Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Een steekje los?

Zoals waarschijnlijk iedereen dat doet op zaterdag, maakte ook ik een lijstje in mijn hoofd van wat er allemaal op die dag te doen was. Zo’n lijstje is natuurlijk geen enkele garantie dat die klussen dan ook daadwerkelijk aan het eind van de dag geklaard zijn. Maar het is in ieder geval een begin

Mijn lijstje bestond die zaterdag uit:
- Ontbijt klaarmaken.
- Brieven en mails beantwoorden.
- Overhemden strijken.
- Lunchen
- De klimplanten aan de voorgevel van het huis snoeien.
- De auto schoonmaken in de autowas in het nabijliggende dorp.
- En als er dan nog tijd over was, een wandeling met mevrouw Pasgeld langs de Westerschelde bij de Kaloot.

Het begon goed. Zelfs de overhemden hingen al om 11:30 uur keurig gestreken aan hun knaapjes. Ook het lunchen ging voorspoedig. Mevrouw Pasgeld en ik smeren al jaren onze eigen boterhammen omdat we allebei vinden dat er niet genoeg beleg op ons brood zit als de ander het doet.
Daarna de keukentrap door het huis gesleept om die buiten, aan de voorkant tegen het huis te zetten teneinde de planten, die zich met talloze zuignapjes aan de bakstenen gevel hadden gehecht, in te tomen. Natuurlijk was ik de snoeischaar vergeten toen ik eenmaal op de bovenste trede van dat wankele trapje stond. Een tweede poging lukte wel.

Nadat ik drie takken min of meer vakkundig had verwijderd diende het noodlot zich aan. De voorpoten van het trapje stonden in de aarde van het voortuintje en één voorpoot zakte ineens, zonder aanwijsbare oorzaak, als ingegeven door de hand van God, een paar decimeter verder de aarde in. Wanhopig zoekend naar evenwicht greep ik in paniek naar de dichtstbijzijnde takken. Maar die braken af als luciferhoutjes.
Daar ging ik. Langzaam maar zeker van twee meter hoogte, met behoud van minimale waardigheid, zo vond ik zelf, naar de begane grond. Gedurende de val, had ik enige honderdsten van seconden de tijd mijn ledematen dusdanig om mij heen te rangschikken, dat de kans op breuk bij het neerkomen zo gering mogelijk zou zijn.

Het lukte. Wonder boven wonder. Alleen mijn voorhoofd schampte bij het neerkomen een stenen paaltje dat daar ook ergens stond. Wat een smak! Maar volgens mij was ik verder ongedeerd.
Toen ik weer op wilde staan verzochten stemmen boven mij, om nog even te blijven liggen. Twee fietsende toeristen hadden in het voorbijgaan de ramp van nabij mogen aanschouwen en probeerden zich over mij te ontfermen. Of er nog iemand anders thuis was, die voor me kon zorgen? Dat was niet het geval want mevrouw Pasgeld was boodschappen doen. Of ze dan voor de zekerheid de dokter maar moesten bellen? Nou, nee. Dat was echt niet nodig. En toen ik ze voor hun goede zorgen bedankte, vroegen ze als tegenprestatie de kortste weg naar de Schaapskooi.

Dapper maakte ik mijn klus af. En bekeek daarna het volgende programmapunt op het lijstje: De auto onder de autowas. O ja. Goed idee. Ik keek naar de lucht. Stralend blauw. Wacht eens…. Een mooie gelegenheid om met het scootertje te gaan! Dus haalde ik het scootertje uit de garage.
Halverwege de autowas schoot het me te binnen… Dat je toch ècht wel met de auto naar de autowas moest om je auto te laten wassen.

Zou er dan toch een steekje zijn losgeraakt toen ik van die trap af viel?
 
Geplaatst op: Donderdag 28 juni 2018 om 08:10 uur
1430838
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld