Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Een wachtwoord voor de wc

Sinds kort hebben wij een wachtwoord nodig om de deur van ons toilet te openen. Dat was ons door een veiligheidbureau geadviseerd omdat je maar nooit kunt weten. Ja toch? Voor je weet zit er iemand op je wc in allerijl de verjaardagsdata van je vrienden en kennissen met z’n smartphone te kopieren. Of vult een onbekende de taalpuzzeltjes van Onze-Taalkalender in voordat we zelf een kans krijgen. Of ze installeren afluisterapparatuur en herleiden vervolgens op afstand je koopgedrag uit de frequentie van je ontlasting. Dat soort dingen willen wij absoluut niet hebben in ons toilet. Maar dat hou je tegenwoordig echt niet tegen als wildvreemden zomaar, zonder enige belemmering van je WC gebruik kunnen maken.
Vandaar dus dat wachtwoord. En dat verstrekken we uitsluiten aan mensen die we vertrouwen.

Eerst vond iedereen het maar raar. Als ze bij ons naar de WC gingen, moesten ze dus eerst op een toetsenbordje een bepaalde code intypen. Pas dan ging de deur open. Dat toetsenbordje had ik op de WC-deur gemonteerd onder het schuifje waarop je van buiten kan zien of de WC ‘bezet’ is.
Kinderen, kleinkinderen, andere familieleden, vrienden, kennissen, ze betoonden zich allemaal hoogstverontwaardigd.
‘Idioot!’, ‘Nergens voor nodig!’, ‘Wie denken jullie wel dat jullie zijn!’, klonk het in het begin.  Dat heb je altijd met zinvolle innovatie.
Maar na een bepaalde periode raakt men er aan gewend. En daarna willen ze het allemaal. Mijn buurman, mijn verzekeringsagent, mijn tante en oom uit ’s-Heer Hendrikskinderen, de visboer die iedere donderdag langskomt en soms van onze WC gebruik maakt. Allemaal hebben ze nu zelf ook zo’n ding op hun WC-deur. En ik geef je op een briefje dat er over een paar jaar geen toiletdeur meer te vinden is zonder wachtwoordentoetsenbord.

Maar u raadt het al. Laats moest ik poepen en was ik mijn wachtwoord vergeten.
Geen probleem, dacht ik. Want ik noteer al mijn wachtwoorden tegenwoordig in speciale, daartoe bestemde ordners. Aan de voorkant van die ordners heb ik dingen geschreven als ‘Belastingaangiftes’, ‘Vaste lasten woonhuis’ en ‘Bekeuringen’. Dan ziet niemand, dat er wachtwoorden in zitten.
Daar zocht ik dus mijn WC-deurwachtwoord in op.

Tijdens het bladeren in de vierde ordner werd ik ineens bevangen door de gedachte dat ik het niet zou halen. Ik heb namelijk negen ordners met wachtwoorden en de kans was niet uitgesloten, dat het WC-wachtwoord in de negende ordner zat.

Weet je wat, dacht ik. Ik bel de help-desk. Want voor alles heb je tegenwoordig wel een helpdesk. Zelfs voor als je een poep dwars zit. Ik zei tegen die juffrouw van de helpdesk: ‘Juffrouw, ik ben het wachtwoord van mijn toiletdeur vergeten. Zeg me snel wat ik moet doen’. Waarop ze antwoordde dat ik volgens de instructies een foto moest nemen van mijn gezicht met naast m’n gezicht m’n paspoort dat is opengeslagen op de pagina waar mijn pasfoto stond. En dat ik die foto dan via mijn smartphone of mijn labtop naar haar toe moest sturen. ‘Want’, zei ze, ‘iedereen kan wel zeggen, dat-ie nodig moet en dat-ie het wachtwoord van z’n wc-deur kwijt is. Pas als we weten dat u het echt bent, sturen we u een nieuw wachtwoord toe.’

Toen ik mijn smartphone eindelijk had gevonden bleek het te laat. Het leed was geschied. Het had allemaal zoveel tijd in beslag genomen, het was allemaal zo enerverend geweest, dat ik zo maar ineens in mijn broek had gepoept voor ik er erg in had. Ik bracht mijn vieze broek naar de wasmachine, ging in het bad en trok schone plunje aan.

Sindsdien hebben we ook een wachtwoordentoetsenbord op de wasmachine.
Want voor je het weet herleiden ze tegenwoordig je gedrag uit de frequentie waarmee je je kleren wast.
Geplaatst op: Vrijdag 10 juli 2015 om 07:49 uur
1793960
bezoekers
© 2020 - Julius Pasgeld