Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Een kijkje in het hoofd van Marnix Norder

Ook binnen de PvdA in Den Haag rezen er zo langzamerhand twijfels over de geestelijke vermogens van Marnix Norder. Een onderzoek naar zijn bekwaamheid zou uitsluitsel moeten geven of hij de komende periode nog wel geschikt zou zijn als wethouder van haast, herrie en hoogbouw. ‘Zo’n onderzoek is duur maar onvermijdelijk’, vond ook Marnix Norder zelf. ‘Eerst moeten we weten of ik nog wel fris onder mijn petje ben voordat we tot een uitspraak kunnen komen over mijn aspiraties.’

Het liefst had Norder het onderzoek over de gemeenteraadsverkiezingen heen getild maar als het om de volgorde op de kieslijst ging, kon dat natuurlijk niet. Daarom werd hij stante pede naar het ziekenhuis vervoerd. Daar moest hij toch zijn voor de controle van een klein wondje aan zijn been, dus dat kwam mooi uit.

In de operatiekamer kreeg hij een spuitje en verkeerde weldra in zalige onwetendheid. De chirurgen bogen zich over hem heen. Om helder inzicht te verkrijgen in zijn geestesgesteldheid boorden zij een gaatje met een doorsnede van 3,5 cm in zijn schedeldak, net even onder de haargrens. Toen dat klaar was keken ze één voor één door het gaatje naar binnen.
‘Ik zie niets’, zei een der de heelkundigen. ‘Het is daarbinnen alleen maar leeg en donker’. De anderen beaamden dat en na enig beraad besloot men een sonde, een soort op afstand bestuurbaar grijpertje, door het gat te laten zakken. Heel voorzichtig vierde men met een soort joy-stick de draadjes aan het grijpertje totdat men op een zachte, vochtige substantie stuitte. Daarvan werd met de grootst mogelijke omzichtigheid een stukje losgemaakt en naar boven gehaald.
Niet zodra was de substantie zichtbaar of de jongste en minst ervaren chirurg van gezelschap zei: ‘Ik zie het al. Het is zaagsel. Gewoon nat zaagsel’.
’Nou, nou, niet zo voorbarig jongeman’, zei een wat oudere collega. ‘Zullen we het eerst maar eens laten onderzoeken in lab?’ Daar kon het hele chirurgische team zich wel in vinden.

Na een kwartier deelde een jonge analiste de de uitslag van het onderzoek mee aan het team ongeduldig wachtende chirurgen.
‘Zaagsel’, zei ze. ‘Gewoon nat zaagsel. Waarschijnlijk afkomstig van een hardhouten bord voor de kop.’
‘Zie je wel’, zei de jongste chirurg. ‘Ik wist het wel. Zoiets voel je op je klompen aan. Daar heb je helemaal geen duur onderzoek voor nodig.’
‘Maar nu weten we nog niets’, zei de oudste van het stel. ‘Want zoals jullie weten is nat zaagsel in het hoofd nog nooit een beletsel geweest voor een beetje geslaagde politicus. Nee. We moeten ons onderzoek uitbreiden.’

Weer werd het grijpertje in het gat van het hoofd van die arme Marnix Norder neergelaten. Zorgvuldig onderzocht men nu het zaagsel in het hoofd zelf en deze keer stuitte men op diverse voorwerpen die met het grijpertje naar boven werden gehaald. In het licht van de operatielampen bleken het kleine cadeautjes te zijn met een strikje eromheen. Zorgvuldig werden ze uitgepakt door enige verpleegkundige assistenten. Het bleken kleine modelletjes te zijn van cruise-terminals, hoogbouwappartementen, kantoorcomplexen en toeristenhotels.

‘Aha”, zei het hoofdchirirg. ‘Kijk eens aan. In het hoofd van Norder bevindt zich een grabbelton voor projectontwikkelaars. Wij kunnen adviseren dat hij uitstekend geschikt is voor het bedrijfsleven maar absoluut onbekwaam als vertegenwoordiger van Haagse inwoners.’
Geplaatst op: Vrijdag 13 november 2009 om 09:25 uur
384199
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld