|
Een eindje lopen met mevrouw Pasgeld
‘Ik ga even een eindje lopen hoor’, kondigde mevrouw Pasgeld de laatste tijd steeds vaker aan. En dan trok ze de deur achter zich dicht en was na een half uurtje weer terug.
Steevast verkeerde ik in de veronderstelling dat ze met dat mooie weer van de afgelopen weken even een frisse neus wilde halen. Maar inmiddels weet ik wel beter. Eerst nog niet. Ook niet toen ze drie keer per week een eindje ging lopen. Dat kon naar mijn idee geen kwaad. Mevrouw Pasgeld is ook niet meer een van de jongsten en juist dan beveelt de dokter veel beweging aan. Zelf had ik er geen behoefte aan om mee te lopen. Regelmatig wandelen we immers samen urenlang door weilanden en langs vaarten. En als je dat optelt bij al die beweging die ik toch al heb met mijn huishoudelijke taken, vind ik dat wel genoeg. Maar mevrouw Pasgeld heeft een nogal zittend beroep en hoe ze invulling wil geven aan haar streven naar gezondheid moet ze natuurlijk zelf bepalen. Pas na vijf keer per week ‘een eindje lopen’ begonnen er bij mij twijfels te rijzen. Vijf keer per week een eindje lopen? En steeds na een half uurtje weer terug? Was dat wel normaal? En die sprankelende blos op haar konen als ze weer thuiskwam? Kwam dat alleen maar van dat eindje lopen? Er begonnen zich steeds meer tekenen voor te doen, dat hier iets bijzonders aan de hand was. En ja, laat ik het maar eerlijk zeggen: uiteindelijk kwam de gedachte bij me op, dat mevrouw Pasgeld ergens in de buurt een minnaar had. Dat zou natuurlijk best kunnen. Mevrouw Pasgeld is twaalf jaar jonger dan ik. En dat is heus nog niet te oud voor een minnaar. Dus toen mevrouw Pasgeld opnieuw aankondigde dat ze ‘een eindje ging lopen’, volgde ik haar ongemerkt. Lang hoefde ik niet te lopen. Enkele tientallen meters verder haalde ze een sleutel tevoorschijn waarmee ze zich toegang verschafte tot het huis van de buren waarmee we vooral de laatste paar maanden nogal goed omgaan. Haastig liep ik terug naar huis en begaf me naar onze achtertuin om me vervolgens via een paar losse planken in de schutting vanuit de achterzijde van onze huizen op de hoogte te stellen van de loop der gebeurtenissen. En ja hoor. Daar had je het gedonder al. Uit het tuinhuisje van de buren vernam ik onmiskenbaar gesteun en gehijg. Mijn hart klopte in mijn keel. En het duurde echt een hele tijd voor ik me er toe kon zetten een blik door een van de kleine raampjes te werpen. Moet ik nog vertellen dat ik in dat tuinhuisje mevrouw Pasgeld op een electrische loopband zag zwoegen om haar conditie op peil te houden? Moet ik nog vertellen, dat ik me daarna buitengewoon opgelucht weer naar huis begaf in de zekere wetenschap dat er in de communicatie tussen mevrouw Pasgeld en mij kennelijk iets mis was gegaan? ‘Zo. Lekker gelopen?’, vroeg ik toen mevrouw Pasgeld na een half uurtje met een sprankelende blos op haar konen weer thuis kwam. Dat had ze, bracht ze er hijgend uit. ‘Zou je misschien ook eens een eindje achter onze electrische grasmaaimachine willen lopen?’, vroeg ik haar vriendelijk. Want ik laat me natuurlijk niet kennen.
Geplaatst op: Donderdag 23 april 2009 om 17:44 uur
|
253944
bezoekers |