Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Een wandeling

In drie minuten zijn we het dorp uit en wisselen de vergezichten elkaar in snel tempo af. Soms zien we door nabije bomenhagen de volgende rijen bomen, gevolgd door de daaropvolgende rijen. Met ertussen de landerijen die op dit moment in diverse abstracte lijnpatronen zijn doorploegd. Het lijkt wel alsof er kunstenaars betrokken zijn geweest bij het ontwerp van dit coulissenlandschap.

Dat is typisch voor deze omgeving. Nauwelijks bomen in bosjes. Wel talrijke prachtige, hoge bomen in lange rijen aan weerszijden van wegen. Bovenop dijken die vroeger de kustlijn bepaalden maar ingehaald werden door hogere dijken die de zee steeds verder terugdrongen.

Een nabijgelegen heggenlandschap bestaat uit een twintigtal piepkleine weilandjes van hooguit 30 bij 200 meter per stuk, gescheiden door (het woord zegt het al) metershoge heggen die in deze lentetijd vooral opvallen door prachtige, volop in het wit gehulde meidoorns. Als je niet beter wist, zou je je hier in de hemel wanen.
Sommige weilandjes hebben in het midden een klein meertje waar het gele riet welig tiert en de runderen en schapen hun dorst lessen. Als je hier loopt vraag je je handenwringend af waarom al die weilanden van tegenwoordig zo onafzienbaar saai zijn.

Een buitengewoon smal pad van nog geen 25 centimeter breed leidt door dit heggenlandschap. Maar de weilandjes zie je nog niet. Want het paadje is aan weerszijden omgeven door twee minieme watertjes, witte heggen (alweer meidoorn) en manshoog fluitekruid, eveneens wit. Op sommige plaatsen is het weggetje zo smal, dat je je met beide armen voor je uit een weg moet banen door al dat wit. Het weggetje is nog geen kilometer lang. Maar als je daarna weer in de weidse ruimte rondom uitkomt, heb je een echt avontuur achter de rug.

Een piepend, schuin hek biedt toegang tot een van de weilandjes en valt met een klap achter ons dicht als we onze weg vervolgen door het gras en langs een vennetje vol wuivend riet. Even later weer zo’n hek. En weer een klap die maakt, dat je je gewoon schuldig gaat voelen in die stille pracht rondom.

We vervolgen onze avonturentocht over een fikse dijk met aan de ene kant uitzicht op weide en landbouwgrond zoals dat in de huidige tijd gebruikelijk is. En aan de andere kant nog steeds dat heggengebied waar we net doorheen kwamen. Alles bezien vanaf een wat hoger standpunt. Hier kan je vroeger en nu goed vergelijken. Vroeger was heus niet alles beter. Maar wel bijna alles.
Vroeger hield deze dijk de zee tegen. Vroeger stonden aan weerszijden van de dijk prachtige, hoge bomen. Dikwijls te wuiven in de wind. De zee is allang weg. En een paar jaar geleden kapte Natuurmonumenten ook de meeste bomen weg. Waarom? Een eind verder op de dijk lieten ze de bomen met precies dezelfde ouderdom wel met rust. Waren die dan niet gevaarlijk? Ook lieten ze de bomen rond een meertje vlak achter de dijk met rust. Zo’n meertje, ook wel weeltje genoemd, ontstond als de zee weer eens onverhoeds door de dijk was gebroken en de dijk daarna weer dicht was gemaakt. Het is werkelijk prachtig. Mét al die bomen, bedoel ik.

Even later leidt de route langs regelmatige rijen zwarte-bessenstruiken aan de ene kant. En een watertje aan de andere kant. Na bessenstruiken komt een geheimzinnig bos met middenin een geheimzinnig, onbewoonbaar verklaard huis. De resten van dat huis zijn omringd door vrijwel ondoordringbaar begroeiing en een tamelijk brede sloot. De oorspronkelijke toegang is versperd door metershoge hekken.

De verleiding om al die geheimzinnigheid te verkennen door, via een dikke, omgevallen boom die over te sloot is gevallen over te steken, is groot. Maar dan? Als we per ongeluk van die boom afglijden en jammerlijk omkomen in de modder van de sloot? Wie zal ons dan vinden? Er is hier geen mens te bekennen en het ziet er naaruit, dat er binnenkort iemand langs zal komen om ons te vinden. En wat als we eenmaal in de ondoordringbare bossages rond het huis besprongen worden door een wereldvreemde gek? Of door de vloer van de ruïne zakken en ons klagelijk geroep tot in de verste verten niet hoorbaar zal zijn?

Dus wandelen maar weer gewoon verder en zijn na een uurtje weer terug van weggeweest.
 
Geplaatst op: Donderdag 9 mei 2019 om 08:29 uur
1549224
bezoekers
© 2019 - Julius Pasgeld