|
De kletsmajoors van de Wmo
Uit Haags Straatnieuws 15 december 2006
De nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) treedt op 1 januri 2007 in werking. Zo rond kerst, boordevol welbehagen, vertroosting en barmhartigheid denk je dan al gauw, dat dat een fikse vooruitgang zal betekenen voor allen die zorg nodig hebben in het algemeen en daklozen in het bijzonder. Maar nee. Je gelooft je ogen niet als je leest wat daar allemaal bij komt kijken: In beleidskaders, basisnotities, visiedocumenten, houtskoolschetsen, conceptverordeningen, uitvoeringsprogramma’s en aktiebrochures wordt een muur van abstrakte hatseflats opgeworpen. Kenniscentra, zoals NIZW, CIVIQ, LCO, X-S2, Transact en het kenniscentrum voor lesbische & homo-emancipatie produceren gezamelijke produktwijzers die de implementatie van de Wmo moeten begeleiden. Negen prestatievelden dienen daarbij de kaders te scheppen waarin eigen gemeentelijk beleid kan worden ingevuld. Nog te benoemen ambassadeurs zullen deze prestatievelden operationaliseren via regierollen. Landelijke werkgroepen, zullen de witte vlekken van de ambassadeursdekking inventariseren. Je zou alleen al doodziek worden van de taal. En dat zal de bedoeling ook wel zijn. Want dan kan de Wmo-organisatie met geactualiseerde handreikingen aan de diverse deelnemende gemeenten door middel van presentaties aan de zorgaanbieders de bijbehorende discussies opnieuw vorm geven. En als ik dáár dan al niet beter van word, dan word ik het vast wel van de gereedschapskist waarmee de gemeenten worden toegerust om hun eigen beleidskeuze kunnen maken. Even dacht ik: ik mis nog wat bij al die vertroosting, dat warmbloedige mededogen en die opzienbarende barmhartigheid voor de hulpbehoevende medemens. Maar nee. Gelukkig zijn er ook nog functionarissen die verantwoording van de controle-instrumenten afleggen en weer anderen die zorg dragen voor een degelijke toegangsbewaking. Ik bedoel maar. Ineens begrijp ik waarom de zorg in Nederland zo duur is. En voor daklozen komt die Wmo en al die gekmakende woordendiarree straks gewoon neer op het feit dat ze een pasje nodig hebben om ergens te kunnen gaan slapen. Dat pasje moeten ze na 1 januari ophalen in de gemeente waar ze wonen. Anders krijgen ze het niet. Maar daklozen wonen natuurlijk nergens, zult u zeggen. Nou, dan krijgen ze toch géén pasje. Dus kunnen ze nergens slapen. Dat geeft niks. Ik zou ook niet kunnen slapen bij het idee, dat al die implementeerders, ambassadeurs en andere kletsmajoors wel een dak boven hun hoofd hebben. Dankzij de daklozen, de gehandicapten en de thuiszorgvragers. En, o ja, prettige kerstdagen!
Geplaatst op: Zondag 17 december 2006 om 14:14 uur
|
383382
bezoekers |