Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

De plasser van Geert Wilders

Onlangs deden mevrouw Pasgeld en ik een Zomertoer en koppelden die aan een NS-wandeltocht. Dat gaat zo: je koopt een treinkaartje voor 40 euro waarmee je met z’n tweeën de hele dag 1e klasse mag reizen. Waarheen je maar wilt. Dan stap je ergens uit op een klein stationnetje, wandelt een uur of vijf door een natuurgebied en neemt op een volgend stationnetje de trein terug. Of je neemt daar een hotel, wandelt de volgende dag verder en neemt op het daaropvolgend stationnetje de trein terug. Vrijheid in gebondenheid!
Vooral dat eerste klasse reizen beviel me wel. Eindelijk gerechtigheid. Het was zondag. We hadden de hele bovenverdieping van de wagon voor onszelf. We lazen wat. We wisselden op beschaafde toon van gedachten. En keken ondertussen op de eerste rang naar het voorbijschietend landschap. Wat is Nederland mooi! Al was het alleen maar langs de rails. Zo spoorden we van Goes naar Venlo. En stapten op ons dooie gemak over in Rozendaal en Breda. In Venlo liepen we een prachtige route langs de Maas tussen koolzaad en klaproos. Zwarte runderen stonden tot hun buik in het water onder het lommer van groepjes overhangende bomen aan de oever. Met kalm gemoed beenden we onder spoor- en autowegbruggen zonder enige weet van de haast daarboven.
En toen las ik het. Aan de zijkant van de brug bij Venlo waarop de vier wachters van de kunstenaar Shinkichi Tajiri staan, staat met grote graffittyletters voor iedereen duidelijk leesbaar: ‘Geert Wilders heeft een kleine plasser’.
Ik moest het twee keer lezen voordat het goed tot me doordrong. Maar er kon geen misverstand over bestaan: Geert Wilders heeft een kleine plasser. Dat moet dus wel waar zijn. Want waar zouden ze dat beter kunnen weten dan in zijn geboortestad?
Gedurende de verdere wandeling moest ik vechten tegen de gedachte dat ik het eigenlijk wel een uitstekend idee vond om de lengte van de pielemozen van politici royaal op zijkanten van bruggen te vermelden. Die van Rutte bijvoorbeeld op de Martinus Nijhoffbrug bij Zaltbommel. En ergens op de bovenkant van een ophaalbruggetje in Amsterdam is vast nog wel ruimte voor een vermelding van het formaat van de tokeledokus van Maxime Verhagen.
En als dit gebruik zich eenmaal wat algemener in den lande heeft gevestigd wil Den Haag natuurlijk ook niet achterblijven. Een bevriend schildersbedrijf zal opdracht krijgen om de lengte van Huffnagels manmoedigheid in sierlijke letters op het het Hubertusviaduct te vermelden. Het kippebruggetje bij Voorburg volstaat voor die van Henk Kool. Bij Marnix Norder zal de vermelding wat lastiger worden omdat de hoogte van zijn hoogbouw nogal eens wordt verward met de lengte van zijn gereedschap. En wat te doen in het geval van Marjolein de Jong? Schrijven we haar cup-maat in 20 punts cursief op de zijkant van het Zuiderhavenhoofd?
De rest van de wandeling was ook prachtig. Bij Steijl namen we het pontje naar de overkant en wandelden door een bos naar Duitsland. In Kaldenkirchen namen we een ijsje en vanaf het stationnetje aldaar reisden we weer pontificaal terug naar Goes.
Geplaatst op: Vrijdag 20 augustus 2010 om 08:54 uur
1698305
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld