Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Een geheim bewaren

Kleinzoon Jurre is nu zeven. Op de een of andere manier is hij op het idee gekomen zijn spaargeld bij opa in bewaring te geven. Dat spaargeld bestaat uit twee componenten: een deel in een trommeltje bij pappa en mamma thuis en een deel in een blikje bij opa in de kast. Het eerste is de resultante van zijn zakgeld, het laatste de som van de toelage van de twee euro die hij wekelijks geniet als hij bij opa en oma is. Het totaal bedraagt inmiddels ruim 170 euro en dient te zijner tijd te worden aangewend voor de aanschaf van een Wii. Ik heb geen flauw idee wat een Wii is en wil het niet weten ook. Het zal wel weer zo’n ding zijn waarmee je in een paar jaar afleert wat je evolutionair gezien in een paar millennia had opgebouwd.

‘Prima’, zeg ik. ‘Geef je spaarcenten maar aan opa. Dan doen we dat bij al die munten uit het blikje. Bij opa krijg je een rente van 10 procent per jaar en dat is meer dan bij de DSB van Scheringa. Maar dan moeten we wel eerst goed nadenken over hoe en waar we het verstoppen.’
‘Begraven in de tuin?’, doet Jurre een gooi. ‘Nee’, zeg ik. “Voor je het weet zit je er bij het opgraven een meter naast en is de hele tuin omgespit voor je het hebt gevonden.’
‘In de linnenkast, op de bovenste plank onder de stapel opgevouwen lakens?’, probeert Jurre weer. Want hij herinnert zich, dat ik hem eens had verteld dat mijn opa daar zijn spaarcentjes verborg.
‘Nee’, zeg ik. ‘Iedere dief zoekt daar het eerst’.
‘In de matras van je bed dan?’, stelt hij voor. Maar dat lijkt me ook niet handig. Eerst de matras opensnijden. Dan weer dichtnaaien. En dat iedere keer weer als je het spaarsaldo wilt verhogen.

Tenslotte komen we op het volgende uit: we bakken samen een appeltaart, doen het spaargeld in een metalen sigarenkoker, hollen met de appelboor een ruimte in de taart uit en schuiven de sigarenkoker in de taart. Het geheel leggen we in de vriezer in de kelder. Voor de zekerheid monteren we ter hoogte van het handvat van de vriezer een beugeltje zodat het geheel met een cijferslot degelijk op slot kan.
‘Dat zal oma vast niet leuk vinden’, zegt Jurre. ‘Dat ze nu niet meer bij de spullen in de vriezer kan’. Tja. Daar had ik even niet aan gedacht. ‘Nou’, zeg ik. ‘Dan moet oma de code van het cijferslot ook maar weten. Ik heb persoonlijk een goeie indruk van haar en ik geloof wel dat ze te vertrouwen is.’

De operatie heeft de hele middag in beslag genomen. Jurre gaat een puzzeltje doen en ik zit achter mijn laptop mijn column te schrijven.

‘Wat doe je, opa?’, vraagt Jurre na een tijdje.
‘Ik schrijf een column over hoe we samen je spaargeld op een geheime plek hebben verstopt’, zeg ik.
‘Lees eens voor’, vraagt hij.
Dat doe ik. Als ik klaar ben zegt Jurre: ‘Maar opa, daar klopt echt helemaal niks van. We hebben helemaal geen appeltaart gebakken. En je hebt ook niet eens een kelder.’
‘Dat is waar’, zeg ik. ‘Maar dacht je nou heus, dat ik zomaar in de krant zou gaan schrijven waar we je spaargeld echt hebben verstopt? Dan weet straks iedereen het en dan kunnen we wel beurtbalkjes gaan uitdelen aan de inbrekers hier voor de deur.’
Geplaatst op: Vrijdag 9 oktober 2009 om 08:53 uur
383380
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld