Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Een vreemdeling in Jeruzalem

Als een een Farizeeër in de tempel, of dan toch op z’n minst als een vreemdeling in Jeruzalem, mocht ik ook dit jaar de kerstviering in de kerk van het dorpje waar wij wonen verluchtigen met gezang.
Iedere keer weer is het mij vreemd te moede. Indertijd genoot ik, ondanks mijn bekentenis dat ik niets met religie van doen had, een warme ontvangst in de plaatselijke Cantorij. En sinsdien heb ik al flink wat kerken in de omliggende dorpen in de Zak van Zuid-Beveland mogen beoordelen op de accoustiek.
Want bidden kruipt naar de hemel en zingen vliegt naar de hemel.
Ik zing dus niet vanuit overtuiging maar vooral omdat ik het leuk vind. En met z’n allen klinkt het prachtig. Onder begeleiding van een organist en een dirigent galmt het indrukwekkend en driestemmig tussen de hoge muren van de kerk. Alsof je al in de hemel bent. Hoewel je daar, vooral in Zeeland, allerminst zeker van mag zijn. Want hij die zich verheft, zal vernederd worden.

Een bijkomstigheid is, dat ik de lithurgie tussen het zingen door als vanzelfsprekend ook mag meemaken. Als buitenstaander vind ik het een eer de wellicht ooit aan teloorgang onderhevige rituelen en overleveringen nog in de oorspronkelijke vorm te mogen bijwonen.

En eerlijk is eerlijk, soms steek ik nog wat van de preek op ook. Zo sprak de predikante de afgelopen week over de herders in het veld.
’Als je, zoals de herders, in het veld woont, is dat heel wat anders dan als je in een dorp of stad woont’, verkondigde ze.
‘In een dorp of stad zijn de grenzen altijd dichtbij. Die grenzen leg je elkaar op. En vrijwel iedereen houdt zich daaraan. Daarom is het altijd veiliger in een dorp of in een stad dan op het veld.
Want op het veld zijn geen grenzen. Daar is dus, voor wie het wìl zien, veel méér te zien. Zowel aan pracht als aan verderf. In een veld moet je jezèlf grenzen opleggen. Een ander doet het daar niet voor je’.
En dan is de Cantorij aan de beurt.
‘Uit uw verborgenheid, voorbij aan onze grenzen, straalt lichte eeuwigheid, als daglicht voor de mensen’.

Prachtig toch?
En eigenlijk vind ik dat allemaal niks met godsdienst te maken hebben. Maar meer met de tolerantie, het humanisme en de betrokkenheid waarin mijn vader mij heeft trachten groot te brengen. Ach, wat maakt het eigenlijk ook uit. Iedereen mag vinden wat-ie wil. Als het een ànder maar geen schade berokkend.

Toch zou ik Pasgeld niet zijn als ik niet nog wat te mopperen had.
Tijdens de rondgang met zo’n ouderwetse collectezak aan een stok viel het me op dat er soms iemand zijn dichtgeknepen vuist in die zak stak en er daarna weer geopend uithaalde. Maar dat ik helemaal geen geldstuk op de andere geldstukken in dat zakje had horen vallen. Terwijl er wel gerinkel opklonk toen ik míjn duit in het zakje deed.

Misschien ben ik als kerkdienstbezoeker toch nog niet ervaren genoeg.
 
Geplaatst op: Donderdag 28 december 2017 om 08:35 uur
1457804
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld