Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

De laatste snufjes


(uit: Haags Nieuwsbad 1 juni 2007)

Mijn grootvader was een modern mens. Hij bediende zich steeds van de laatste snufjes. Zo behoorde hij tot de eerste vijftig Nederlanders die zich electrisch schoren. Jawel. Met zo’n bruin, ebonieten scheerapparaat met maar één scheerhoofd. De man heeft nooit kunnen bevroeden dat er later scheerapparaten op de markt kwamen met drie scheerhoofden en dat er wellicht nog een tijd aanbreekt waarin men zich zal kunnen scheren met twaalf scheerhoofden louter en alleen om de concurrentie aan te kunnen met de scheermesjesfabrikanten die er tegen die tijd in zijn geslaagd dertien scheermesjes in een krabbertje te proppen.

In tegenstelling tot mijn grootvader ben ik allergisch voor nieuwe snufjes. Het maakt het leven er weliswaar wat gemakkelijker op, maar het verziekt de menselijke waardigheid.
Overal is men tegenwoordig afhankelijk van. Zendertjes, ontvangertjes, oordopjes, batterijen en geheugenstokjes terroriseren de werkelijkheid. Als zombies beweegt men zich voort. In zichzelf brabbelend, aan knopjes prutsend en op toetsen tikkend vervalt men van de ene afhankelijkheid in de andere. Het levert geen verheffende aanblik op.

Ikzelf behoor tot de laatste 50 Nederlanders die nog geen mobieltje hebben.
‘Dat soort mensen bestaat dus toch nog’, hoor ik mijn vrienden grappen als ik ze dat vertel. Of men reageert meewarig: ‘Dat geeft niks hoor’. En strijkt me vervolgens over mijn bol alsof ik geestelijk geretardeerd ben. En dan zeg ik weer, dat we bij ons thuis nog afhankelijk zijn van de regenton waar het de watervoorziening betreft. Of ik wijs ze erop, dat de treinen tegenwoordig veel te hard rijden. En dat is dan wel weer grappig. Want iedereen vindt het leuk om in z’n kennissenkring een zonderling te hebben. Net zoals men het in de tijd van mijn grootvader leuk vond om iemand te kennen die zich electrisch schoor.

Eerlijk gezegd ben ik zelf nog nooit in een situatie terecht gekomen waarbij ik zei: Goh, wat is is het nou toch jammer dat ik geen mobieltje bij me heb. Zo viel ik nog nooit in een gletsjerspleet. Ook heb ik de behoefte altijd vrij gemakkelijk kunnen onderdrukken om dierbaren en verwanten tijdens een verblijf elders zomaar ineens in te lichten over mijn welbevinden.

‘Geen nieuws is goed nieuws’, is bij ons thuis het credo. En ook: ‘De mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest, maar nimmer op komt dagen’.
Daar schijnen ze bij de media en de communicatiebedrijven tegenwoordig heel anders over te denken.

Ach. Zelf kan ik er niet zo mee zitten. Maar wat me wel verontrust is het effect van al die snufjes op de nieuwe generatie. Als vertroetelde snotneuzen storten ze zich van het ene, volsterkt overbodige gemak op het andere. Er schijnen nu al mobieltjes te zijn waarmee je je nagels kunt knippen en je kont kunt afvegen. Vervolgens is men dan geheel van slag als de batterijen op zijn.

Want hoe ging dat vroeger ook al weer?

Geplaatst op: Vrijdag 1 juni 2007 om 21:55 uur
383380
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld