Julius Pasgeld
Julius Pasgeld

Een wandeling in het paradijs

Eindelijk weer eens een wandeling zoals het hoort. Het kan nog in Nederland. Urenlang lopen in onbestemde richtingen. Ontluikend groen, blauwe lucht en stilstaand water zover het oog reikt.

Wat een voorrecht. Mevrouw Pasgeld en ik konden ons geluk niet op. Van negen uur ’s ochtends tot vier uur ’s middags zagen we in het totaal ongeveer tien mensen. De rest lag op die hete dag hutje mutje ergens in het zand of zorgde voor overbevolking, lol en leut in stikhete pretparken en recreatiekolonies.
Waar we ons geluk vonden vertel ik niet. Maar het was ergens ten oosten van Zierikzee.

Met opgeruimd gemoed begonnen we onze tocht door een gebied met luchtige bossages, brede kreken en hier en daar een zonovergoten vergezicht op een kerktorentje in het verre verschiet. Het ging over bruggetjes en doodstille slingerpaadjes. Vogels en eenden vlogen of zwommen soms een eindje mee. En als het pad zich splitste was links of rechts geen enkel probleem. Het maakte namelijk niets uit. Het was overal mooi. En stil.

Maar dat duurde niet lang. Al snel viel het mevrouw Pasgeld op, dat er ergens een koekoek wel erg lang aan het woord was. Kóek-koek, kóek-koek. En dat steeds maar weer. Kóek-koek, kóek-koek.
‘Ik word er gek van’, zei mevrouw Pasgeld op zeker moment.Waarop ik de herrieschopper op luide toon trakteerde op z.n eigen ongenuanceerde geneuzel in de hoop het tij te doen keren. Maar dat maakte de zaak er alleen maar erger op. De koekoek meende wellicht een maatje te hebben gevonden. Zodat de toorn van mevrouw Pasgeld zich nu ook op mij richtte.
Uiteindelijk heeft de koekoek, die we soms ergens hoog in een boom achter ons zagen, ons twee uur lang begeleid met zijn geroep om aandacht. Het is ook nooit goed, zou je denken.

En na een half uur was het weer raak. Een smal pad, vlak langs een kreek bleek door de hevige regenval van een paar dagen terug zó modderig en glad te zijn geworden, dat het begaan ervan uiteindelijk meer van een Olympische prestatie weghad dan van een pittoreske wandeling.
En weer was het mijn schuld. Want steeds als mevrouw Pasgeld en ik er samen op uit trekken, wil ik over hekken, door sloten en langs onbegaanbare trajecten teneinde in nieuwe, onontdekte gebieden te geraken. Min of meer noodgedwongen vergezelt mevrouw Pasgeld me daar in. Om dan meestal samen te eindigen in hopeloos gesukkel en bizarre tegenspoed.
Zo ook nu. De rest van die stralende dag vol zon brachten we door in soppende schoenen en drijfnatte sokken.

Halverwege de tocht geraakten we even in de beschaafde wereld. Ouwerkerk. Het hele Dorpsplein aldaar lag overhoop wegens reparaties aan de gas-, water-, en electriciteitsleidingen. Toch lukte het ons een overheerlijke lunch te gebruiken in het enige cafeetje aldaar: De Barbier.

De terugtocht was, zoals immer als we te lang heen hebben gewandeld, een tamelijk moeizame onderneming. Temeer daar het nu echt warm werd. Maar de schitterende vergezichten over de Oosterschelde op het paadje langs de waterkant van de dijk boden ruimschootse compensatie voor onze vermoeidheid.

Een wandeling zoals het hoort.
Het kan nog in Nederland
 
Geplaatst op: Donderdag 10 mei 2018 om 09:04 uur
1447038
bezoekers
© 2018 - Julius Pasgeld