Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Dikkertjes in Den Haag

(Uit: Haags Nieuwsblad 22 juni 2007)

Ik lees in de krant dat we in het vervolg ‘anders’ genezen in het ziekenhuis. Nou. Dan weet je al hoe laat het is. Zodra het tegenwoordig anders gaat, weet je zeker dat het duurder wordt.
Dat geeft niks. Als het beter worden dan ook maar beter gaat.

Maar dat blijkt niet het geval. Men heeft slechts allerlei aanvullende diversen toegevoegd aan de gewone behandelingen. Zoals babymassage, stress-reductiecursussen, yoga en aromatherapie. En als je ziek bent, wordt er voortaan eerst beleefd aan je gevraagd of je coach wil zijn van je eigen ziekte.
Stel je voor! Lig ik daar badend in het zweet te klappertanden van de koorts en de pijn, vraagt de zuster:
‘En meneer Pasgeld, voelt u er wat voor om coach te worden van uw eigen ziekte?’
‘N-n-n-nee!”, stamel ik dan. ‘Ik w-w-wil al-l-l-leen maar b-b-b-b-b-beter worden!’
Dan wordt de dokter erbij gehaald die met een ernstig gezicht verklaart dat de meest voor de hand liggende geneeswijze in het geval Pasgeld gezocht moet worden in de Bach-bloesemtherapie. En tegen de tijd dat ik op sterven na dood ben raadt hij aanvullende baby-massage aan. Want al die alternatieve therapeuten in de zorg willen zo langzamerhand ook wel eens wat geld zien.
Het is niet te geloven.

Aan dikke kinderen in de obesitas-poli wordt voortaan gevraagd wat ze zelf als eerste stappen willen zetten om gewicht kwijt te raken.
‘Goh’, zegt zo’n dikkertje dan tegen de dokter. ‘Effe goed nadenken hoor. Een paar eerste stappen naar de dichtstbijzijnde MacDonalds misschien? Of alvast een scootmobiel omdat ik nu al zowat niet meer kan lopen? Weet ú misschien wat? Ú heb daar toch voor doorgeleerd?’
‘Jawel’, zegt de dokter dan. Hij strijkt over het bolletje (wat een toepasselijk woord trouwens in dit verband) van dat dikkertje en zegt:
‘Dat is natuurlijk wel zo. Maar voortaan worden wij niet meer betaald om jou te vertellen hoe je beter kan worden. Dat zou te gemakkelijk zijn. Dan zou ik gewoon kunnen zeggen dat je ouders je niet zo vol moeten proppen met van die vette zooi. En als ze dat dan niet meer doen, dat je dan vanzelf weer beter wordt. Maar nee. Zo gaat het tegenwoordig niet,’ aldus die dokter, die natuurlijk precies weet hoe het tegenwoordig dan wel gaat. Want er moeten centjes worden verdiend in de zorg. En dan mogen de dikkertjes het dus zelf zeggen.

En dat, terwijl het miechelt van de mensen die er wèl voor hebben geleerd. Rob Oudkerk bijvoorbeeld. Die weer van Fritz Huffnagel heeft geleerd dat je in Den Haag nog heel goed terecht kan als je in Amsterdam je gewicht hebt verloren. Ach. Ik bedoel natuurlijk: je gezicht hebt verloren. Want Rob Oudkerk verloor in Amsterdam natuurlijk overal van alles, behalve zijn gewicht. En ondanks dat aanvaarde hij laatst blij van zin een leeropdracht in de kamerolifantjeskunde aan de Haagse Hogeschool.

En zie: ineens schiet het dikkertje van zonet een mogelijke eerste stap te binnen om gewicht kwijt te raken. Als typisch kind van zijn tijd besluit hij Rob Oudkerk af te rekenen op het aantal dikkertjes in Den Haag vóór en ná zijn aanstelling aan de Haagse Hogeschool. En hij zegt (met volle mond):
‘Oudkerk, voel je er wat voor om coach te worden van je eigen hoogleraarschap? Wat zijn je eerste stappen?’
Geplaatst op: Zaterdag 23 juni 2007 om 08:50 uur
383377
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld