Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Een flinke jongen


Als het over sex gaat, kan je beter doen dan erover praten. Maar voor één keer wil ik wel een uitzondering maken. Vorige week las ik namelijk in het Algemeen Dagblad dat mannen vaak zeer tevreden zijn over het gereedschap dat hen ten dienste staat bij de voortplanting.
“En hoewel zij het gevoel hebben dat hun eigen piemel een stuk kleiner is dan de gemiddelde piemel vinden ze het wel best zo”, aldus seksuoloog Mels van Driel die daar een onderzoek naar heeft gedaan.

Je zal daar toch een onderzoek naar moeten doen. “Sorry. Neemt u me niet kwalijk. Maar mag ik misschien even? Het is voor een onderzoek”. En dan haalt Mels van Driel zijn rolmaat te voorschijn. Of zijn meetlat. Of zijn schuifpasser of weet ik wat je er allemaal voor nodig hebt om zulke metingen te verrichten. En na zo’n handeling willen die proefpersonen natuurlijk weten of ze er mee door kunnen of niet. “Ach, wat valt dat toch tegen”, antwoordt hij dan.
Mannen, die het gevoel hebben dat ze klein bedeeld zijn, raadt hij altijd aan ‘hun penis onder een andere hoek te bekijken’. “Want”, zo verduidelijkt hij, ‘’meestal zie je hem van bovenaf waardoor het orgaan kleiner oogt dan het in werkelijk is’.

Kijk. Dat is nou nog eens een goede raad. Daar heb je wat aan. Ik zal nu maar gelijk, geheel conform de openhartige geest van deze tijd, eens uit de doeken doen, hoe dat bij mij zelf zit. Ik ben best tevreden met mijn ding. Daar niet van. Het is een echte kameraad. Bijna elke ochtend herinnert hij me er nu al ruim een halve eeuw aan waarom ik eigenlijk op deze wereld ben. En, voordat ik het zelf in de gaten heb, laat hij het afweten als er onraad dreigt. Maar wat zijn formaat betreft verkeer ook ik in het onzekere.

Dus volg ik, na lezing van het artikel in het AD, de goede raad van Mels van Driel op en probeer hem maar eens onder een andere hoek te bekijken. Hoewel ik eerlijk gezegd niet zo gauw weet hoe dat moet. Eerst buig ik me staande wat voorover zodat ik hem, weliswaar ondersteboven, wat meer van voren zie. Maar dat lukt niet erg. Zo krijg ik niet echt een goeie indruk van het formaat zoals dat bij de andere sexe over zou komen. Dan hel ik, terwijl ik plaats neem op de rand van mijn bed, eerst heel erg naar links en dan naar rechts om hem van de zijkant te observeren. Maar nee. Om nou te zeggen dat-ie daar groter van wordt, nee.
Tenslotte begeef ik me, gewapend met telescoop en scheerspiegel naar de zitkamer waar een grote spiegel hangt. Mijn hoofd schuin houdend en me in diverse bochten buigend, werp ik via telescoop, scheerspiegel en grote spiegel een blik op mijn geval. En ja hoor! Allemachtig! Zo had ik hem nog nooit gezien! Tjonge jonge. Wat een knaap zeg!

“Wat doe je”, vraagt mevrouw Pasgeld die net met een tas vol boodschappen binnen komt.
“Moet je kijken!”, roep ik uit. Wat een joekelaar! Wat een kanjer! Wat een knoert! Wat een lel van een gevaarte! Wat een bakbeest!”
“Ach”, zegt mevrouw Pasgeld misprijzend. “En is dàt nou de reden waarom ìk steeds die zware boodschappen moet dragen?”
Geplaatst op: Zaterdag 26 januari 2008 om 09:30 uur
383380
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld