Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

De houdbaarheidsdatum van geluid


(Uit de Oud-Hagenaar van 20 december 2011)
Het belgeluidje dat je na iedere liter bij de benzinepomp hoorde als je aan het tanken was. De zacht wegstervende tonen van een violist op kerstavond buiten op straat in de sneeuw. Het zachte ‘ppffflofff’ van een flitslampje met van die blauwe draadjes erin. Het zijn geluiden die je waarschijnlijk nooit meer zal horen maar die vaak meer oproepen dan boekdelen kunnen beschrijven. De herinneringen eraan doen je steevast verzinken in wanhopig gepeins over het leven zelf in het algemeen en over je eigen bestaansrecht in het bijzonder.

Ik heb nog een hele map vol brieven met beschrijvingen van nostalgische geluiden. Mij toegezonden door lezers toen ik een tiental jaren geleden voor het eerst eens een paar columns over nostalgie schreef. Ik hoop, dat ik de huidige lezers een dienst bewijs als ik de geluiden uit die map maar eens gewoon achter elkaar op schrijf. In de hoop, dat u bij het lezen ervan af en toe eens een zucht slaakt. Om vervolgens met een afwezige blik de zin van het bestaan nog eens onder de loep te nemen. Zet u schrap tegen de weemoed. Daar gaat ie! (Met dank aan die lezers van toen).

-Het geluid van driestemmig gezang door de openstaande ramen van een lagere school.
-Door 002 te bellen (draaien dus, vroeger draaide je een nummer) kon je door de telefoon horen hoe laat het was. Een juffrouw zei dan bijvoorbeeld: ‘Bij de volgende toon is het drie uur, twaalf minuten en twintig seconden’. Vervolgens was het heel even stil en dan hoorde je ‘túúúúúúút!’. En dan was het dus zover.
-Het geluid van het wegsterven van een ronddraaiende motor, als je je auto met een slinger tevergeefs probeerde te starten.
-De ratel van de vuilnisman.
-En als we het toch over geratel hebben: het geluid dat een halve wasknijper tegen de ronddraaiende spaken van je fiets maakte, nadat die wasknijper met een dik post-elastiek op een schoensmeerdoosje aan de voorvork van je fiets was vastgemaakt.
-Nog meer geratel: je ligt ’s avonds in bed en je hoort je vader in de voorkamer de pendule opwinden.
-Vlooienpoeder. Dat zat in een doosje dat je steeds in moest drukken om de poeder eruit te laten komen. Nou. Dàt klik-klakgeluid dus.
-Het einde-regelbelletje van de typmachine. En het geratel daarna als je de ‘wagen’ met een zilverkleurige hendel weer helemaal naar links schoof.
-Uitroepen en rare gezegdes horen eigenlijk in een ander hoofdstuk thuis. Maar ik kan het niet laten er hier toch een te noemen: Op straat riep men wel naar vrouwen: ‘Joehoe, dikke benen! Chocoladetenen!’ Wie weet waarom mag het zeggen.
-Het gepruttel van twee-takt auto’s voor het stoplicht. Wartburg. Trabant en Barkas-bestelwagens.
-Het geluid van piano en viool op het terras van restaurant ‘Het Hilletje’ in Kijkduin. Daar werd ’s zomers tot laat in de avond in de openlucht gedanst.
-Mexicaanse hond op de radio. Dat ga ik niet uitleggen. Dan had je maar eerder geboren moeten worden.
-Brandweerauto’s hadden behalve een sirene ook een gewone, met de hand te bedienen bel als ze op een brand afgingen.
-Ook nooit hoor je iemand meer gewone matten kloppen op straat. Hooguit nog automatten. Maar niet meer met een mattenklopper. Automatten sla je achteloos schoon tegen een boom of tegen een paaltje. Gewone matten legde je over de heg voor je ze ervan langs gaf. Maar niet voor negen uur ’s morgens. Want dan kreeg je een bekeuring.
-Als je je linkerhand onder je rechteroksel deed en dan heel hard met je rechterelleboog naar beneden ging klonk er, als het het goed deed tenminste, want meestal mislukte het, een enorm harde scheet.
-En als je aan een leren koord in de tram trok rinkelde er een bel bij de bestuurder. Die wist dan, dat hij bij de volgende halte moest stoppen. Ook al stond daar niemand om in te stappen. Dat gebeurt nu, geloof ik, met een knopje. Maar zeker weten doe ik dat niet want ik heb de afgelopen twintig jaar nooit meer in die rijdende reclamedozen gezeten.
-De bloemenboer in de straat riep: ‘Móóówje gladiooolûh. Zééévûh stùver!’.
Nou. Zo kan-ie wel weer. Nog even en ik barst in snikken uit.
Geplaatst op: Donderdag 29 december 2011 om 23:11 uur
388847
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld