|
De natuur
(Uit: Branding, tijdschrift voor natuur en milieu)
Natuur. Tja. In m’n hart voel ik nog wel zo’n beetje wat het is. Maar breng het maar eens onder woorden. Ik zou eerlijk gezegd niet weten hoe. Je zou kunnen zeggen: Natuur? Dat is een compositie van fundamentele zaken waar de mens nog niet met z’n jatten aan heeft gezeten. Maar dan loop je eigenlijk direct al vast. Want hoe komt het dan, dat ik een overweldigende indruk van natuur krijg als ik fluitend langs een korenveld loop onder een strakblauwe hemel met hoog in de lucht een paar zwaluwen? Nou? Nou? Waarom wordt ik dan toch bevangen door een diepgaand gevoel van eeuwigheid als ik een brede, meanderende rivier met links en rechts kribben en een enkele fabrieksschoorsteen aan de einder mag aanschouwen? Een korenveld, een fabrieksschoorsteen, een hele reeks kribben. Is dat mensenwerk of niet? Natuur. Gaat het misschien om de juiste verhoudingen tussen ruimte en groei? Tussen beperking en perspectief? Tussen uitzicht en inzicht? Is dàt het, wat maakt dat de wind het koren door de eeuwen heen doet golven, dat de regen beekjes doet klateren langs oevers vol planten die daar zelf willen groeien, dat het konijn verstoppertje speelt achter het helmgras in de duinen en dat de mens, tussen al dat moois, z’n bescheidenheid en onbaatzuchtig geluk kan ervaren? Ik weet het echt niet. Ik doe ook maar een gooi. Maar wat ik wel weet, is dat natuur pas echt natuur is als de menselijke nietigheid en vergeefsheid daarin aanwijsbaar aanwezig is. Kleine mens onder stralend blauwe luchten, rillend en bevend in ijzige koude, zwetend tijdens grote hitte en geboren om te sterven volgens on-menselijke wetten. Want als iemand bij hoog en bij laag beweert dat de natuur iets is om van te genieten heeft-ie maar voor de helft gelijk. In de natuur behoor je evengoed bang te zijn. En ontzag te hebben voor alles wat op deze wereld toevallig eens een keertje niet-menselijk is. Is dat de reden waarom de meeste mensen liever verkeren in overbevolkte steden? Is dat de reden waarom ze liever met z’n vijfduizenden op een vrolijke vierkante kilometer verkeren dan geheel alleen op de eindeloze heide gedurende een weergaloos onweer? Is het bestaansrecht van een stad te rechtvaardigen omdat de meeste mensen de benodigde angst voor de natuur niet onder ogen wensen te zien? Ik zou het niet durven zeggen. Maar hoe dan ook komt het in ieder geval buitengewoon lachwekkend over als de Haagse Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSW) het woord natuur in de mond neemt. ‘Ruim voldoende aandacht voor natuurlijke waarden’ heet het daar als ze opnieuw een lading beton naast een reeds bestaand zooitje storten. Of: ‘ontwikkelen van hoogwaardige natuur’, als ze vinden dat er naast een wolkenkrabber een paar schaduwbestendige lijsterbessen mogen groeien. Of ze gaan ‘de natuur een kwaliteitsimpuls geven’ in de overblijfselen van het parkje waarvan ze de randen met huizen bebouwen. Huizen die dan ‘qua vormgeving geintegreerd worden met de omliggende natuur’. Als je dat hoort, weet je het weer: De kletskousenclub. De vereniging van graaiers en grijpers. Het schijtebroekengenootschap. De hatseflatssocieteit. Nou vooruit. Een perkje. Een parkje. Laten ze het, als het dan toch perse een naam moet hebben, dan zo noemen. Maar ‘natuur’? Alsjeblieft zeg. Hou toch op. Schei toch uit.
Geplaatst op: Vrijdag 31 juli 2009 om 18:08 uur
|
253944
bezoekers |