Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

De laatste jaren van oma Pasgeld

 Dementerende ouders. Wat gaat er in ze om? We zullen het nooit weten. Maar misschien maken we het wel erger dan het is. Want er zijn ook momenten die we mogen koesteren.

Februari 2003. Oma Pasgeld verhuist van de zesde etage van het verzorgingshuis Sonnenberg aan de Loevesteinlaan in Den Haagnaar de derde etage van het Gulden Huis aan de Melis Stokelaan.
De beveiliging daar is een stuk beter. Liften en deuren gaan alleen maar open met codes die voor de patiënten geheim worden gehouden. Bezoekers kunnen de codes, die iedere maand worden gewijzigd, verkrijgen bij de balie.
‘Laat de deur maar open hoor. Ik moet er straks toch nog even uit’, wordt mij herhaaldelijk door de patiënten toegeroepen als ik nietsvermoedend een deur achter me wil sluiten. Geraffineerde vluchtpogingen. Dat zijn het.

Met mijn moeder rij ik de huiskamer in. Daar word ik verwachtingsvol aangestaard door een vijftiental patiënten die denken dat ik de directeur-geneesheer ben. Dus geef ik ze, conform hun verwachtingen, een hand, informeer naar hun welbevinden, stel ze op hun gemak en bevestig aldus hun indruk.
‘En? Hebben we nog gelachen vandaag?’, vraag ik mevrouw Tulp, die ik bewonder omdat ze er de moed zo goed in weet te houden.
‘Weet ik niet, dokter. Dat ben ik vergeten’, antwoordt ze vrolijk.

De vijftien dames in de huiskamer existeren, al naar gelang de ernst van hun aandoening in een eigenaardige wereld van verschoven tijdsbesef en in een eveneens eigenaardige wereld van onvoldoende verwerkte hoogte- en dieptepunten in een doorgaans boeiend leven van hard werken en van een nauw verholen boosheid over de ingrijpende ontworteling aan het eind van datzelfde leven.
Verder liggen er nog andere patiënten op bed in hun kamer, peilloos verwikkeld in een vooraf niet te bevroeden, definitieve afhandeling. Die de natuur soms volbrengt met onbegrijpelijk geduld.

‘Dokter, ik moet plassen. Kunt u me even helpen?’, roept mevrouw Zonnebloem uit een stoel even verderop. Een drukdoende verpleegster in de buurt krijgt de slappe lach.
‘Hè. ja, dokter’, zegt ze tegen me. ‘Helpt u die mevrouw even op het toilet’.
Maar aan haar pretogen zie ik, dat ze gelukkig niet van me verwacht dat ik demente oudjes assisteer bij hun stoelgang.

Na onze gewoontegetrouwe wandeling door het Zuiderpark treffen we in de huiskamer van het Gulden Huis een groepje dames dat voor de tv de avonturen van Bugs Bunny volgt. Een van de dames, mevrouw Goudenregen, staat ineens op, wijst naar me en roept luid: ‘U bent helemaal geen dokter!’.
Mevrouw Goudenregen heeft zichzelf het toezicht op een ordentelijke gang van zaken in de huiskamer opgelegd. En, het moet gezegd, dat ze die taak met een aan terreur grenzende ijver uitoefent.
‘Die man geeft misschien wel goede raad, maar hij is zeker geen dokter’, stelt ze vast.
‘O nee? Wie bent u dan?’, vraagt mevrouw Zonnebloem aan mij.
‘Ik ben de zoon van mevrouw Pasgeld’, zeg ik. ‘Ze zit dáár’, en ik wijs naar de hoek waar oma Pasgeld scheefgezakt in haar rolstoel broos en transparant zit te wezen. ‘En eigenlijk kom ik om met haar te wandelen in het Zuiderpark’.
Dat is aan geen dovemansoren gezegd. Het wantrouwen, dat was ontstaan door het vermeend onbevoegd uitoefenen der geneeskunde maakt plaats voor een hevige drang deelgenoot te mogen zijn aan dit uitstapje.
Tevergeefs leg ik uit, dat ik met maar één rolstoel tegelijk in het Zuiderpark kan.
‘Nou, dan rijdt u ons toch één voor één’, roept mevrouw Akelei vanuit een hoek.

Uit de voortgangsrapportage van het Gulden Huis:

28.01.2004: Mw. was rustig aanwezig in de huiskamer.
29.01.2004: Mw. kreeg bezoek van haar dochter en kleindochters.
31.01.2004: Mw.in bed heel ziek aangetroffen. Mw. gloeide, voelde erg warm
aan en had een rochelende ademhaling. Om 8:10 had mw. 39,5. Een
voedingssupplement gegeven. Om 9:00 had mw. een temp. van
38,7. Mw. hield ook haar mond dicht, kreeg geen drinken naar
Binnen. Arts laten komen. Heeft mw. onderzocht. De longen
klinken vol. Medicatie is gestopt. Mw. krijgt 3xdg een
voedingssupplement. Zoon is op de hoogte. Bloeddr.110/80. Pols 60

Mw. is om 20 uur rustig overleden.

Het was een lange rit voor oma Pasgeld. Misschien was ze op het laatst wel in de ban van een wereld vol luister en ongedachte schoonheid. Wie zal het zeggen? Nooit zullen we de kwaliteiten van haar laatste lotgevallen kunnen duiden.
Het was aan mij om haar ogen te sluiten.

Weer thuis moest ik er even om huilen. Ik weet niet waarom.
Want hoe hadden we toch met z’n allen uitgezien naar het moment dat het afgelopen zou zijn met haar onontvankelijke gejammer.
Maar nu had ik toch verdriet.
Geplaatst op: Donderdag 4 juni 2020 om 08:30 uur
1764286
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld