNA van de roest op het fietsstuur de eigenaar met gemak achterhalen.

Weer andere fietsen hadden een blauwgele kaart om hun stuur hangen. Daar stond op: ‘Registreer je fiets, dat doe je niet voor niets.’ Ik stond werkelijk perplex van het rijpe dichterstalent waarover de politie kennelijk beschikt. Op die kaart kon je invullen of je dames- lig- sport- heren- anders,nl- opoe- vouw- of racefiets gestolen was. En dan moest je de kaart goed bewaren. Dan had je tenminste nog iets.

Echt. Bij de politie denken ze, dat je infantiel bent. Nog even en ik vind een lichtgevende, pimpelpaarse kaart van Politie Haaglanden naast mijn bed met de mededeling:
‘Zuig eens wat stof op onder uw bed.
Dan zult u hebben dikke pret.
Volgens artikel 3 zijn wij die stof beu.
Het is trouwens ook goed voor het milieu.’
Geplaatst op: Zaterdag 10 mei 2008 om 08:39 uur
383377
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld