Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Een plastic gietertje

(Uit: Haags Nieuwsblad 4 mei 2007)

Mevrouw Pasgeld en ik vonden dat we dit jaar koninginnedag maar eens moesten doorbrengen in een van de randgemeenten. Dat had meerdere redenen. In de randgemeenten is men over het algemeen wat oranjegezinder dan in Den Haag. En bovendien is men in Den Haag wat commerciëler dan in de randgemeenten. De kans op een authentieke, en dus niet zo’n idioot drukke, inhalige koninginnedag achtten we in de randgemeenten dan ook groter.
Vandaar dat we terecht kwamen in de Herenstraat in Rijswijk. Maar lieve God, wat een drukte! Wat een commercie.

Ik was uit op een gietertje. Een gewoon plastic gietertje. De kleur kon me niet eens wat schelen. Het was voor in het kweekkasje dat ik onlangs bij de Aldi had aangeschaft. Ik zei nog tegen mevrouw Pasgeld: ‘Nou, een gewoon plastic gietertje, dat moet op zo’n vrijmarkt toch wel te vinden zijn voor een paar eurocenten’. Maar nee hoor. Er was van alles: voedingen voor computers van vijftien jaar geleden, boeken van Pim Pandoer, hondenkleertjes, 78-toerenplaten van Johnny en Jones, begonia’s, grabbeltonnen voor 0,10 euro, skischoenen en diverse pendules. Ook was er een antiek scorebordje voor biljarters.

Nu moet u weten dat ik eens in de maand biljart bij mijn vriend John Reijnders. Met Piet Wapperom, Herbert Boerendonk en Michael de Roo. Dus ik dacht dat het wel leuk zou zijn om dat scorebordje cadeau te doen aan John. Omdat ik altijd zo gastvrij door hem wordt ontvangen. Achterop dat scorebordje stond, dat het een antiek scorebordje was en dat het 12,50 euro kostte.
‘Wat moet dat dingetje kosten?’, vroeg ik, alsof ik het stickertje op de achterkant niet had gelezen.
‘Twaalfeneenhalve euro’, zei de man achter het kleedje. Want het zijn in Rijswijk tegenwoordig ook absoluut geen kinderen meer maar allemaal volwassenen die op koninginnedag al vanaf half zeven ’s ochtends hun nering uitstallen.
‘Vijf euro’, zei ik met een stalen gezicht. Want zo moet het, had ik geleerd. ‘Negen euro’, zei de man achter het kleedje. Dat vond ik prima en ik betaalde negen euro zodat ik John de volgende keer dat er biljarten was, kon verrassen met iets bijzonders. Hij heeft natuurlijk wel al zo’n houten ding waaraan je moet draaien om de score bij te houden. Maar het is vast veel leuker om dat te doen op een ingewikkeld, antiek scorebordje.

We liepen verder en zagen nog veel meer op die kleedjes. Veel oude horloges, plastic garages voor speelgoedauto’s, eetstokjes, een vitrine met vogelschedeltjes, sandalen in diverse maten en knuffelbeertjes.
Het was al wat later op de middag en sommige verkopers waren een beetje balorig omdat ze nog zo weinig hadden verkocht.
‘Wil je nog een gratis pop hebben voor je kleindochter?’, vroeg een recalcitrante vader, die samen met zijn zoontje allerlei Flippo-albums en andere tijdgebonden curiosa aan de man trachtte te brengen.
‘Nee, dank je’, zei ik. ‘Ik heb geen kleindochter’. En ongeïnteresseerd liep ik verder.
‘Nou. Dan wordt het tijd, dat je daar eens voorbereidingen voor treft’, riep hij me na. Even overwoog ik om met hem op de vuist te gaan maar bij nader inzien had ik daar net niet genoeg bier voor op.
Echt. Er was van alles op de Rijswijkse vrijmarkt.

Maar een gietertje niet.

Geplaatst op: Maandag 7 mei 2007 om 11:15 uur
383381
bezoekers
© 2012 - Julius Pasgeld