Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

De teloorgang van het geheugen

Steeds vaker kan ik mijn bril niet vinden. En dan is het heus niet zo dat hij gewoon op mijn neus zit. Ook als ik aan het klussen ben loop ik tegenwoordig meer naar mijn schroevendraaier te zoeken dan dat ik daadwerkelijk bezig ben.

Gaat mijn geheugen achteruit? Denk ik niet goed meer na? Ik weet het niet. Misschien treed ik wel in de voetsporen van mijn moeder. Die had op het eind van haar leven woordvindingsproblemen. Dan zei ze bijvoorbeeld ‘fiets’ als ze ‘tafel’ bedoelde. Of ‘bonen’ als ze het over bloemen had. Ook belde ze een keer op dat ze de loterij had gewonnen. Zelden begaf ik me zo snel naar haar woning als toen. Nadat ik hijgend gearriveerd was liet ze me een afschrift van haar bankrekening zien en wees ze op haar gironummer dat toen nog uit zes cijfers bestond en met een zeven begon. ‘Kijk’, zei ze tevreden. ‘Meer dan zeven ton.’

Zover is het gelukkig nog niet met mij. Maar mijn schroevendraaier vond ik laatst terug op het toilet. Ja. Ik weet heus wel hoe dat komt. Dat hoeft u me echt niet uit te leggen. Dan ben je aan het klussen en dan moet je ineens nodig. En dan vergeet je natuurlijk je schroevendraaier uit je hand te leggen als je je naar het toilet begeeft. Dat doe je pas als je beide handen nodig hebt om het wc-papier af te scheuren. Dan leg je die schroevendraaier dus even naast de kraan van het fonteintje. En als je klaar bent loop je weer terug naar je klus waarna je je vervolgens te pletter loopt te zoeken naar je schroevendraaier.

Maar hoe mijn bril nou laatst in de magnetron terecht kwam? Daar ben ik nog steeds niet achter. De magnetron gebruik ik iedere ochtend om mijn Brinta op te warmen. Na drie minuten haal ik mijn Brinta er weer uit en vul ik, tijdens het nuttigen daarvan, een Zweedse doorloper in. En daar heb ik natuurlijk mijn bril bij nodig. Maar welke idioot legt z’n bril nou in de magnetron als ie z’n Brinta eruit haalt? Ik dus, klaarblijkelijk.

Ik vermoed, dat mijn geheugenverlies zijn oorzaak vind in de manier waarop ik mijn computer behandel. Die schoon ik regelmatig op. Alle mailtjes, geschriften en opgeslagen wetenswaardigheden waarvan ik denk, dat ik die nooit meer zal gebruiken doe ik eens per maand in de ‘prullebak’. En die prullebak leeg ik dan eens in het kwartaal. Opgeruimd staat netjes.

Zo moet het ook in mijn hoofd toegaan. Eens in de zoveel tijd druk ik op de delete-knop in mijn hoofd. Weg met onbelangrijke zaken. Opgedonderd met slepende ergernissen. Moven met die achterhaalde handel. Opdat er weer ruimte vrijkomt voor interessante, belangwekkende zaken.
Ook namen van mensen en dingen raak ik op die manier kwijt. Dan ligt het op het puntje van mijn tong. En dan zal het me zometeen wel weer te binnen schieten. Maar dan denk ik: ach, what’s in a name? Zolang ik me het voorkomen en de eigenschappen van de mensen en de dingen nog maar voor de geest kan halen is er geen vuiltje aan de lucht. En als het echt moet, schud ik met enige moeite de nog resterende inhoud van die prullebak in mijn hoofd leeg. Of ik zoek het op op Google.

Maar soms haalt mevrouw Pasgeld wel eens herinneringen op aan vroeger tijden. Prachtige herinneringen. Aan tijden die we onmiskenbaar samen doorbrachten. Tijden waarin geluk een rol van betekenis speelde. Tijden waarin de gebeurtenissen ons vormden tot wie we nu zijn. En als ze dat dan vertelt sta ik er bij te kijken met een gezicht van: mens, waar heb je het over?

En dan vraag ik me handenwringend af of ik die goeie ouwe computer, die ik vroeger in mijn hoofd had, nu echt heb weggegooid of dat ik die misschien, als ik goed zoek, nog ergens op zolder kan vinden. 
Geplaatst op: Vrijdag 7 augustus 2015 om 08:36 uur
1793953
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld