Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Een kwaliteitslabel voor Pasgeld

Onlangs ontving ik van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een schrijven met een kwaliteitslabel.
‘Dit voorlopige kwaliteitslabel geeft een inschatting van uw kwaliteit als mens. Het label kan u helpen om na te gaan welke maatregelen u kunt nemen om uw karakter waardevoller voor uw omgeving te maken. Met deze wijziging in uw karakter verbetert u tevens uw rendement in de Nederlandse economie en daarmee het niveau van de schatkist.’

Ik moet eerlijk zeggen, dat ik even paf stond toen ik het las. Maar daarna moest ik toegeven dat het eraan zat te komen. De bemoeizucht en het hokjesdenken heeft bij de overheid zo’n grote vlucht genomen, dat je erop kon wachten dat ze de mensheid zouden gaan classificeren om het besturen wat gemakkelijker te maken.

De brief ging verder met de mededeling, dat ik in keurmerk C was ingedeeld. Men had zeven keurmerken in het leven geroepen. In kwaliteit aflopend van A tot en met G. En men had mij dus in C ingedeeld.
Niet gek, dacht ik. Maar ja. Het had beter gekund.

Voor het bepalen van mijn keurmerk had men, zo stond er geschreven, gebruik gemaakt van enkele openbare gegevens, zoals mijn geboortedatum, mijn opleiding, de functies die ik tot nog toe had bekleed en mijn koopgedrag. Dat koopgedrag was samengesteld uit gegevens van mijn bank en het patroon van mijn digitale communicatie. Maar, zo stond er nadrukkelijk, het zou best kunnen zijn, dat ik in een ander keurmerk viel omdat er inmiddels dingen waren veranderd in mijn leven. Misschien was ik beter maatschappelijk gaan functioneren. Misschien ook wel slechter. Daarom, zo stelde men mij gerust, was het mij toegekende keurmerk C een voorlopig keurmerk.

Om mijn keurmerk in de samenleving zo efficient mogelijk te implementeren, zo las ik verder, was het nodig om bij elke verandering in mijn leven - een andere baan, een scheiding, een tijdelijke of permanente arbeidsongeschiktheid-  het mij toegekende voorlopige keurmerk om te zetten in een definitief keurmerk. Bij elke opmerkelijke wijziging zou ik iedere keer weer een nieuw, definitief keurmerk aan moeten vragen.
En ja, dat ging natuurlijk wel wat kosten. Want voor niks gaat alleen de zon op.
Voor zo’n definitief keurmerk zou iedere keer weer enkele tientallen euro’s moeten neerleggen. Bijvoorbeeld bij een verhuizing, bij een aanvrage voor loonsverhoging, bij verandering van baan. Bleef ik in gebreke, en probeerde ik bijvoorbeeld stiekum van baan te veranderen zonder dat te waarmerken met een definitief keurmerk, zou dat bestraft worden met een boete die kon oplopen tot wel 400 euro!
Maar als ik gehoorzaam deed, wat de overheid allemaal had bedacht, zou mijn kwaliteitskeurmerk niet door de overheid zelf worden bepaald en geregistreerd, maar door een onafhankelijke deskundige. Dit om alle verdenking van belangenverstrengeling, vriendjespolitiek en zakkenvullerij te voorkomen.

Het werd me benauwd te moede. Kon dat allemaal maar zomaar? Ging de overheid nu  niet wat erg ver met haar bemoeienissen? Het zweet brak me uit. Ik voelde een enorme, niet meer te stuiten woede in me opkomen.

Gelukkig werd ik net op tijd wakker.
Een nachtmerrie!
Maar toch: was het nou echt alleen maar mijn woning die een energielabel had gekregen?

Of was dit de voorbode van een ontwikkeling die straks ook weer vreselijk uit de hand zal gaan lopen?
Geplaatst op: Vrijdag 15 mei 2015 om 08:46 uur
1794006
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld