Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

De terreur van mevrouw Pasgeld

Vorige week deed ik tijdens het stofzuigen een opzienbarende ontdekking. Mevrouw Pasgeld had op diverse, moeilijk toegankelijke plekken in het huis hoopjes vuil neergelegd om te controleren of ik wel grondig genoeg stof zoog.

Ik was verbijsterd. Ik dacht dat wij een goede relatie hadden. Een relatie die was gebaseerd op vertrouwen. Maar kennelijk gaat mevrouw Pasgeld er van uit dat ik mijn aandeel in het huishouden niet serieus neem. Dat ik maar zo’n beetje hatseflatserig met de stofzuiger door het huis wapper om de indruk te wekken mijn steentje bij te dragen aan het geheel zonder voldoende inzet of daadwerkelijk resultaat.
Maar daar lagen ze: achter mijn bureau, tussen de richels van de serre-deuren, onder de krantenmand en in de vezels van de keukenmat. Kleine, kunstmatige opeenhopinkjes van stof, gruis en kruimels. Je kon duidelijk zien dat ze daar door iemand waren neergelegd omdat die rotzooi op andere plaatsen veel meer verspreid lag. Alleen al het feit, dat ik haar geheime controle-stof had ontdekt was naar mijn idee voldoende bewijs dat ik mijn huishoudelijke taak serieus nam.

Maar wat nu?
Ik kon natuurlijk naar behoren van mijn plichtsbetrachting getuigen door alles netjes op te zuigen. Maar dat was mijn eer toch een beetje te na. Wat dacht mevrouw Pasgeld wel? En bovendien leven we toch al in een wereld waar de ene helft de andere controleert op efficiency en goede bedoelingen. Dus besloot ik bij wijze van proef het hoopje vuil onder de krantenmand te laten voor wat het was.

‘En? Stofgezogen?’, vroeg mevrouw Pasgeld toen ze thuiskwam van haar werk.
‘Jazeker’, zei ik. ‘En de ramen gelapt en de vaatwasser uitgeruimd en het gras gemaaid.’ Want ik zou het een ondragelijk idee hebben gevonden dat dit alles aan haar aandacht zou zijn ontsnapt. Ja. Waarvoor doe ik al dat werk eigenlijk? Toch niet voor niks? Eigenlijk verwachtte ik, dat mevrouw Pasgeld al direct een controle-ronde zou gaan maken maar dat deed ze niet. Ze deed haar schoenen uit en ging de krant lezen.

De daaropvolgende week heb ik iedere dag even onder de krantenmand gekeken. Maar het hoopje vuil lag er steeds. Achteloos liet ik haar aan het eind van de week weten de stofzuiger maar weer eens ter hand te nemen want, zei ik: ‘Waar het vandaan komt, ik weet het niet maar wat ís het hier toch iedere keer weer een pestzooi’.
‘Vergeet je niet onder de krantenmand te zuigen,’ zei ze.

Heel rustig legde ik de stofzuigerslang die ik net uit de kast had gehaald op de grond, keek haar eens indringend aan en zei: ‘Nou moet je eens goed naar me luisteren. Ik doe de dingen hier op mijn manier. En dat doe ik prima. Jij doet de dingen op jou manier. En dat is ook prima. Maar jíj gaat míj niet vertellen hoe ik moet stofzuigen.’
‘Oke’, zei mevrouw Pasgeld. Dan zal ik jou vertellen wat mijn manier is. Halverwege de week, als jij aan het biljarten bent, veeg ik alvast wat vuil aan. Dat leg ik dan in hoopjes ergens in een hoekje zodat dat later makkelijk te stofzuigen is. Meestal weet ik niet meer in welk hoekje, maar ineens schoot me te binnen dat ik het deze keer onder de krantenmand had geveegd.’ Dat doe ik nou al dertig jaar.
‘Ach’, zei ik. ‘Eigenaardig. Dat had ik eigenlijk nooit zo gemerkt’.
Geplaatst op: Zaterdag 13 september 2008 om 17:07 uur
383382
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld