Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Een muis op tafel

Onze poezen Opie en Don de Baron gedragen zich na een verblijf van drie maanden zo langzamerhand als een kind aan huis. Op hun dooie gemak genieten ze van het leven. Ze doen dutjes wanneer ze willen. En beleven in de achtertuin avonturen genoeg. Daar hebben ze geen tv voor nodig. Af en toe probeer ik het wel. Dan zet ik ze voor de tv en verzoek ze vriendelijk kennis te nemen van het wereldgebeuren of van de opmerkingen van Maarten van Rossem in De Slimste Mens. Maar dan weten ze niet hoe snel ze weer weg moeten wezen. Eigenlijk zouden wij daar wat dat betreft een voorbeeld aan moeten nemen.

Ook laten beide poezen zich de wet niet voorschrijven. Vooral Opie niet. Zo spraken we nogal dringend met hem af, dat hij vanwege de haren NIET op ons bed mocht liggen. ‘s Nachts niet. Maar overdag ook niet. Daarom doen we, sinds hun komst, de slaapkamerdeur altijd achter ons dicht. Toch vonden we Opie daarna geregeld in diepe rust bovenop de beddensprei. Wat nu? Beschikte hij over bovennatuurlijke krachten? Vonden er onstoffelijke verplaatsingen plaats door het sleutelgat van de deur? Na zijn gangen zorgvuldig te zijn nagegaan, ontdekten we een ingewikkelde sluiproute via het dak van de bijkeuken, over het glazen dak van de serre naar het raam van onze slaapkamerraam op de eerste verdieping, dat, in verband met de hoge temperaturen van de afgelopen weken vrijwel altijd openstond.
En nu hebben we ons erbij neergelegd. Opie mag op ons bed slapen.

Nog iets wonderlijks. Wederom in verband met de hitte stond de bijkeukendeur die naar de achtertuin leidt, vaak open. En zie: tot onze verbazing, maar vooral tot ons genoegen maakte een egeltje daar dankbaar gebruik van. Zich moeizaam over de drempel bewegend begeeft hij zich’s avonds schommelend naar de twee bakjes poezenvoer even verderop in de keuken. Alwaar hij zich op zijn gemak tegoed doet aan andermans brokjes. Daarbij niet alleen bewonderend gadegeslagen door mevrouw Pasgeld en mijzelf, maar ook door Opie en Don die hun diner kennelijk graag ter beschikking stellen aan deze stekelige asielzoeker. Op nog geen meter afstand van het egeltje hebben beide katten kennelijk (en wellicht uit enige ervaring) besloten dat boos worden of erop los slaan geen enkele zin heeft omdat hij zich dan toch oprolt.

En denk nu niet dat Opie en Don de kost en inwoning die ze bij ons genieten als vanzelfsprekend beschouwen. Voor wat hoort wat, is er op de een of andere manier ook bij hen met de paplepel ingegoten. Als tegenprestatie ligt er dus vrijwel iedere ochtend een dooie muis op de keukentafel. Uiteraard nemen we deze gift in grote dank af. En bedanken we ze iedere keer hartelijk voor hun bijdrage. Maar weten tot op heden nog steeds niet of we de muis daarna in de biobak of in de bak met restafval moeten deponeren.
Waar Opie en Don die muizen iedere keer weer vandaan halen? Joost mag het weten. Misschien tussen het riet in de sloot aan de achterkant van onze achtertuin? Wellicht bij de buren vandaan? Onze buurman klaagde vroeger vaak over muizennesten in zijn huis. Maar sinds kort niet meer.
Of misschien uit de krochten onder onze huizen. Waar hele muizenfamilies ’s ochtends rond de ontbijttafel zitten. En iedere keer moeten constateren dat er alwéér een familielid ontbreekt.
Eten en gegeten worden. Oók bij ons thuis.
 
Geplaatst op: Donderdag 22 augustus 2019 om 08:08 uur
1649851
bezoekers
© 2019 - Julius Pasgeld