Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

De leunstoel

Onlangs ben ik lid geworden van het Nederlands Genootschap voor Rustige Mensen, bij insiders beter bekend als het Genootschap ‘De Leunstoel’.
Ik was daar gevraagd om hun periodiek, eveneens ‘De Leunstoel’ geheten, te voorzien van wat rustige bespiegelingen.
Dat vond ik een geweldige eer.
Want zoveel rust stralen mijn columns doorgaans nou ook weer niet uit. Integendeel. Vaak is onvrede met de maatschappelijke gang van zaken mijn inspiratie en ligt boosheid ten grondslag aan de keuze van mijn onderwerp. Wellicht zou mijn lidmaatschap bij ‘De Leunstoel’ daar verandering in kunnen brengen.

Mijn eerste bijdrage aan het periodiek ‘De Leunstoel’ging erover dat ik mijn weggooischeermesje niet meer kon vinden. Een rustig onderwerp, dacht ik zelf. Het ging erover dat ik aan de smartphone van mevrouw Pasgeld had gevraagd waar mijn scheermesje lag. En dat ik zowaar antwoord van de smartphone had gekregen. Omdat mevrouw Pasgeld daar een app-je in had gezet met gegevens over waar de spullen die ik regelmatig gebruik, doorgaans lagen. Want ze was zolangzamerhand wel klaar met mijn eeuwige gezeur over waar iets lag als ik het niet onmiddellijk kon vinden.

Zelf vond ik het een tamelijk rustig onderwerp. Hoewel ik mezelf tijdens het schrijven natuurlijk toch weer behoorlijk had zitten opwinden.

Daarom hierbij een nòg rustiger onderwerp:

’De leunstoel in al zijn verschijningen’.

Een stoel dient om op te zitten. Daarover zullen niet veel mensen van mening verschillen. Ook het feit, dat een stoel doorgaans vier poten en een zitting heeft, zal waarschijnlijk geen felle discussies opleveren.
En dat iedere stoel een rugleuning heeft is ook al niks bijzonders. Je kan dus in iedere stoel leunen. Dat hoeft trouwens niet. Je kan ook in een stoel gaan zitten zonder te leunen.
Bovendien: als een stoel geen rugleuning heeft is het geen stoel maar een kruk.

Maar als iedere stoel een rugleuning heeft zou je toch zeggen, dat íedere stoel een leunstoel is. Waarom heet dan niet iedere stoel een leunstoel?
Met andere woorden: wat is nou precies het verschil tussen een gewone stoel waar je in kan leunen en een leunstoel waar je in kan leunen.
Raar woord eigenlijk: leunen. Als je het drie keer achter elkaar zegt, leunen, leunen, leunen, krijgt het iets onfatsoenlijks. Dan ga je niet alleen twijfelen aan ons gangbare vocabulaire maar ook aan jezelf.
Sorry. Ik ben even de draad kwijt. Waar waren we precies? O ja. Wat is het verschil tussen een gewone stoel waar je in kan leunen en een leunstoel waar je in kan leunen?
Ik heb de waarheid natuurlijk ook niet in pacht maar ik denk, dat het zo zit:
Een leunstoel is bedoeld om te leunen. Als je niet leunt in een leunstoel denkt iedereen: waarom is-ie niet in een gewone stoel gaan zitten. Terwijl je op een gewone stoel zowel gewoon als leunend kan zitten. Zonder dat iemand denkt: waarom is-ie niet in een leunstoel gaan zitten als-ie leunt. Of waarom leunt-ie niet terwijl er toch een rugleuning aan z’n stoel zit.
Hebt u inmiddels al afgehaakt? Nou, ik niet.
Hoe meer ik er over na ging denken hoe meer ik me ging opwinden. Dit probleem had toch op z’n minst uit de weg geruimd kunnen worden door toezichthoudende overheidsinstanties. Of door de Raad van Advies betreffende de richtlijnen op efficiënt meubilair.
Maar nee hoor. En al die tijd zitten we te modderen met die (leun)stoelen waarvan we in het duister moeten tasten waar het het erkende gebruik ervan betreft. Schande!

En kijk, nou zit ik me toch weer druk te maken.
Als lid, nota bene, van een club van rustige mensen.
 
Geplaatst op: Donderdag 8 november 2018 om 08:37 uur
1470166
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld