Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Een jaar Jozias van Aartsen

Ruim een jaar is Jozias van Aartsen nu burgemeester. En als je het aan de jongeren in Den Haag vraagt hebben ze geen idee hoe hij heet. Dat bleek onlangs uit een enquete die werd gehouden onder 200 middelbare scholieren.

En slechte zaak, zo vindt men. Maar daar ben ik het niet mee eens. Want vertel me eens. Waarom zouden kinderen de naam van hun burgemeester eigenlijk moeten weten? Er schiet me, ook na flink nadenken, geen enkele reden te binnen. Maar als ik iets over het hoofd zie moet u het maar even zeggen.
Trouwens. Stel je voor als alle Hagenaars tussen de tien en de twintig wèl de naam van hun burgemeester zouden kennen. Dat is misschien nog erger dan dat ze hem niet kennen. Ik hoef de namen Stefan Hulman uit Den Helder, Rik Buddenberg uit Pijnacker en Aleid Wolfsen uit Utrecht maar te noemen of u weet gelijk wat ik bedoel.

Nee. Voorlopig is het wel best zo. Eindelijk eens een Haagse burgemeester die niet zo nodig aan de weg timmert. Eindelijk eens een waardig, en dus bescheiden leider. Het is een verademing na die parmantige, zelfgenoegzame Deetman en dat driftkikkertje Havermans.
Wist u trouwens, dat Havermans altijd een sinaasappelkistje in de achterbak van zijn dienstauto had liggen? Daar ging hij dan op staan als hij op de foto moest. Persfotografen hadden de instructie hem zo te fotograferen dat je net niet zag dat hij op dat kistje stond. Toch leek Havermans op krantenfoto’s nog steeds erg klein. Kan je nagaan.

Maar we hadden het over Jozias van Aartsen. U weet: ik heb altijd wat moeite me in vriendelijke termen uit te drukken als het over de lokale, Haagse politiek gaat. Maar in het geval van Van Aartsen moet ik zeggen dat het erop lijkt, dat we het wel getroffen hebben met die man. Die Afganistan-top had hij toch maar mooi voor elkaar zonder zich daarvoor voortdurend op de borst te timmeren of zich in het zonnetje te laten zetten. En verder lijkt hij nauwelijks bemoeizuchtig als het gaat om het dagelijkse leven van de Hagenaars. Jazeker. Met zo’n man als Van Aartsen zou ik best wel een beetje trots willen zijn op Den Haag.

Maar ja. Als het erom gaat trots zijn op Den Haag komen de wethouders Norder, Kool, Huffnagel, Baldewsingh en Dekker onmiddellijk weer roet in het eten gooien.
Wethouder Huffnagel? Ja, dat is de wethouder van feesten en beesten. Zìjn naam wist iedere jongere in Den Haag al direct na een week. Maar dat kwam omdat Huffnagel die naam zèlf van meet af aan stond te bleren aan ieder die het horen, maar vooral ook niet horen wilde. Huffnagel heeft geen sinaasappelkistje nodig. Die staat op iedere krantenfoto met een glas in z’n hand.
Ik bedoel: Van Aartsen is daarbij vergeleken de man die de politiek juist weer een goede naam weet te geven. Bescheiden, kalm en stijlvol.

Maar hou me ten goede. Ik heb het ook maar van horen zeggen. Stille wateren hebben diepe gronden. En wie weet zit Jozias van Aartsen nu wel in alle rust te broeden op de meest afschuwelijke plannen. Plannen waarmee hij Den Haag opstoot in de verderfelijke vaart der volkeren. Of plannen waarmee hij Den Haag in de uitverkoop doet. Of iets anders in de sfeer van Engelstalige slogans.

Maar vooralsnog zie ik hem daar, na ruim een jaar burgemeesterschap, niet voor aan.
Geplaatst op: Vrijdag 8 mei 2009 om 21:43 uur
383382
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld