Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

De Lamme en de blinde

‘Zullen we die mevrouw daar effe laten schrikken! Of nee, laten we díe maar doen, opa!’, roept mijn kleinzoon Jurre(4) als we naast elkaar op een bankje zitten en alleen de papieren zak nog over is waar zojuist twee donuts inzaten.

Het ontstond eigenlijk bij toeval. Nadat we enige weken geleden de laaste kleverige resten van de gebruikelijke, stiekum genuttigde donut van onze wangen hadden geveegd, had ik de papieren zak opgeblazen en met een verstrooid gebaar laten knallen. Juist op dat moment liep er een deftige dame met een hoedje op voorbij. Ze leek sprekend op Hyacinth Bouquet uit de tv-serie Keeping up Appearances. Ze schrok zo hevig van de knal dat ze allerei typische Hyacinth Bouquetbewegingen ging maken. Daar moesten we zo om lachen dat Jurre sindsdien iedere keer na het nuttigen van de donuts het knallen van de zak verplicht stelt. ‘Alleen als er een mevrouw met een hoedje langskomt’, had ik als mogelijke ontbindende voorwaarde gesteld in de hoop dat Jurre na een minuut of tien wachten op mevrouwen met hoedjes de lust wel zou vergaan. Maar het zal u verbazen hoeveel mevrouwen met hoedjes er nog langskomen op een gemiddelde zomermiddag in de buurt van het bankje bij de bakker. En iedere week schrikken ze zich weer een ongeluk. Sommigen echt. Maar de meesten spelen het. Dan lopen ze quasi boos naar Jurre toe en zeggen ze dingen als: ‘O, jij boef! Moest je mij zo aan het schrikken maken?’ Of ze zwaaien met hun vinger naar hem onder het uitroepen van: ‘Pas op jij, hoor!’ En dan liggen we weer in een deuk. Want ze wisten niet dat het opa was die ze zo aan het schrikken had gemaakt. Laatst was er een mevrouw met een hoedje die naast haar man liep. Mischien heette die man wel Richard. In ieder geval moest Richard zo schrikken dat hij verbouwereerd stamelde: ‘Ik dacht dat het terroristen waren. Want je zal zien. Vroeg of laat komt het er écht een keer van! Maar nu waren wij het dus. Met een papieren zak. In een overspannen wereld.

Op weg naar huis wil Jurre op de schouders van opa. Dat mag, als hij dan zelf de boodschappentas draagt. Dat maakt in gewicht voor mij natuurlijk niks uit. Het is meer het idee dat Jurre ook nuttig werk verricht. Dan doen we het volgende: ik doe mijn ogen dicht en Jurre stuurt bovenop mijn schouders aan mijn hoofd om de richting aan te geven. Dat lijkt nogal gevaarlijk. Vooral als we schuifelend en tastend een drukke verkeersweg naderen. ‘Stop, opa’, roept hij. Door de kieren van mijn ogen zie ik dat zijn waarschuwing zeker op zijn plaats was. ‘Kan ik?”, roep ik na een minuut of wat. “Nee. Ja, nu. Nee. Toch niet. Ja. Nu!’, roept hij, een beetje zenuwachtig over zoveel grotemensenplicht. Aan de overkant vraagt hij of hij het goed heeft gedaan. Dat beaam ik en ik beken, dat ik stiekum een beetje heb meegekeken om hem enigszins te ontlasten van deze eigenaardige vorm van extra-murale zorg. Even verderop lopen we in een moment van onoplettendheid pardoes in een ligusterhaag en botsen we wat later, vanwege een uiterst gevoelige stuurinrichting nog bijna tegen twee jeugdige, bijzonder zomers geklede dames.

En zo, als de lamme en de blinde, komen we dan, samen tastend en zoekend naar zorgvuldig afgewogen wederzijds vertrouwen, eindelijk aan bij mevrouw Pasgeld die ons opwacht met twee overheerlijke donuts bij de thee.
Geplaatst op: Zondag 7 mei 2006 om 09:43 uur
383381
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld