Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

De rijmpjes van Hannes

 Tijdens het biljarten wil Hannes nog wel eens een rijmpje plegen. Dat doet hij meestal vlak voordat hij aan de beurt is. Maar niemand vindt het erg om dan wat langer op z’n beurt te moeten wachten. Want de rijmpjes van Hannes zijn zonder uitzondering prachtig.
De meeste van die rijmpjes heeft hij niet zelf gemaakt. Maar wel minstens een halve eeuw of langer onthouden. Want ze stammen allemaal uit vroeger tijden. En zijn daarom zo bijzonder.
Soms zijn ze kort maar krachtig. Zoals bijvoorbeeld over de ouderdom:
‘We worden ouer,
Maar niet gauwer’.

Of: ‘Doe niet zo moeilijk, hou het simpel,
Dat scheelt elke dag een rimpel’.

Een andere keer weet hij zich de goede raad te herinneren die vroeger aan kinderen werd gegeven als ze niet wilden eten:
‘Wat kan door de roeper,
Kan ook door de poeper’.

Of zonder rijm: ‘Waar het komt
Is het toch donker’.

Als je aan Hannes vraagt hoe laat het is, antwoordt hij steevast:
‘Daar kan je niks van zeggen. Dat verandert toch steeds’.
Als je aan hem vraagt wat hij wil drinken, staat hij op en declameert luidkeels:
‘Wat zullen we drinken, sprak Mozes tot de schare.
Zal het bier zijn ? Of ouwe klare?
‘t Kan mij niet schelen, sprak meneer Van der Schee.
Ik lust ze alle twee’.

En als het gaat over bureaucratie in Den Haag:
‘De heren uit de stad
Die hebben altijd wat.
Wat ze nu weer hebben uitgevonden?
Belasting voor de honden!’

Laatst vertelde Hannes over een gevangene die liggend op een kar naar het schavot werd gevoerd. Toen hij naar boven keek zag hij in de lucht een reiger met een kikker in zijn snavel.
De rechter vraagt hem of hij nog wat wil zeggen.
‘Ja’, zei de gevangene:
‘Hoop en vrees lag op de wagen
En ziet tweebeen vierbeen dragen.
Vierbeen zat in de nood.
Als U het raden kan moet ik dood’.
De rechter kon dit raadsel niet oplossen en liet de gevangene vrij.

En vanzelfsprekend gaat het niet zelden over seks of over pies en poep. Zo heeft een dame met een diep decolleté bijvoorbeeld ‘de potten op de schouw staan’.
Of een vraag aan een lid van de blauwe knoop:
‘Hoeveel kinderen heb je?’
‘Acht’, is het antwoord.
‘Nou’, is de reactie. ‘Dan had je die blauwe knoop beter aan je gulp kunnen naaien’.

En iets om over na te denken:
‘Een advocaat stak zijn vinger in zijn reet.
Dat rijmt niet, maar het dicht wel’ .

Nou vooruit, nog eentje dan:

De wind was oost
Ik zocht mijn troost
Bij Kaatje in de keuken
De wind was west
Ik dee m’n best
Om Kaatje te beneuken
De wind was zuid
Ik stak m’n fluit
In Kaatjes mollegaatje
‘De wind was noord
Wat bracht het voort?
Zowaar een klein soldaatje.

Met dank aan de rijmelaars van weleer en aan Hannes die al die verzen heeft onthouden.
Geplaatst op: Donderdag 30 mei 2019 om 08:32 uur
1564769
bezoekers
© 2019 - Julius Pasgeld