Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Een parkeerkaartje voor een medemens

Mijn scootertje krijgt een grote beurt dus moet ik bij wijze van uitzondering een keer met de auto naar het Haagse centrum. Op anderhalve kilometer van waar ik  moet zijn, vind ik een parkeerplaats en offreer tien euro aan een paal.
Na een uurtje ben ik alweer terug en juist als ik weer in mijn auto wil stappen zie ik een andere auto met een dame erin die kennelijk op zoek is naar een parkeerplek. Ik draai mijn portierraampje open en vraag of ik haar van dienst kan zijn met het resterende uur van mijn parkeerkaartje. Dat aanbod wordt in dank ontvangen. Maar zodra ik haar het parkeerkaartje heb aangereikt en aanstalten maak om weg te rijden, verschijnt de prinsemarij ten tonele.
‘Wat zijn wij daar aan het doen?’, roept de agent terwijl hij met zijn knokkels op mijn dak tikt.
Ik draai het portierraampje weer open en deel de agent naar eer en geweten mee, dat ik mijn parkeerplaats aan het verlaten ben.
‘Maar wat was dat met dat parkeerkaartje?’, vraagt hij weer.
‘O, dat’, zeg ik.’ Dat gaf ik aan die mevrouw. Die nu op mijn plekje wil gaan staan. Er staat nog een uurtje op. Dus het zou zonde zijn als dat niet gebruikt zou worden.’
‘Dat mag niet’, zegt de agent.
‘Waarom niet?’ vraag ik verbaasd.
‘Omdat dat nou eenmaal niet mag. Parkeerkaartjes zijn persoonsgebonden. Die mogen slechts door één en dezelfde persoon worden aangewend. Dat is onlangs nog eens duidelijk geworden in een rechtszaak in Arnhem. Daar werd de persoon die zijn parkeerkaartje aan een ander gaf veroordeeld tot het betalen van een fikse boete.’
‘Warmte en medemenselijkheid zijn dus tegenwoordig ook al verboden’, werp ik recalcitrant in het midden. ‘Weet je wat. Ik geef die mevrouw,terwijl u staat te toe te kijken, nu meteen vijf euro om een uurtje te parkeren. Eens kijken of dat ook al niet meer mag.’
‘Dat mag weer wel’, zegt de agent.
‘En als ik mijn parkeerkaartje nou eens terugvraag aan die mevrouw?’, vraag ik.
‘Dat mag weer wel’, zegt de agent.
‘En als ik die mevrouw dan vraag of ze even uit haar auto wil stappen? En dat ik dan mijn auto van de parkeerplaats rij en die van haar er weer op? En dat ik dan mijn parkeerkaartje duidelijk zichtbaar op haar dashboard leg? Mag dat wel?’ 
‘Nee, dat mag nou juist weer niet’, zegt de agent.
‘Maar dat is toch raar’, zeg ik. ‘Er staat toch nergens dat je alleen maar je eìgen auto op een parkeerplaats mag zetten? Je mag toch ook een geleende, of een gehuurde auto, of een auto van een ander parkeren op zo’n parkeerplaats?’
‘Ja, dat mag weer wel’, zegt de agent.
‘En zonet zei u nog dat dat niet mag!’
‘Ja, dat klopt’ zegt de agent. ‘Want onlangs is uit onderzoek gebleken, dat agenten eigenlijk zelf niet zo goed weten wat wel en wat niet mag. En dat we daar eigenlijk les in zouden moeten krijgen.’

Dus vraag ik de dame, die de hele discussie gevolgd heeft, om haar autosleuteltje, neem mijn eigen persoonsgebonden parkeerkaartje weer in ontvangst, rij mìjn eigen auto een stukje opzij van de parkeerplaats, zet háár auto er weer op, leg mijn persoonsgebonden parkeerkaartje op haar dashbord, geef de autosleutels terug aan de dame en rij weg in mijn eigen auto.

Je moet tegenwoordig eerst afgestudeerd zijn in de rechten om gewoon uit jezelf een beetje vriendelijk te mogen zijn.
Geplaatst op: Vrijdag 3 april 2015 om 08:19 uur
1793954
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld