Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Don de Baron en Opi

We hadden onze handen al vol aan Suzanna en Franca. Twee kippen die elkaar het licht in de ogen nog niet gunnen. Maar nu zijn er, wegens een verhuizing van Pasgeld Junior, ook nog eens twee poezen bijgekomen.
Don de Baron en Opie.

Het was wel even wennen. Poezen is toch iets anders dan kippen. Ik wil natuurlijk niet discrimineren maar kippen zijn, in vergelijking met poezen, zo blijkt nu, veel dommer, rechtlijniger, egoïstischer en kortzichtiger.
Ja toch? Of mag je dat, in het kader van de gelijkberechtiging van tegenwoordig soms ook al niet meer zeggen?

De karakters van Don en Opie verschillen ook veel van elkaar Opie is huiselijk en gezellig en Don is avontuurlijk en reislustig. Maar allebei zijn ze aanhankelijk, op hun privacy gesteld en geneigd hun nieuwe omgeving aan een diepgaand onderzoek te onderwerpen.
Opi is meer van de lol. Hij wenst uitsluitend uit de kraan te drinken die we dan ook regelmatig voor hem open moeten draaien. Verder weigert hij ook maar één minuut in zijn nieuwe, dure poezenmand te gaan liggen die we onlangs voor hem kochten. Het mooiste plekje in huis is voor hem de hoedenplank boven de gardarobe in het halletje naast de voordeur. Anderhalve meter hoog! Hoe hij er iedere keer op komt mag Joost weten.
Don de Baron verkeert graag urenlang geheel ongezien in een doos achterin de serre. Maar af en toe krijgt hij de geest, zoekt Opi op en gaan ze samen op de vernsterbank voor het raam liggen kijken naar de eenden die in onze voortuin een plek zoeken om hun ei kwijt te kunnen.

De eerste twee weken mochten ze er niet uit. Omdat ze moesten wennen aan hun nieuwe omgeving. Gelijk de eerste nacht liet ik dus per ongeluk de tuindeur open staan zodat Don de Baron de gehele nacht zijn heil kon zoeken rond het slootje achterin de tuin. En wij geen oog dicht deden en zelfs twee keer uit bed gingen om hem te roepen te fluiten en te rammelen met de doos brokjes. Allemaal drukte om niks. Geheel eigenstandig had Don ‘s ochtends zijn doos achter in de serre weer gevonden.

Toen mochten ze er echt uit. De tuin in. En iedere keer kwamen ze weer gezellig terug. Tijd dus voor een kattenluik. Eerst met het luikje open door middel van tape. Geen probleem! Als circusartiesten vonden ze zowel heen als terug hun weg als vanzelf. En toen met het luikje dicht. Zodat ze dat met een duwtje van snuit of poten zélf open konden duwen. Zouden ze dat wel begrijpen?
Vijf keer deed ik ze voor hoe het moest. Met mijn eigen snoet en mijn eigen poot. Niet er helemaal doorheen, natuurlijk. Daar was ik veel te groot voor. Maar misschien zouden ze begrijpen, dat ze zèlf wèl klein genoeg waren om er door te kunnen.
Natuurlijk begrepen ze dat. Vrijwel onmiddellijk. En sinsdien horen we het kattenluikje klapperen dat het een lieve lust is. Het is een komen en gaan.
We genieten van ze en soms, het klinkt natuurlijk belachelijk, maar soms hebben mevrouw Pasgeld en ik het gevoel dat ze ook van ons genieten. Dan gaan ze, als ze een van ons toevallig ontmoeten, alvast op de grond liggen kroelen alsof ze een aai verwachten. En die krijgen ze dan natuurlijk ook.

Kom daar eens om bij onze kippen..
Ik bedoel maar.
 
Geplaatst op: Donderdag 14 maart 2019 om 08:19 uur
1575632
bezoekers
© 2019 - Julius Pasgeld